Op een kier

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

“Als co-assistent ben ik opgevoed met het idee dat de farmaceut alleen samenwerkt met dokters die bereid zijn hun integriteit te verkopen”, schrijft co-assistent Richard Supheert op de website van Medisch Contact. Een zinnetje waarachter werelden schuilgaan. Bedoelt hij te zeggen dat dit onder artsen slechts het beeld is van de farmaceutische industrie? Of bedoelt hij te zeggen dat veel artsen die de samenwerking met een farmaceutisch bedrijf zijn aangegaan er daadwerkelijk achter gekomen zijn dat ze onderweg ergens hun ziel zijn kwijtgeraakt aan de duivel?

Beide beelden zijn onwenselijk. Het eerste omdat het suggereert dat de hele farmaceutische sector niet deugt. Het tweede omdat de farmaceutische industrie en de medische wetenschap elkaar keihard nodig hebben. Terecht stelt Supheert dan ook dat artsen en farmaceuten elkaar op een eerlijke manier zouden moeten kunnen vinden om samen te werken aan goede en vooruitstrevende zorg. Co-assistenten al met de paplepel ingeven dat de farmaceutische industrie niet deugt, helpt niet om dit doel te bewerkstelligen en werpt een barrière op voor – onmisbaar – wetenschappelijk onderzoek.

De blik in de spiegel van de farmaceutische industrie mag echt nog kritischer

Natuurlijk past hierbij de kanttekening dat de farmaceutische industrie het zichzelf niet gemakkelijk heeft gemaakt. We zien farmaceutische bedrijven die een prijsbeleid voeren dat volstrekt niet door de beugel kan. En we zien de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen die heel veel tijd nodig heeft gehad om hierop te reageren met een gedragscode, die vrijwillig is en dus geen garantie biedt  voor fundamentele verandering, eens temeer omdat de cowboys die de markt verpesten vaak geen lid zijn van deze vereniging. De blik in de spiegel van de farmaceutische industrie mag echt nog kritischer. Maar de medische wetenschap moet wel de deur open houden. Misschien op dit moment even op een kier, gelet op wat er allemaal speelt, maar toch.

3 Reacties Reageer zelf

  1. Joep Scholten
    Geplaatst op 19 september 2018 om 21:35 | Permalink

    Het blijft wonderbaarlijk dat er artsen zijn die er prat op gaan niets met de farmaceutische industrie te maken willen hebben. Dat ze zoiets ook nog overdragen aan de jonge mensen die ze opleiden, is ronduit bedenkelijk.

    In mijn 35 jarige ervaring als verkoper in allerlei gradaties bij een zevental innoverende farma bedrijven, kwam ik ze tegen. Soms kwam de ware aard uit de mouw van hun niet ontvangen: ze voelden zich vaak een lulletje rozenwater tijdens zo’n gesprek, wisten ze te vertellen.
    ‘Je kunt ook vragen stellen,’ hield ik ze altijd voor.

    Feit blijft dat de medische wereld en zijn patiënten niet zonder die industrie kunnen. En andersom. Blijf dus in gesprek met elkaar en durf eisen te stellen aan het niveau van je gesprekspartner.

    Dat artsen die wel in gesprek zijn en blijven met de industrie dus op voorhand verdacht zijn en met hun integriteit te koop lopen, is zo’n vooroordeel die hoort bij een kleine geest. Ik zou er niet mee te koop durven lopen.

    En nu dat streven van de Innoverende Farmaceutische Industrieën om een gedragscode op te stellen. Ik wil niet twijfelen aan de goede bedoelingen, maar iedereen weet dat zo’n directeur Nederland niet meer is dan een puppet on a string van de CEO ergens ver weg. En die is vaak net zo’n ledenpop van de aandeelhouders die, als het erop aan komt, altijd kiezen voor een zo hoog mogelijk rendement. Farmaceutische bedrijven wijken in dat verband niet af van andere multinationals

    Hoe verander je dat?
    Meer en intensiever samenwerken met universiteiten die eisen durven stellen, is een must. Durf keihard zakelijk te zijn want zij hebben u net zo hard nodig als andersom.

    Wat ook zou helpen is een ander type mens op leidinggevende functies. Daar ligt een schone taak voor de personeelsboeren (HR managers) Dus in plaats van de carrière bewuste pleaser die de grens tussen conformeren/accommoderen en collaboreren niet weet, benoem liever een dwarsligger op die plek. Zo’n iemand die chronisch lijdt aan het spoorbielssyndroom, want die druk je geen onwerkelijke begrotingen door zijn strot of laat zich ook niet opzadelen met een half crimineel prijsbeleid.

    Zo’n iemand geeft tegengas en doet dat zeer effectief omdat hij zich gesteund weet door de medische stand waarmee hij samenwerkt.

