Oliebol

Het sloeg negen jaar geleden in als een bom: de eerste ziekenhuis top-100 die het Algemeen Dagblad publiceerde. Het Albert Schweitzer Ziekenhuis stond dat jaar, 2005, op de 63ste plaats. En ik kan me helemaal voorstellen hoe de bestuurders die dag verbeten tegen elkaar zeiden: “Verdomme jongens, we moeten omhoog.” Nou, dat is ze dan gelukt.

Is het Albert Schweitzer Ziekenhuis daarmee dan nu ook echt het beste ziekenhuis van Nederland? We zullen het niet weten, want zoals enkele critici al terecht opmerkten, maakt het AD ieder jaar een andere selectie uit het totale aanbod aan indicatoren. De samenstellers van de lijst vergelijken dus appels met peren en daar word je als consument niets wijzer van.

De vraag is dus: wat hebben we als consumenten aan zo’n lijstje? Het antwoord is: niets, en om twee redenen. De eerste is dat we niet allemaal in Dordrecht wonen en dus niet allemaal naar het Albert Schweitzer Ziekenhuis kunnen als dat nodig is. De tweede reden is dat we niet naar een ziekenhuis gaan als we iets mankeren. We gaan naar een orthopeed als we een nieuwe knie nodig hebben, of naar een cardioloog als er iets mis is met ons hart. We willen dus niet weten welk ziekenhuis het beste is, maar welke behandelaar de beste papieren heeft voor elke individuele behandeling.

Kortom, de AD ziekenhuis top-100 heeft zichzelf ruimschoots overleefd. En deze krant doet er daarom goed aan zich maar weer gewoon toe te leggen op de enige test die we eenmaal per jaar allemaal écht belangrijk vinden: de oliebollentest. Daar hebben we als consumenten wat aan, want een oliebol is nu eenmaal altijd een oliebol.

Delen