Eén richting – maar waarom?

Flip Vuijsje
Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie; was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto, en heeft zijn eigen bureau voor redactionele hulp bij zorgpublicaties (www.bureauflipvuijsje.nl). Lees alle artikelen van Flip Vuijsje

Het aantreden van Wouter Bos als bestuursvoorzitter van VUmc past in een solide trend: politici die overstappen naar de wereld van de gezondheidszorg. En niet zo maar politici, maar politiek leiders van de eerste garnituur.

Zoals Wouter Bos, eerst naar KPMG Plexus en nu dan ziekenhuisbestuurder. Zoals André Rouvoet, jarenlang het gezicht van de ChristenUnie en sinds begin vorig jaar voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland. Zoals Rouvoets voorganger bij ZN, Hans Wiegel, al decennialang prominent VVD’er. Zoals Wiegels partijgenoot Frank de Grave, onder meer oud-minister van Defensie maar later eerst voorzitter van de NZa en sinds eind 2010 voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten. Zoals Roger van Boxtel, ooit tweede man bij D66 en nu al tien jaar lang de baas bij Menzis. En zoals voormalig CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman, die naast heel veel andere (neven)functies ook jarenlang voorzitter was van Nictiz.

Zeker voor spelers als ZN en de Orde, die vooral actief zijn in belangenbehartiging, inclusief politieke lobbying, is het binnenhalen van zwaargewichten met een bijna onbetaalbaar persoonlijk netwerk in Den Haag een begrijpelijke zet. Maar dit hoeft niet de enige overweging te zijn: het gaat hier immers om ‘zwaargewichten’ die ook persoonlijk, los van hun relaties en contacten, als leiders en bestuurders hun sporen echt wel hebben verdiend.

Serieuze bestuurservaring is natuurlijk extra van belang bij die organisaties en ondernemingen in de zorg waar je, anders dan bij bijvoorbeeld Zorgverzekeraars Nederland en de Orde, te maken krijgt met echt grote aantallen werknemers, grote budgetten, en complexe processen van productie en administratie. Dit geldt tot op zekere hoogte voor de NZa, en vandaar misschien dat Frank de Grave zich daar minder op zijn gemak voelde dan bij de Orde. Dit geldt zeker voor (grote) zorgverzekeraars. En dit geldt al helemaal voor een groot ziekenhuis.

Het beste voorbeeld van een ziekenhuisbestuurder die afkomstig is vanuit de politiek, is nog steeds Marjanne Sint. Ooit, van 1987 tot 1991, was zij voorzitter van de Partij van de Arbeid. Maar voordat zij in 2007 bestuursvoorzitter werd van Isala Klinieken, waar zij het volgens iedereen heel goed heeft gedaan, deed zij langdurige bestuurlijke ervaring op als gemeentesecretaris in Amsterdam en secretaris-generaal van een Haags ministerie.

Wouter Bos heeft dit soort specifieke bestuurservaring een stuk minder, en juist omdat bij VUmc zo veel problemen op hem wachten, wordt het interessant om te blijven volgen hoe het déze PvdA’er in de ziekenhuiswereld zal vergaan. Want hoe lastig zijn taak daar kan gaan uitpakken, blijkt alleen al uit de regelmaat waarmee mensen in zo’n positie mislukken. En dat hoeft ook niet te verbazen, gezien de complexheid van de taak.

Maar dit betekent ook, dat wie het juist heel góed doet als ziekenhuisbestuurder, hiermee laat zien ook geschikt te zijn voor nog groter, of in elk geval ander, bestuurderswerk. En misschien geldt dit ook wel voor succesvolle bestuurders van grote zorgverzekeraars. Dus waarom zien we zo weinig carrièrestappen in omgekeerde richting: van de top van de zorgwereld naar de Haagse politiek? Lang geleden gebeurde dit nog wel eens, denk aan Els Borst bij D66, maar veel actuele voorbeelden, in de zin van Haagse tópposities, schieten mij niet snel te binnen. En dat is eigenlijk best vreemd, en ook jammer.