Hart voor kwaliteit

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Het lijkt zo futiel, een winst van één procent. Maar als je beseft dat het om 160 patiënten per jaar gaat, is het ineens een ander verhaal. Patrick Klein, cardiothoracaal chirurg in het St Antonius Ziekenhuis, haalt dit gegeven aan in het bericht  over de winst van samenwerking op het gebied van de cardiochirurgie. Die ene procent heeft betrekking op bypass-operaties en hartklepvervangingen. Bij beide is het risico op overlijden gedaald van drie naar twee procent. En omdat per jaar 16.000 hartoperaties worden verricht, scheelt dit dus 160 mensenlevens.

Het verschil zit in samenwerken in plaats van vakgenoten als concurrenten zien en denken dat je zelf de beste bent. Die samenwerking heeft de afgelopen jaren vorm gekregen in het programma Meetbaar Beter, waaraan inmiddels cardiologen en cardiothoracaal chirurgen uit negentien ziekenhuizen deelnemen. Zelf omschrijven ze Meetbaar Beter als: ‘een wetenschappelijk onderbouwd programma dat met behulp van patiëntrelevante uitkomstindicatoren op een artsgedreven én patiëntgerichte manier werkt aan de verbetering van kwaliteit en transparantie van zorg in de deelnemende hartcentra’.

In mijn blog schrijf ik vaak over kwaliteit van zorg. En steevast krijg ik dan van een paar lezers de reactie dat kwaliteit van zorg niet meetbaar zou zijn. De 160 patiënten waarover Klein het heeft, zijn het – levende – bewijs van het tegendeel.

 

7 Reacties Reageer zelf

  1. ANH Jansen
    Geplaatst op 25 november 2015 om 13:47 | Permalink

    Dat er 160 mensen meer in leven zijn na een operatie aan hart en kleppen te hebben ondergaan in Nederland indien de overige ziekenhuizen het Eindhovens model overnemen zegt niet zo heel erg veel; er is wat meer informatie nodig die er toe doet.

    Wat wel erg is dat er 160 mensen blijkbaar vermijdbaar en onnodig stierven door nalatigheden van het OK team die op simpele wijzen konden worden voorkomen. Dat roept de vraag op hoe dat gaat bij andere operaties en ingrepen.

    ‘Ons sterftepercentage in Eindhoven voor hartchirurgische ingrepen was 3,4 procent. Dat was keurig en daar zaten we al jarenlang op. We hebben heel ons proces minutieus doorgenomen en onze data vergeleken met andere ziekenhuizen. We zitten nu op 2,2 procent.”

    Nietszeggend percentage als je niet weet welke prestaties en uitkomsten er kunnen worden geleverd binnen en buiten Nederland.
    Wat is de benchmark?

    In NHS land Engeland doen ze het zo;

    http://www.scts.org/default.aspx

    http://www.scts.org/patients/hospitals/centre.aspx?id=32&name=john_radcliffe_hospital

    Prima informatie.

    En dan nog de readmissions binnen 30 dagen en de overlevingstijd na 5 en na 10 jaar.

    En of je direct terecht kan of moet wachten en hoelang dan en wat dan de sterfte is tijdens de wachttijd.

    Dat 160 mensen nog in leven zijn is nog geen teken van kwaliteit. 352 overlijden er nog steeds op de operatie tafel. Hoeveel er zijn overleden tijdens de wachttijd en hoeveel erna overlijden is onbekend. En wat is de kwaliteit van leven van degenen die nog in leven zijn?

    En over de kosten van de operaties in Engeland wordt niet gesproken. De van rechtswege verzekerden hoeven zich daar niet druk over te maken; keuze voor de goedkoopste hartoperatie is daar geen issue. Kom daar in Nederland eens om.

    We besparen de Eindhovenaren de uitkomsten van Mayo Clinic.

    Hard voor kwaliteit werkt beter dan hart voor kwaliteit.

  2. H. de Klerk
    Geplaatst op 25 november 2015 om 21:33 | Permalink

    Professionals onderling.
    Op zoek naar verbetering.
    Geen bemoeienis van buitenaf.
    Zie toch waar dat toe kan leiden.
    Verzekeraars hebben helaas geen enkele toegevoegde waarde.
    Een zorg zonder verzekeraars ondenkbaar? Wat een gotspe.
    Geef professionals meer ruimte, dat is de boodschap.

