‘Het was de hel op aarde’

interview / Huisartsen verleenden noodhulp in Zuid-Turkije

De Rotterdamse huisartsen Shakib Sana en Bünyamin Meral verbleven eind februari als hulpverlener bijna een week in het door aardbevingen getroffen gebied Adiyaman in Zuid-Turkije. 

Lang hoefden Shakib Sana (rechts op de foto rechtsonder) en Bünyamin Meral niet na te denken voor ze zich aansloten bij een initiatief van vrijwilligers – gefaciliteerd door Corendon – om hulpverleners naar Turkije te brengen. Daar werkten ze samen met een team van 21 Nederlandse artsen, verpleegkundigen, medisch studenten, een psycholoog én tal van lokale hulpverleners. 

“De eerste avond gingen we met het search and rescue team door de stad Adiyaman”, blikt Sana terug. “Ik wist natuurlijk dat de aardbeving veel schade had veroorzaakt, maar de aanblik van de stad was nóg huiveringwekkender dan ik had verwacht. Alles was compleet verwoest. Op een paar mensen na die hun huis bewaakten of nog hoop hadden hun geliefden te vinden, was iedereen weg. De gebouwen waar nog gezocht werd naar overlevenden waren hel verlicht door schijnwerpers, de rest van de stad was aardedonker. Je hoorde alleen af en toe het geluid van een blaffende hond en van machines die onder het puin naar mensen zochten. De stad was veranderd in een spookstad. Het was de hel op aarde. Er is die avond niemand meer gevonden.” 

De Nederlandse hulptroepen wisten van tevoren niet wat hun taak zou zijn. Na toestemming van de lokale rampen­bestrijdingscoördinatie werden ze ingezet op de campus van de universiteit van de stad Adiyaman. Huisarts Meral: “Daar was een heel groot opvangcentrum waar duizenden ontheemden, maar ook hulpverleners, vierentwintig uur per dag terecht konden voor hulp. Er werd dagelijks voor vele duizenden gekookt.

In twee kleine tenten én buiten, in de kou, deden we het werk dat we normaal gesproken ook doen. Er kwamen veel mensen met diabetes en hypertensie naar ons toe; al hun medicijnen lagen nog in hun verwoeste huizen. Ook waren er patiënten die slaapmedicatie of psychofarmaca nodig hadden, vanwege onder meer paniekaanvallen.” 

Sana: “Daarnaast hebben we veel wonden aan voeten en handen behandeld. Mensen hadden al drie, vier dagen hun schoenen niet uitgedaan of hadden uren achter elkaar geprobeerd mensen onder het puin vandaan te halen, soms met hun blote handen. En dan waren er nog veel mensen met longontsteking, keelontsteking, diarree en andere kwalen. We hebben zeker 2.000 patiënten gezien. Gelukkig was er een lokale apotheek waarmee we goed konden samenwerken, waardoor we snel konden handelen. Het was heel bijzonder om te merken dat je als Nederlandse huisarts zo veel kunt doen in zo’n gebied.”

Een omhelzing

Meral vertelt dat er ook veel mensen naar hen toe kwamen om alleen een praatje te maken, of voor een omhelzing. “Je hoeft vaak geen lange gesprekken te voeren; mensen willen gewoon hun verhaal kwijt. Al die verhalen hebben me diep geraakt. Ik heb af en toe wel een traantje gelaten. Er was iemand die 78 familieleden verloren had. Onvoorstelbaar.” 

Sana heeft ook regelmatig moeten slikken: “We zijn een dag meegeweest met een ambulance om te kijken of we in afgelegen dorpen nog konden helpen. Veel mensen hebben werkelijk alles verloren. Niemand is meer rijk, niemand is meer arm. Geld doet er niet meer toe. Iedereen is hetzelfde. Iedereen moet weer alles van de grond af aan opbouwen.”

‘Niemand is meer rijk, niemand is meer arm’

De huisartsen zagen de hulpverlening in het gebied waar zij werkten snel op gang komen. Elke dag opnieuw werd het Nederlandse team door de politie, lokale ambtenaren én militairen gevraagd wat ze nodig hadden om hun werk goed te kunnen doen. “Twee van de vier grote ziekenhuizen in de stad waren verwoest”, zegt Meral. “Het grootste was gelukkig nog intact, daar gingen ook alle ambulances naar toe. Wij zagen de tentbewoners, die erg dankbaar waren dat ze niet naar het ziekenhuis hoefden te lopen. Al heel snel kregen we versterking van lokale artsen en verpleegkundigen. Daardoor konden we bijvoorbeeld ook de nachtdiensten verdelen. Dat was fijn. Elke dag zag je dat de schaal, waarmee de hulpverlening op gang kwam, groter werd.”

Tentbewoners 

Sana: “Een aardbeving zorgt voor veel logistieke problemen, maar al snel kwamen er medicijnen en spullen uit andere delen van Turkije in dit gebied aan. Vraag en aanbod werden snel en goed op elkaar afgestemd. En binnen twee dagen hadden we al een veldhospitaal van 70 vierkante meter. Aanvankelijk met maar één behandelbank, maar dat werden er al snel zes. Hierdoor konden we een bank als spoedbank gebruiken voor het geval we een interventie moesten toepassen omdat iemand gestabiliseerd moest worden. Mensen in dit gebied zullen nog heel, heel lang hulp nodig hebben.”

Meral: “We hebben alles zo opgebouwd dat het niet meteen weer afgebroken hoeft te worden. Het hospitaal kan zeker een jaar op deze plek blijven staan. Met behulp van crowdfunding hebben we in Nederland geld opgehaald voor een AED en een mobiel ECG-apparaat. Ik denk dat we een mooi systeem hebben neergezet dat nog wel even overeind blijft.” 

Lange adem 

Meral en Sana zijn dankbaar dat ze naar Turkije konden gaan om te helpen. Direct na de aardbeving wilden ze allebei onmiddellijk naar het gebied. Niet omdat ze er familie hebben; ze wilden gewoon graag helpen. “Maar je kunt niet zomaar in je eentje gaan”, zegt Sana. “Je bent gebonden aan lokale regelgeving en protocollen. Dus ik ben blij dat we dit in teamverband konden doen. Natuurlijk slaap je weinig en maak je lange dagen, maar dat is niets vergeleken met alles wat de mensen daar doormaken. Ik heb een week niet kunnen douchen en heb het erg koud gehad. Jammer, maar meer is het niet; ik kon op een gegeven moment gewoon naar huis. Begrippen als ‘huis’ en ‘thuis’ bestaan voor deze mensen niet meer. Wat ik gedaan heb, is een druppel op een gloeiende plaat, maar voor die mensen was het belangrijk.” 

Meral: “Ik heb gevraagd of er nu genoeg hulp is in het gebied. Dat is zo. Er zijn inmiddels genoeg zorgverleners en ambulances. Ze hebben onze medische hulp niet meer nodig. Het gaat goed met de hulpverlening en ik ben blij dat ik daar een heel, heel kleine bijdrage aan heb kunnen leveren. Maar ik hoop wel dat er aandacht blijft voor deze ramp. Want om dit gebied weer op te bouwen, is een heel lange adem nodig.”

Delen