De grote onbekende

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Een artikel van Skipr werkt – ongetwijfeld onbedoeld – een beetje op de lachspieren. Een ‘nog onbekende’ EPD-leverancier houdt de publicatie tegen van een rapport dat KPMG in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt schreef over de markt voor EPD’s. Het zou tot negatieve publiciteit leiden, stelt deze ‘nog onbekende’ leverancier. De rechter gaat hier in zoverre in mee dat hij stelt dat de ACM vooralsnog alleen de managementsamenvatting mag publiceren.

Lezen we die, of het nieuwsbericht van Skipr erover, dan valt op hoe vaak daarin de naam van ChipSoft valt. De vraag of dit wel of niet de ‘nog onbekende’ leverancier is, wordt daarmee natuurlijk niet beantwoord, dat mag iedereen voor zichzelf uitmaken. Interessant is in ieder geval wel dat het in die managementsamenvatting gaat over het feit dat het systeem van ChipSoft wordt ervaren als relatief gesloten, omdat het bedrijf geen voorstander is van open application programming interfaces (API’s). Ook wordt gesteld dat gegevens uitwisselen tussen de systemen van Epic en ChipSoft alleen mogelijk is als het Epic-ziekenhuis een licentie voor het systeem van ChipSoft aanschaft.

‘In artikel over ‘nog onbekende’ EPD-leverancier die rapport tegenhoudt, komt opvallend vaak de naam Chipsoft voor’

Volgens de ziekenhuizen staat de winstmarge van ChipSoft – in 2018 46,3 procent – niet in verhouding tot de beperkingen die zij ervaren in de interoperabiliteit van het systeem. Hun wens dat EPD-leveranciers een licentie moeten verkrijgen waarmee de interoperabiliteit van hun systeem wordt getoetst, is begrijpelijk. Maar ze steken ook de hand in eigen boezem. Ze weten zich, naar eigen zeggen, niet altijd goed genoeg te organiseren richting de leveranciers in de markt en daarbij, vooral tijdens onderhandelingen, de rug recht te houden. Zwak van ze, en ook te interpreteren als negatieve publiciteit dus. Maar zij komen er in ieder geval voor uit.