Op één been

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Fysiotherapeuten mogen beslist hun diensten aanbieden bij jeugdsportclubs. Maar heeft woordvoerder Dennis Young van Nationale Fysiotherapeutische Ondersteuning voor Sportverenigingen (NFOS) gelijk als hij het aanbieden van deze diensten omschrijft als zorg die nodig is? Dat voert ver.

Jeugdtrainer Jeroen de Groot van Zwaluwen Utrecht 1911 was natuurlijk naïef toen hij gisteren in de Volkskrant stelde dat hij het vooral zo aardig vond van de NFOS-fysiotherapeuten dat die hun diensten aanboden om kinderen van het meisjeselftal te screenen en er niet van uit te gaan dat dit geld zou kosten.

Ook zonder factuur is het overigens de vraag waarom veel sportclubs blij zijn met de fysiotherapeuten van NFOS. Zelfs een dienst die gratis is – voor die clubs dan – is niet per se waardevol. Wat is immers de waarde van een screening die er vooral op neerkwam dat de meisjes heen en weer moesten lopen en op één been moesten staan, zoals De Groot stelde.

Fysiotherapeuten die zich willen onderscheiden door preventie te bieden, zullen dus met een beter verhaal moeten komen dan dit. Kunnen ze dat niet, dan zullen ze het toch vooral moeten hebben van de behandeling van mensen die al wat mankeren. Daarin voelen ze zich tekort gedaan door de zorgverzekeraars, zegt een aantal fysiotherapeuten nu. Die sturen te veel op het aantal behandelingen.

Toch kan ik me voorstellen dat een verzekerde daar anders tegenaan kijkt. Stel, je hebt een aanvullende verzekering voor vijftien behandelingen en je hebt fysiotherapie nodig na een knieoperatie. Wil je dan een fysiotherapeut die je na tien behandelingen het gewenste resultaat biedt, of neem je genoegen met een andere die twintig sessies nodig heeft om tot hetzelfde resultaat te komen?