Duidelijke grenzen

In 2007 deed de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg een poging om naar Engels model de kosten van een QALY (quality adjusted life year) te becijferen. In de discussie die hierop volgde, zeiden de professionals hierover geen uitspraak te willen doen. Dat was aan de politiek. En de patiënt? Die discussieerde helemaal niet mee.

Inmiddels zijn we zes jaar verder en belegde de RVZ samen met NFU (de koepel van de academische centra) het symposium Sturen op kosten in de zorg: patiënt, professional, politiek? Een goed begin, denk je dan, de patiënt staat inmiddels vooraan in het rijtje. Toch blijkt er verder nog weinig veranderd. Didi Braadt van de RVZ stelde weliswaar dat de professional zich langzaamaan meer verantwoordelijk begint te voelen voor de kosten van de zorg, maar ze zei ook dat van de participerende patiënt nog steeds geen sprake is. Met dit in het achterhoofd is het maar goed dat ze stelde dat de discussie over de kosten van de zorg niet in de spreekkamer gevoerd moet worden tussen professional en patiënt. De patiënt zou hiertoe inderdaad niet als gelijkwaardige gesprekspartner in staat zijn. Maar Braadt zei ook dat de professionals geen zorg meer moeten bieden die onvoldoende meerwaarde heeft. Klinische praktijkrichtlijnen liggen aan de basis van deze afweging.

Gebruik van die afweging zal echter alleen maar leiden tot meer vragen in de spreekkamer. “Maar waarom krijg ik die behandeling dan niet dokter?” “Waarom is die niet effectief?” “Hoe weet u dat die bij mij ook niet effectief is, ik kan toch een uitzondering zijn?” Dat de discussie over grenzen aan het medisch handelen gevoerd wordt, is alleen maar goed. Maar de ontwikkeling van patiëntgerichte informatie hierover moet daarmee gelijke tred houden. Om nog maar te zwijgen over een kwaliteitskeurmerk voor patiëntinformatie op internet.

Delen