Goedbedoelende zakkenvullers

Flip Vuijsje
Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie; was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto, en heeft zijn eigen bureau voor redactionele hulp bij zorgpublicaties (www.bureauflipvuijsje.nl). Lees alle artikelen van Flip Vuijsje

Waaraan herken je een goed boek over de gezondheidszorg? Onder meer aan blijvende actualiteitswaarde. Vorige week baarde de Volkskrant veel opzien, ook elders in de media, door te laten zien hoe gemakkelijk je op frauduleuze gronden een lucratieve kliniek voor verslavingszorg kan openen. Maar oplettende lezers van het Dagblad van het Noorden zullen hiervan niet raar hebben opgekeken. Al jarenlang kunnen zij de publicaties volgen van verslaggever Arend van Wijngaarden. Die is gespecialiseerd in zorgkwesties, en deed zelf al zo veel dieptejournalistiek onderzoek naar financiële ontsporingen in ons zorgstelsel, dat hij zijn bevindingen afgelopen najaar kon bundelen in een boekuitgave, met als titel Zeven vette jaren in de zorg.

Zes cases worden in Van Wijngaardens boek beschreven. De meeste in de care, maar ook twee in de cure. Een van die laatste, het maagoperatiesschandaal in het Scheper Ziekenhuis in Emmen, is juist deze week weer in het nieuws, nu het Openbaar Ministerie heeft gereageerd op de uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek naar de voormalige maagchirurg Nick R. Die kan ondanks 17 aangiftes, waaronder zes keer beschuldiging van dood door schuld, voor maar één zaak kan worden vervolgd. (“Buitengewoon onbevredigend en verschrikkelijk zuur voor de slachtoffers”, vindt het OM.)

Verder beschrijft Van Wijngaarden uitgebreid twee schandaalkwesties in de thuiszorg, waaronder het faillissement van Meavita; de ‘ligdagenfraude’ in het Lucas Ziekenhuis in Winschoten; de fraudegevoeligheid van persoonsgebonden budgetten; en de ‘strafkamp’-achtige gang van zaken op een zorgboerderij daar in het Noorden.

Arend van Wijngaarden kan deze kwesties mede tot goed leven brengen doordat hij, schrijft hij zelf, als verslaggever voor een regionale krant veel directe persoonlijke reacties krijgt. Van patiënten en cliënten ‘die meemaken wat er goed of fout gaat’ of ‘die vermeende medische fouten melden of juist enthousiast zijn over nieuwe behandelmethoden’. En ook dit maakt zijn boek de moeite waard: hij probeert steeds alle kanten van een verhaal te belichten, en laat zo regelmatig zien dat, ook bij ‘schandalen in de zorg’, je soms meer grijstinten vindt dan scherp afgebakend zwart-wit.

Ook wijst Van Wijngaarden er steeds weer op dat veel misstanden en misstappen van medische professionals en zorgondernemers in de hand worden gewerkt door ons nieuwe zorgstelsel, dat met zijn nadruk op marktwerking dit soort zaken vergemakkelijkt en misschien zelfs wel uitlokt. Op het eind van zijn boek spreekt hij een keer van ‘goedbedoelende zakkenvullers’, die vaak heel hard werken en oprecht zo veel mogelijk mensen willen helpen, maar die uiteindelijk toch ontsporen, in een soms sluipenderwijs proces, door een financieringssysteem dat ‘te vaak pervers werkt’.

Maar hoe dan ook loopt er van dit soort zakkenvullers, schrijft Van Wijngaarden, in de Nederlandse zorg ‘een fors aantal rond’. En dit brengt mij, wat betreft zijn boek, tot twee conclusies. De zaken die Van Wijngaarden beschrijft, zijn te ernstig van aard en te omvangrijk van scope om af te kunnen doen als alleen maar ‘incidenten’ zonder systemische dimensie. En dat Zeven vette jaren in de zorg tot nu toe in zorgwereld-vakmedia zo weinig aandacht kreeg, is niet zoals het hoort.