De vrije huisarts

Veel discussie op social media gisteren over de berichtgeving van de NPCF. Die stelde op basis van onderzoek onder 11.000 mensen dat slechts één op de drie die wil overstappen naar een andere huisarts hierin slaagt. De discussie spitste zich toe op twee aspecten. In de eerste plaats is er kritiek op de NPCF zelf over deze berichtgeving, omdat ze zich terughoudend heeft opgesteld in de artikel-13-discussie, maar nu wel ineens de opvatting naar buiten brengt dat het belangrijk is dat iedereen zijn eigen huisarts kan kiezen. Een beetje een zinloze achteraf discussie natuurlijk, de NPCF doet gewoon haar werk.

Wezenlijker is het andere aspect van de berichtgeving, namelijk de vraag waarom veel patiënten er niet in slagen over te stappen naar de huisarts die zij wensen. Eén argument hiervoor is beslist solide: de praktijk van de huisarts van voorkeur zit vol. Dit is vaak het geval. Een tweede argument dat ik in de social media discussie over het onderwerp tegenkwam, was dat huisartsen de onderlinge afspraak hebben geen patiënten van elkaar over te nemen. Op zich begrijpelijk, als het ingegeven is door onderlinge loyaliteit. Al is het natuurlijk wel de vraag wat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) daarvan vindt. Handelen uit loyaliteit verhoudt zich slecht tot de beoogde ontwikkeling van een zorgmarkt.

Natuurlijk kunnen huisartsen een ander argument dan loyaliteit aanvoeren om overstappers te weigeren. Habitueel switchen bijvoorbeeld, iets wat ouders nogal eens proberen om te voorkomen dat kindermishandeling wordt ontdekt. In dit geval is het volkomen terecht als huisartsen hier een stokje voor proberen te steken. Maar als ze dit als argument aanvoeren in een discussie met de ACM, lopen ze wel het risico dat die zal zeggen: “Bewijs dat eens.”

Delen