Emancipatie

Mantelzorgers die hun zorgtaak combineren met een baan, weten vaak niet dat ze recht hebben op vrije dagen. Dat werkgevers weinig behoefte voelen om hen hierover te informeren, begrijp ik nog. Maar dat werknemers die geconfronteerd worden met een mantelzorgtaak er niet naar vragen, bevreemdt mij. Zijn ze zo geconditioneerd op de aanname dat versoepeling op het werk wel niet zal kunnen dat ze niet eens de moeite nemen om de mogelijkheid te onderzoeken? Of denk ik nu te negatief en zijn de mensen die bereid zijn zich in te zetten voor mantelzorg hetzelfde type mensen dat een arbeidsethos heeft dat primair gestoeld is op de gedachte: ‘Het moet nu eenmaal, dus niet zeuren verder’.

Ook als dit laatste het geval is – en dat denk ik eigenlijk wel – is dit geen reden om de bestaande situatie maar op zijn beloop te laten. De berichten over overbelaste en zich eenzaam voelende mantelzorgers laten zich niet negeren. Zeker niet in het licht van de voorgenomen transitie van de langdurige zorg, waarin de roep om mantelzorg alleen maar sterker wordt. De mantelzorg zal hierbij niet meer beperkt kunnen blijven tot de wat oudere vrouwen die zelf niet meer in het arbeidsproces zitten. Hoogleraar actief burgerschap Evelien Tonkens waarschuwde al dat emancipatie van de functie onontkoombaar is. Ook de mannen van deze vrouwen zullen aan de slag moeten.

Maar het gaat verder dan dat. Als de transitie doorgaat zoals VWS die voor ogen staat, zullen ook de jonge generaties aan de slag moeten als mantelzorgers. De mensen dus die nog volop in het arbeidsproces zitten. Dit vraagt om gericht werkgelegenheidsbeleid en verandert de structuur van onze hele samenleving.

Delen