Dierenarts op Schiphol

Annemieke Weteling: ‘Gelukkig had de douane de spin al gevangen’

Sinds 2010 werkt Annemieke Weteling als dierenarts op Schiphol voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Een veelzijdige functie op een dynamische locatie. “Het vervoer van paarden door de lucht blijf ik toch wel het meest indrukwekkend vinden. Dat is echt een geoliede machine.”

Tekst: Monique Bowman | Beeld: De Beeldredaktie/Marco Okhuizen 

Tijgers. IJsberen. Neushoorns. En niet te vergeten Xing Ya en Wu Wen, de twee reuzenpanda’s van Ouwehands Dierenpark. Dierenarts Annemieke Weteling (39) heeft ze allemaal langs zien komen in de negen jaar dat ze nu voor de NVWA op Schiphol werkt. “Dierentuindieren blijven altijd heel bijzonder. Die geur van wilde dieren. En hoe alert ze zijn, zelfs na een lange vliegreis.” Maar wat op haar nog altijd de meeste indruk maakt, zijn de paardentransporten per vliegtuig. “Dat is echt een geoliede machine.” Ze vertelt dat er jaarlijks zo’n drie- tot vierduizend paarden via Schiphol binnenkomen, en dat vooral sportpaarden zeer ervaren luchtreizigers zijn. “Als je ziet hoe vaak sommige al gevlogen hebben, ongelooflijk. Die zijn niet anders gewend.”

Hoewel er dagen bij zitten dat ze het hele luchthaventerrein afrijdt, brengt Weteling – die na haar afstuderen in 2007 eerst een jaar in een ‘normale’ gezelschapsdierenpraktijk en vervolgens twee jaar voor de NVWA in de Rotterdamse haven werkt voordat ze in 2010 op Schiphol terechtkomt –  ook veel tijd door op kantoor. “Bij keuringen van de import van dieren en dierlijke producten van buiten de EU komt namelijk veel papierwerk kijken.” Ze legt uit dat gecertificeerde autoriteiten in het land van herkomst (‘het derde land’) de benodigde documenten afgeven; na aankomst op Schiphol controleert de douane deze.

‘Als je ziet hoe vaak sommige paarten al gevlogen hebben, ongelooflijk. Die zijn niet anders gewend.’

“Meestal zien wij producten en dieren pas op de keurpunten op de luchthaven. Bij de dierlijke producten komt, na de documentencontrole, een overeenstemmingscontrole – klopt de inhoud wel met wat er op de documenten staat – en een materiële controle. We checken dan bijvoorbeeld de temperatuur van de vis of nemen monsters. Bij levende dieren doen we, na documentencontrole door de douane, eveneens een overeenstemmingscontrole en een fysieke en welzijnscontrole. Dan kijken we of hun vervoer voldoet aan de bepalingen en hoe de dieren het maken. Na hevige turbulentie kan het dier bijvoorbeeld onderweg een wond hebben opgelopen.” Ze vertelt dat dierenartsen zelden vliegtuigen ingaan. “Tenzij een land bij export als eis stelt dat wij toezicht houden op desinfectie in een toestel.”

In broekspijp

Een zangvogeltje in een koffer, een vis in een jaszak, een reptiel in een broekspijp. Weteling kent de verhalen en heeft dit soort schrijnende voorbeelden van particuliere dierensmokkel zelf ook weleens aan de hand gehad. “Dat is echt heel naar.” Ze vertelt dat gesmokkelde dieren die zo’n benarde vlucht overleven, naar opvangadressen gaan of in quarantaine moeten, wat bij vogels altijd het geval is. “Er was een tijd dat sommige vluchten berucht waren om hun vogelsmokkel. Maar gelukkig komt dat steeds minder vaak voor.”

De dierenarts laat weten dat ze sowieso weinig dierenleed tijdens haar werk tegenkomt. “De IATA (International Air Transport Association, red.) stelt zeer strenge eisen als het gaat om dierentransport. En vergeet niet dat er veel geld mee gemoeid is, het is in het eigen belang van handelaren dat dieren onderweg zo weinig mogelijk prikkels ervaren. Op verpakkingen van tropische siervissen bijvoorbeeld staat altijd duidelijk aangegeven wat de bovenkant is, en de waarschuwing dat het levende dieren betreft, zodat ze voorzichtig worden gelost en niet een tijd in de kou blijven staan.”

Weteling bekent dat ze zich, tot haar komst naar Schiphol, eigenlijk nooit had gerealiseerd dat er zoveel siervissen via de nationale luchthaven binnenkomen. “Dat geldt ook voor insecten trouwens, denk aan roofmijten voor de glastuinbouw en vlinderpoppen voor vlindertuinen.” Op de vraag hoeveel keuringen de NVWA jaarlijks op Schiphol verricht, antwoordt ze dat het er zo’n zestienduizend zijn. “Dat wil zeggen: achtduizend keuringen van dierlijke producten zoals diervoeders, vis en vlees, en achtduizend van levende dieren.” Ze vertelt dat er op Schiphol voor de NVWA sinds kort zestien dierenartsen werkzaam zijn. “We deden het werk eerst met een kleiner team, maar er zijn extra collega’s aangenomen met het oog op Brexit.”

Spannende telefoontjes

Niet alleen paarden, siervissen en insecten leggen heel wat mijlen door het luchtruim af, ook honden en katten zijn frequente vliegers. Wanneer het particuliere dieren betreft, hoeven Weteling en haar collega’s meestal alleen in actie te komen wanneer de douane bij aankomst constateert dat er iets niet in orde is met de reisdocumenten. “In het ergste geval moet zo’n dier vier maanden in quarantaine. Als het enigszins kan, adviseren we het baasje dan om het weer terug te sturen, zodat familie in het land van herkomst zich erover kan ontfermen.”

Heel af en toe worden de dierenartsen opgeroepen omdat er een verstekeling is aangetroffen aan boord van een zending. En ja, dat kan bijvoorbeeld een wat minder aaibare exoot zijn in een partij tropisch fruit. Zelfs voor een inmiddels gepokte en gemazelde dierenarts blijven dit spannende telefoontjes. Weteling denkt lachend terug aan een zending bananen met daarin een joekel van een spin. “Nee, het was geen vogelspin, maar ik vond hem wel érg groot. Gelukkig hadden de douanecollega’s hem al voor me gevangen en in een doosje gedaan.”