Geen zorg

Gisteren mochten wij als kiezers duidelijk maken over welke zaken wij ons op gemeentelijk niveau druk maken. En welke zaken zijn dat? Dat zijn winkeltijden, openbaar vervoer, cameratoezicht en de vraag of de bibliotheek en het zwembad volgend jaar nog bestaan.

De ‘belangrijkste gemeenteraadsverkiezingen ooit’ gingen dus voor de kiezers toch weer gewoon over dezelfde zaken waar ze altijd over gaan, zo wees een analyse van de Volkskrant uit. Het ging voor de meeste mensen dus niet over de vraag wat het betekent dat de jeugdzorg naar de gemeenten gaat. Het ging niet over de sluiting van verzorgingshuizen. En het ging niet over de roep die op de burger wordt gedaan om meer over te gaan hebben voor zijn kwetsbare medemens, zodat diens beroep op de formele zorg beperkt kan blijven.

Waar ging het fout? Vooral bij de landelijke politici, die zich maar wat graag op de voorgrond drongen om juist wél over deze thema’s te spreken. Blijkbaar was dat veilig voor de kiezers, en konden ze zich hierdoor in slaap laten sussen met de gedachte dat alle op handen zijnde veranderingen toch nog vooral een landelijke kwestie zijn. En het was veilig voor de wethouders, die zich door het op de voorgrond treden van de landelijke politici blijkbaar ontslagen zagen van de plicht om de kiezers hierover zelf te informeren. Dat zij dit liever niet al te nadrukkelijk deden is logisch. De boodschap ‘U gaat meer zelf doen want wij gaan minder geld voor u overhebben’ is geen stemmentrekker.

Blijkbaar ontbrak dus nog steeds de urgentie om de boodschap over de veranderingen in de langdurige zorg dusdanig dichtbij de kiezers te brengen dat die van het besef doordrongen werden dat er écht iets aan de hand is.

Delen