Olympische roem

De Olympische Spelen in Rio de Janeiro beginnen volgende maand. Elisabeth Willeboordse, Marjolein Bolhuis-Eijsvogel en Alette Sijbring werken nu in de gezondheidszorg maar wonnen in een eerder leven een medaille. “Die ene olympische bronzen plak is mij meer waard dan twee keer goud bij het EK.”

Tekst: Richard Hassink

Donderdag 21 augustus 2008 staat in het geheugen gegrift van arts-assistent Alette Sijbring, want dat was de dag dat ze als speelster van het Nederlandse waterpoloteam goud won bij de Olympische Spelen in Peking. “We waren absoluut niet de favoriet, dus toen we in de finale van de Verenigde Staten wonnen, was ik helemaal door het dolle, maar daarnaast was er ook ongeloof: droom ik, wat hebben we gedaan?”

Ook arts en oud-judoka Elisabeth Willeboordse zal de dag dat ze brons won bij de Spelen in Peking nooit meer vergeten. “Ik stond stijf van de zenuwen. Toen ik in de kwartfinale verloor, was ik helemaal overstuur en wilde ik niet verder judoën. Guillaume (Elmont, collega-judoka die in Peking in zijn gewichtsklasse vijfde werd, red.) gaf me een schop onder m’n kont en zei: ‘Vandaag is niet de dag om te janken, ga ervoor’.” Willeboordse vermande zich, won in de herkansing alle partijen en sleepte een bronzen medaille uit het vuur. Een medaille waar ze erg trots op is, getuige de handtekening onder haar e-mail waarin wel de bronzen plak van Peking is opgenomen en niet de twee gouden medailles die ze bij de EK’s in 2005 en 2010 won. “Klopt, die ene bronzen olympische plak is voor mij veel meer waard. Dat komt ook door alle aandacht die de buitenwereld ervoor heeft. Ik weet nog dat ik voor de Spelen door wildvreemden, die niet heel veel met judo hadden, werd aangemoedigd. Dat legde sowieso meer druk op me.”

Lees verder (pdf).

AA07-2016p017