Déjà vu

Flip Vuijsje
Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie; was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto, en heeft zijn eigen bureau voor redactionele hulp bij zorgpublicaties (www.bureauflipvuijsje.nl). Lees alle artikelen van Flip Vuijsje

Tot nu toe dacht ik steeds: ik stem op David Cameron. Gesteld natuurlijk dat ik staatsburger zou zijn in het Verenigd Koninkrijk, en dus op 7 mei aanstaande naar de stembus mag om een nieuw Lagerhuis te helpen kiezen. Maar ik ben al een tijdlang aan het twijfelen.

Dit heeft vooral te maken met de terechte kritiek die je steeds meer hoort op het buitenlandbeleid van de Britse premier. Juist nu onze westerse vrijheden en waarden steeds ernstiger worden bedreigd vanuit steeds meer delen van de wereld, Rusland nadrukkelijk inbegrepen, treedt Groot-Brittannië onmiskenbaar van het wereldtoneel terug als serieuze macht, ook militair, die hier zijn verantwoordelijkheid neemt. Dan doet Frankrijk het, onder de socialistische president Hollande, momenteel heel wat beter.

In de Britse verkiezingscampagne speelt dit overigens allemaal geen rol. Die gaat uitsluitend over binnenlandse kwesties, en dan vooral: de NHS. De National Health Service dus, het ‘single-payer’-stelsel dat iedere Britse ingezetene recht geeft op volledig staatsgefinancierde gezondheidszorg. En juist die dominerende rol van de staat zorgt er voor, dat in Groot-Brittannië de gezondheidszorg, méér nog dan in bijna alle andere landen, de moeder van alle politieke speelballen is.

Veel hiervan is alleen maar voor de tribune. De linkse oppositie (Labour) wil nog méér belastinggeld naar de NHS, en minder contracteren van particuliere zorgaanbieders voor het feitelijk leveren van die staatsgefinancierde zorg. David Camerons Conservative Party wil eerder mínder geld naar de NHS, en denkt dit juist te bereiken door méér ‘marktwerking’ bij het daadwerkelijk inkopen van gezondheidszorg, omdat dit kostenbesparend zou werken.

In werkelijkheid zal elke nieuwe Britse regering geen andere keuze hebben dan allebei tegelijk te doen: nog meer geld naar de NHS, vanwege de autonome groei van de zorgvraag; én meer inzet van ‘private contractors’, al was het alleen maar vanwege capaciteits-knelpunten. Maar zo lang het nog verkiezingstijd is, blijft deze waarheid versluierd achter een barrage van politieke retoriek.

Met pas nog weer een nieuw dieptepunt, via deze uitspraak van David Cameron: “I want doctors with stethoscopes, not bureaucrats with clipboards.” Dit zei hij tijdens een televisiedebat, en niemand sprak hem op dit punt tegen. Want dit is iets waar alle (Britse) politici het over eens zijn: met een nummertje schelden op ‘managers’, in elk geval in de gezondheidszorg, kan je altijd politiek scoren.

Iedereen met een beetje kennis van zaken weet dat diezelfde politici, buiten het bereik van camera’s en microfoons, niet anders kunnen dan toegeven dat als je een goeie gezondheidszorg wilt hebben, (goed) management minstens zo cruciaal is als goeie zorgprofessionals ‘op de werkvloer’. En gelukkig kwam er ook publiekelijk weerwoord, van buiten de politiek. Maar de weerklank hiervan zal nog geen fractie zijn van wat Cameron heeft gezegd.

Misschien moet je het politici ook maar niet kwalijk nemen dat ze dit soort kansen voor open doel benutten, het hoort kennelijk bij hun vak. En in de categorie populistisch ageren, is ‘managertje-pesten’ een van de meest onweerstaanbare instrumenten. Want zeg nou zelf: wie kan er nou bezwaar hebben tegen méér handen aan het bed, en tegen mínder van die duurbetaalde regeltypes die alleen maar in de weg lopen?

Opvallend, en bemoedigend, is dat juist via het doorgaans zo (links-)populistische dagblad The Guardian, nu ook stemmen zijn te horen tégen het demoniseren van zorgmanagers. Zoals deze bijdrage, eerder deze week, door Richard Vize, oud-hoofdredacteur van diverse zorgperiodieken. Hij legt overtuigend uit dat de NHS in de directe toekomst zelfs nog meer dan tot nu toe al het geval was, gaat staan of vallen met goed management.

Een paar weken eerder al verscheen op de website van de Health Service Journal een uitgebreider publicatie, die vijf ‘mythen over NHS managers’ ontzenuwt. Dit gebeurde in het kader van een speciale ‘Respect for NHS managers’-campagne, die nodig wordt geacht omdat “politicians often acknowledge the importance of managers in private, but then fail to present that view in public.” Leest u vooral zelf over die mythen, waaronder als allereerste natuurlijk: “NHS managers are unnecessary – only doctors and nurses are needed.”

