Over leven – Luisteren

Anita Kaemingk
Anita Kaemingk (54) is neuropsycholoog en docent consultatie en reflectie. In 2016 beschreef zij in de serie columns ‘Over leven’ haar ervaringen als patiënt met de gezondheidszorg. Lees alle artikelen van Anita Kaemingk

“Luister naar je lichaam”, adviseert de oncoloog. Als beginnend patiënt heb ik geen idee wat me te wachten staat. Is het goed om te bewegen of kan ik het beter rustig aan doen? Hoe kort geleden is het nog maar dat ik fris en fruitig rondrende? Dat maakt de schok van de diagnose nog groter. Van de weeromstuit vragen we de mening van andere oncologen. “We weten één ding zeker”, zeggen die, “en dat is dat je eerder doodgaat als je in bed gaat liggen.” Oké, liggen is duidelijk niet aanbevolen, maar wat kan ik dan nog wel?

Luisteren naar mijn lichaam dus, dat doe ik dan maar. Ik luister ’s ochtends als ik wakker word en mijn lichaam niet aan de praat krijg. Ik slaap veel die eerste maanden, haal met gemak tien uur. Opstaan gaat heel moeizaam, mijn lijf roept: ik wil helemaal niks, mag ik alsjeblieft blijven liggen? Maar de hond moet naar buiten en ik merk dat hoe steviger ik loop, hoe sneller ik me weer fris voel.

Ik luister ook als ik lig te herstellen van de buikoperatie en mijn lichaam alles wel best vindt. Van de narcose en vooral de morfine ben ik nogal passief geworden, ik begin te begrijpen waarom patiënten soms nergens voor te porren zijn. Mijn lijf vraagt lusteloos: waarom opstaan, waarom überhaupt bewegen? Maar ik heb ook vreselijk veel zin in een mango-komkommer-kokos-salade en ik merk hoe fijn het is om wél iets te doen.

Een ziek lijf wil niks meer, geen poeha en geen beweging

Ik luister als de klachten weer toenemen en ik het zitten niet kan volhouden. Mijn lijf zucht vermoeid: mag ik alsjeblieft gaan liggen? Maar de kaas is op, ik moet eerst nog met de fiets naar de winkel en ik merk dat het gevoel van uitputting langzaam wegtrekt.

En ik luister als ik me door de chemo beroerd en ellendig voel en zo veel pijn in mijn benen heb dat ik nauwelijks kan staan. Mijn lijf schreeuwt: mag ik in een hoekje kruipen en me niet verroeren tot alles voorbij is? Maar ik wil ook frisse lucht en ga eerst een stukje wandelen. Ik merk dat lopen best gaat, al beweeg ik een beetje vreemd. De zuurstof doet mij goed en als vanzelf wordt de wandeling langer.

Luisteren naar je lichaam, ik wist niet dat het zo moeilijk was. Toen ik nog gezond was, ging het vanzelf, maar een ziek lijf geeft heel andere signalen. Dat wil niks meer, geen poeha en geen beweging. Ondertussen voel ik me een stuk beter als ik wel beweeg en van alles doe. Vooral níet luisteren naar mijn lichaam dus. In ieder geval niet te veel.

“Maar je kunt ook gaan wándelen”, roept de oncologisch verpleegkundige door de telefoon, “je hoeft niet meteen te gaan rennen.” Ze belt om te horen hoe de eerste chemo is verlopen. “Wandelen doe ik elke dag al”, zeg ik. Ik voel me goed, beter dan vóór de chemo, en mijn lijf juicht: ik wil naar buiten en hardlopen! Ik besluit te luisteren naar mijn lichaam en merk hoe fijn het is om te rennen. Deze keer klopt het signaal.