Geweldig land, maar…

India is een fantastisch land. Iedereen zou er in zijn leven minstens één keer naar toe moeten. Zó veel, en zó veel bijzonders, valt daar te zien, te doen, te beleven in de breedste zin van het woord. En niet te vergeten: te proeven.

Mijn eigen India-gevoel is sinds een paar weken weer helemaal terug, door een BBC-serie van de Engelse chef en televisiekok Rick Stein. Wat mij betreft de beste kooktelevisie ooit gemaakt, vanwege het ongekend aanstekelijke enthousiasme waarmee Stein door dit enorme land trekt, overal op zoek naar de beste recepten. De vier afleveringen die al zijn uitgezonden, vindt u moeiteloos op YouTube. Maar er komen er nog twee, om te beginnen komende maandagavond,dus mis dit niet.

Zelf bezocht ik India vier keer, maar dit is alweer een flinke tijd geleden. Sindsdien is daar veel veranderd, vooral door een stevige liberalisering van de Indiase economie, die tot dan toe zat verstrikt in een stroperig moeras van allesomvattende staatsbemoeienis. Na deze hervorming volgde een periode van ononderbroken economische groei van ruim 8 procent per jaar, die honderden miljoenen Indiërs welvaart bracht.

Maar in India wonen nu ruim 1,2 miljard mensen, en ondanks alle vooruitgang zijn er ook nog steeds honderden miljoenen straatarmen aan wie dit is voorbijgegaan. Niemand minder dan Amartya Sen, de intussen 79-jarige Cambridge- en Harvardhoogleraar die in 1998 de Nobelprijs voor economie kreeg, maakt in een net verschenen boek een balans op van wat India’s ‘economische wonder’ wel en niet tot stand heeft gebracht.

En dan blijkt dat diezelfde Indiase overheid die zich decennialang op allerlei terreinen met veel te véel bemoeide, op andere fronten nog steeds juist veel te wéinig doet. Dit laatste betreft vooral onderwijs en gezondheidszorg, waarin India ver achterblijft bij wat veel andere ‘groeilanden’ presteren; met China voorop, waar nu 91 procent van de bevolking alfabeet is, tegen 65 procent in India.

In gezondheidszorg doet India het zelfs nog slechter dan een Zuid-Aziatisch buurland als Bangladesh, waar 73 procent van alle kinderen volledig wordt gevaccineerd, tegen 43 procent in India. En in geen land ter wereld sterven zo veel kinderen als in India: 1,7 miljoen per jaar, vooral door eenvoudig te voorkomen kwalen zoals diarree.

Amartya Sen schrijft: “India’s health-care system is an unregulated mess. The poor have to rely on low-quality – and sometimes exploitative – private medical care, because there isn’t enough decent public care. While China devotes 2.7 per cent of its gross domestic product to government spending on health care, India allots 1.2 per cent.”

De gevolgen zijn vooral zichtbaar op het platteland, ver van de bruisende metropolen, historische steden en soms fraaie kusten waar je als toerist doorgaans verblijft. Maar de realiteit van dit alles is hier niet minder om. Ook Rick Stein ziet dit onder ogen, en vertelt in zijn BBC-serie over hoe je als reiziger kunt worden overweldigd door de bedelaars, de slums, de pure armoede. Maar met “in the end, a realization that you can’t change anything. So you might as well celebrate what you find to love. Because there is so much to love in India.”

Met dat laatste heeft Rick Stein helemaal gelijk. Maar of er nou echt niks te veranderen en verbeteren valt? Juist op het vlak van gezondheidszorg vallen (ook) van buitenaf dingen te ondernemen, en één man die het goede voorbeeld geeft is niemand minder dan Bill Gates. Die is in India een reguliere gast en heeft met zijn eigen Foundation, die vooral actief is in gezondheidszorg, al veel voor dit geweldige land gedaan. Laat velen hem hierin volgen.

Delen