Wat je hier wel proeft, is een element van déjà vu. Dit is typisch zo’n onderwerp dat steeds weer terugkeert, zonder dat hierover nou zo heel veel nieuws valt te zeggen. Maar afgeven op (zorg)managers is, ook buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk, inclusief in Nederland, nu eenmaal zo’n enthousiast beoefende vorm van demagogie, dat van tijd tot tijd ook wat weerspraak gewoon niet uit mag blijven.

De meest recente keer dat ik hier zelf over schreef, was afgelopen oktober, met als specifiek thema dat altijd zo populaire klagen over geld dat niet naar de zorg gaat. Dit ging vooral over de rol van consultants ‘van buiten’, maar diezelfde ‘meer handen aan het bed’-retoriek laat zich ook inzetten voor het bagatelliseren van de productieve waarde van management binnen zorginstellingen zelf.

Het zal ook voor mij dus wel niet de laatste keer zijn dat ik over dit onderwerp schrijf – helaas.

Één Reactie Reageer zelf

  1. Aad Cense
    Geplaatst op 12 april 2015 om 15:46 | Permalink

    Hoewel ik graag tekeer mag gaan tegen de sekte der managers, geloof ik niet dat hard gemaakt kan worden dat demagogische behoeftes mijn drijfveer zijn: Ik heb aan beide zijden van de lijn , – of liever: kloof! -, gestaan tot aan het punt waar ik had kunnen besluiten mijn vak vaarwel te zeggen en tot de selecte kringen toe te treden.

    Niet dus; het besluit werd ondanks de financiële verlokkingen juist terug naar mijn vak, want inmiddels waren mij een paar dingen duidelijk geworden:

    Zeker in vergelijking met mijn professionele werk, maar ook los daarvan bekeken, kon ik niet anders dan vaststellen dat ik in een wereld terecht was gekomen waar rituelen rationaliteit domineerden, en ongelofelijk veel tijd werd verleuterd, -al dan niet op status verhogende ‘heides’ en met tijd over om het ook nog over de lengte van de zeilboot te hebben -, over zaken die dichter bij of op de werkvloer in een namiddagje waren op te lossen. Om het maar niet te hebben over ambitieuze reorganisaties die de plaats innamen van behouden wat goed is verbeteren wat verbeterd kon worden. 
    Anders gezegd: wat een gapende ongelukkig makende inhoudelijke leegte en intrappen van open deuren, vol apenrots-kenmerken, en dus vooral overbodigheid. Professionals demoraliserend, en daarmee ook nog eens niet alleen maar duur maar ook contraproductief ten aanzien van het eigenlijke doel.

    En dat terwijl ik ook ervaren had dat dienstbaar management (dat zich vooral tot eigen klussen beperkt, passende voorwaarden schept, en zich niet aanmatigt professionals te moeten aansturen of opvoeden, en al helemaal niet verstorende voorwaarden dicteert) juist kan helpen een instelling en de professionals daarbinnen energiek en met plezier te laten doen waarvoor ze op aarde zijn.

    Inhoud is dus belangrijk, maar ook rolverdeling. En op beide punten gaat het meestal grondig fout.

    En ook als managers ‘deugen’ (en natuurlijk zal dat vaak zo zijn) deugt het systeem waarbinnen ze nu moeten functioneren niet: Een zorgstelsel dat bol staat van varianten van beleidsmakers-ver-van-de-werkvloer en dat zijn dogma’s oplegt maakt dienstbaar management op instellingsniveau de facto onmogelijk. Voor mij persoonlijk betekende dat de inschatting dat doorgaan op het managementtraject met de ambitie daar de wereld te verbeteren kansloos was.

    En dan de cijfers waarmee geschermd wordt onder het motto “het valt best mee, kijk maar hoe weinig het er feitelijk zijn”.  Misleidend, denk ik, omdat het uit gaat van een enge definitie van de groep managers, terwijl er vanuit het perspectief van de werkvloer zoveel meer mee-eters zijn uit de ruif van de zorg:
    De functiewaardering b.v. tekenend voor een denkwijze waar ‘inhoud’ minder relevant is dan leiding geven, en mede in samenhang daarmee is er een verschuiving geweest van wapperende handen aan het bed naar comfortabeler posities waar men coördineert, coacht, begeleidt, indiceert, controleert, en stuurt met hoogst dubieuze meerwaarde. Soms merkbaar als vlucht-plek, maar ook als plek voor competente mensen waarvoor een ander carrièreperspectief ontbreekt.
    Maar ook op buiten het instellingssysteem staat het bol van de mee-eters, die hun bestaansrecht moeten benadrukken door zoveel mogelijk beterweterigheid te produceren, of hun boterham  moeten verdienen door hun product te slijten.

     Diagnose: wrong theory, wrong principle, wrong practice. Met alle gevolgen van dien.
    http://respublica.fatmediahost9.co.uk/item/the-triple-whammy-that-cripples-our-public-services
    Dat oplossen, en dan zien we verder. Want ik beweer niet dat er geen nuttige dingen te doen zijn voor weldenkende mensen.