  2. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 19 september 2018 om 22:24 | Permalink

    Dat keihard zakelijk durven zijn en de goede vragen stellen is inderdaad precies het goede uitgangspunt voor die samenwerking. Opleiders die coassistenten voorhouden dat je niet met de farmaceutische industrie zou moeten wíllen samenwerken, zijn hun positie als opleider onwaardig.

  3. W.Langeveld
    Geplaatst op 20 september 2018 om 22:51 | Permalink

    Een interessante discussie.

    Ik lees onder meer een boeiende bijdrage van de heer Scholten:

    1. ” In mijn 35 jarige ervaring als verkoper in allerlei gradaties bij een zevental innoverende farma bedrijven, kwam ik ze tegen. Soms kwam de ware aard uit de mouw van hun niet ontvangen: ze voelden zich vaak een lulletje rozenwater tijdens zo’n gesprek, wisten ze te vertellen.
    ‘Je kunt ook vragen stellen,’ hield ik ze altijd voor.”

    2 ” Dat artsen die wel in gesprek zijn en blijven met de industrie dus op voorhand verdacht zijn en met hun integriteit te koop lopen, is zo’n vooroordeel die hoort bij een kleine geest”

    3 Een voor sommigen onnavolgbare U bocht over het volgende:

    ” maar iedereen weet dat zo’n directeur Nederland niet meer is dan een puppet on a string van de CEO ergens ver weg. En die is vaak net zo’n ledenpop van de aandeelhouders die, als het erop aan komt, altijd kiezen voor een zo hoog mogelijk rendement. Farmaceutische bedrijven wijken in dat verband niet af van andere multinationals ”

    Het lijkt bijna dat de heer Scholten zich geen raad weet met de Farmaceutische industrie.

    Enerzijds ” lulletje rozenwater” als je niet meedoet.
    En anderzijds “puppet on a string” als je wel meedoet.

    Gelukkig is de heer Scholten inmiddels communicatieadviseur.

    Hij zal dus vast zijn punt kunnen maken.

    Terug naar het onderwerp:
    Er zijn journalisten die hun vak wel serieus nemen.
    Kijk eens naar:

    https://decorrespondent.nl/1856/waarom-de-farmaceutische-industrie-niet-in-nieuwe-medicijnen-investeert/111659370944-4b30e185

    ” De markt voor medicijnen ter bestrijding van veelvoorkomende chronische ziekten zoals depressie of diabetes is zo groot dat het eerder loont te investeren in een ‘ik ook’-medicijn, dan in een revolutionair nieuw medicijn waarvan de opbrengsten onzeker zijn. ”

    ” De farmaceutische industrie investeert dus grotendeels niet in werkelijk nieuwe geneesmiddelen, maar in medische oplossingen waar eigenlijk al oplossingen voor waren.”

    ” Slechts 1,44 procent van het budget van de farmaceutische industrie wordt gestoken in het ontwikkelen van volledig nieuwe medicijnen”

    Keihard zakelijk durven zijn en de goede vragen stellen?
    De heer van Wijck heeft het helaas ( opnieuw) bij het rechte eind.

    ( PS mijnheer Scholten, destijds had u uw diagnose al klaar, waar het gaat om het overlijden van de heer Tromp uit Tuitjenhorn. Ik citeer:

    ” Vanaf het prille begin had ik een wrange smaak over het handelen van een aantal artsen in dit geheel. Zo kun je bij het mentale welzijn van Tromp een heleboel vragen stellen.”

    ” Op 28-10-2013 om 15.47 uur stuurde ik Prof. Dr. Henk C.P.M. van Weert een email, getiteld ‘de rafelranden van persoonlijkheid’ met daarin een 2 tal vragen:”

    En:

    ” Geachte heer Langeveld
    Sprekend over de rafelranden van een persoonlijkheid impliceert dat geen mens daarvan gevrijwaard is. Kunst is het om anderen daarvan zo min mogelijk schade te laten ondervinden. Het beroep van arts betekent nu eenmaal dat je te maken krijgt met mensen in een kwetsbare positie. Hen zoveel mogelijk vrijwaren van die rafelrandjes waanzin van de man/vrouw in de witte jas, lijkt me een taak van de medische stand als geheel.
    Als praktiserend arts ben je gezegend wanneer in je naaste omgeving collega’s, mondige verpleegkundigen of secretaressen het tot hun taak rekenen om het welzijn van patiënten de hoogste prioriteit te geven. Helaas is de praktijk vaak weerbarstiger. Onderlinge verhoudingen, doordesemt met ego’s, hiërarchische structuren, etc, staan dit vaak in de weg. Soms gaat het echt fout en dan hoop je dat er ergens een persoonlijkheid uit de schaduw treedt die de juiste stappen neemt. ”

    Nu de IGZ eind 2018 haar eigen conclusies trekt, neem ik aan dat u, specialist-communicatie adviseur, de zorgwereld iets wilt zeggen?

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*