  3. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 25 november 2015 om 22:14 | Permalink

    De toegevoegde waarde van de zorgverzekeraars is zorgaanbieders uit te dagen tot het leveren van kwaliteit zodat ze daarop kunnen inkopen voor de verzekerden.

  4. Jelmer
    Geplaatst op 25 november 2015 om 23:06 | Permalink

    Het was te verwachten dat uw opdrachtgever met deze resultaten aan de haal zou gaan.
    Toch vind ik nergens een link naar de inspirerende aanwezigheid van ZN in dezen.

  5. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 26 november 2015 om 08:12 | Permalink

    Dat “aan de haal gaan” moet u even duiden voor me want ik begrijp u niet.

  6. anh jansen
    Geplaatst op 26 november 2015 om 12:09 | Permalink

    ‘De toegevoegde waarde van de zorgverzekeraars is zorgaanbieders uit te dagen tot het leveren van kwaliteit zodat ze daarop kunnen inkopen voor de verzekerden’.

    Zegt FvW.

    Daar heb je geen verzekeraars voor nodig. Dat terzijde.

    De Nederlandse verzekeraars hebben hart voor geld. Zij geloven uitsluitend in financiële prikkels om de zorg te verbeteren als deze goedkoper kan; meetbaar beter in de ZorgSpeak van ZN/ZN-leden.

    Het systeemmodel Zorgstelsel 2006 is gebaseerd op economische prikkels en die gedachte zit diep bij de verzekeraars; CZ biedt de betrokken ziekenhuizen nu extra geld als zij meetbaar kwaliteit leveren mbt deze ingrepen. Dat is dus geen extra geld. Dat extra geld wordt elders teruggehaald. Het totale budget mag van de Minister immers niet stijgen!

    Geld als prikkel om je werk goed te doen? Daar moet je verzekeraar voor zijn om dat te bedenken.

    In Engeland, de NHS, geloven ze meer aan benchmarken en openbaarheid en volledige transparantie in data. Dat prikkelt mensen meer om niet publiekelijk de slechtste van de groep te zijn, te blijven of te worden. Niet zozeer de schandpaal methode die in NL wordt aangehangen, maar de professionele benchmark en gewoon bij elkaar over de vloer gaan om te leren waar de lekken in het systeem zitten.

    Dat kan in een concurrerende markt niet. CZ betaalt de premie alleen voor CZ verzekerden. Die krijgen de meetbaar beste zorg is de gedachte. Allemaal naar CZ dan maar? Neen. Want als je als verzekerde bij CZ werkelijk lekt dan heb je pech.

    En wat als het budget van de ziekenhuizen is volgemaakt? Krijgen zij dan meer geld van de Minister/Verzekeraars? Of moeten verzekerden dan alsnog naar een niet meetbaar beter ziekenhuis met nog wel budget?

    Nederlandse verzekeraars zijn uitvoerende organen van het Ministerie en hebben daardoor geen enkele toegevoegde waarde.

    Zij hebben hart voor geld. Financiële prikkels zijn het enige waarin zij geloven. Zodra kwaliteit meer gaat kosten zijn zij er hard voor.

    En meetbaar beter? Wie vult de statistieken? Wie controleert de juistheid? Op de blauwe ogen van de verzekeraar of van de boekhouder van het MSB?

    Waar leiden financiële prikkels ook weer naar toe?

  7. anh jansen
    Geplaatst op 26 november 2015 om 12:17 | Permalink

    http://www.zorgvisie.nl/Kwaliteit/Nieuws/2015/11/Mayo-Clinic-komt-naar-Nederland-2724750W/

    Nou Frank van Wijck. Maak je borst maar nat en oefen maar flink op je Engelse taal en kom maar op met het interview dat je gaat houden met de vertegenwoordiger van Mayo Clinic.

    Hoe ziet een benchmark er uit? Wat moet je doen om de Benchmark van de wereld te worden en te blijven?

    En wat kost het? En wat krijg je er voor?

    Ex-Minister A Klink zei het al zelf: fantastische kwaliteit, maar dat gaan we in Nederland niet doen; dat hebben we er hier als Overheid en verzekeraar niet voor onze burgers over.

    En neem dus ook maar gelijk wat interviews af met bestuursvoorzitters van Nederlandse verzekeraars.

    Wat Mayo Clinic doet zit gewoon in het basispakket. Verzekerde zorg. Waarom krijgen NL verplicht verzekerden dat dan niet van de verzekeraars? Hart voor kwaliteit toch?