Eindelijk dan toch

Minister Edith Schippers kondigde enige tijd geleden al aan dat 2015 het jaar van de transparantie moet worden. Eerder deze week maakte ze in een brief aan de Tweede Kamer duidelijk welke concrete stappen ze zet om dit doel te verwezenlijken. Het eerste wat ik dacht toen ik haar belofte hoorde was: ‘Famous last words?’ Het eerste wat ik dacht toen ik de brief las, was: ‘Eindelijk dan toch’.

De kern is namelijk dat Schippers zorgaanbieders, sectoren en beroepsgroepen die er onvoldoende werk van maken hun kwaliteit inzichtelijk te maken voor degenen om wie het gaat – de patiënten – gaat aanpakken. Het Kwaliteitsinstituut, dat ondanks de ‘doorzettingsmacht’ waarover het beschikt tot nu toe vrij onzichtbaar is gebleven, wordt tot dit doel eindelijk in stelling gebracht. Het gaat de achterblijvers in kaart brengen en aansporen tot actie. Blijft die actie uit, dan volgen maatregelen.

Vooralsnog beperken die maatregelen zich tot een boete van de Nederlandse Zorgautoriteit, als die niet de data ontvangt van de achterblijvers waarop het Kwaliteitsinstituut nu gaat hameren. Daarmee wordt weliswaar nog steeds niet die doorzettingsmacht aangeboord, maar het is de vraag of die dan nog nodig is. Het is zelfs de vraag of het daadwerkelijk innen van de boete nog heel veel verschil maakt. Geen enkele zorgaanbieder wil erop aangesproken worden dat hij zijn zaakjes niet op orde heeft. Zeker niet als dit feit in de publiciteit wordt gebracht en de (sociale) media er dus mee aan de haal kunnen gaan.

Toch blijft het vreemd dat het Kwaliteitsinstituut pas nu, negen jaar na de stelselherziening, zo sterk in stelling wordt gebracht. De aandacht voor de kwaliteit vanuit het patiëntenperspectief wordt daardoor pas nu zorgbreed afgedwongen. Het had het uitgangspunt van de stelselherziening moeten zijn, niet het sluitstuk.

 

Delen