Over leven – Welwillend

Anita Kaemingk
Anita Kaemingk (54) is neuropsycholoog en docent consultatie en reflectie. In 2016 beschreef zij in de serie columns ‘Over leven’ haar ervaringen als patiënt met de gezondheidszorg. Lees alle artikelen van Anita Kaemingk

“Kunt u het wel vinden?” De vrouw achter de desk knikt vriendelijk lachend naar me. “Uh, ja uh, ik heb een afspraak hier, maar ik denk dat ik in de verkeerde gang zit”, stamel ik verrast. “Zullen we dat dan even uitzoeken, wat is uw geboortedatum?” Van schrik laat ik mijn afsprakenbriefje vallen, zo veel welwillende hulpvaardigheid ben ik niet gewend. Ik ben net begonnen met radiotherapie en val van de ene verbazing in de andere. Wat is het hier goed geregeld, ik hoef zelden te wachten. En wat zijn de medewerkers allemaal vriendelijk en behulpzaam. Hoe zwaar de behandeling ook is, in De Bestralingskliniek doen ze er alles aan om stress te verminderen.

Een paar maanden later sta ik bij de balie van de revalidatieafdeling. “We hebben liever niet dat u de auto hier zet, er is weinig plaats en die willen we openhouden voor echt gehandicapte mensen.” Beteuterd kijk ik naar mijn uitrijkaartje. “Oh dat wist ik niet, het staat ook nergens.” De baliemedewerkster pakt het kaartje en stempelt het af. “Deze keer zal ik het nog toelaten.” Boiing! Mijn beide voeten landen hard op de betonnen vloer: ik ben weer terug in Het Ziekenhuis, ik was vergeten hoe het er daar aan toegaat.

Ik was vergeten hoe het eraan toegaat in Het Ziekenhuis

In Het Ziekenhuis is van alles heel erg belangrijk: planning, personeelsbezetting, koffiepauzes, DBC’s, behandelmodules, alles behalve patiënten. Verbluft loop ik naar buiten. Allerlei herinneringen aan pijnlijke onwelwillendheid komen naar boven. Ik denk aan de paniek van S., een oude broze man, die met een briefje weggestuurd wordt. “Afspraken moet u zelf maken meneer, volgt u de borden maar.” Ik denk aan de tranen van mijn schoonmoeder als ze vertelt dat niemand haar wilde helpen met het bellen van een taxi. Ze was slecht ter been, slechtziend en ze kon de telefoon niet bedienen. “Dat is niet mijn taak mevrouw”, was het antwoord. Ik denk ook aan mijn eigen boosheid toen de MRI-laborant naar mij siste: “U staat níet op de lijst, we gaan u níet scannen.” Het was zondagmiddag en ik was vervroegd en gealarmeerd teruggekomen van een weekend weg. De labuitslag was ernstig en de gynaecoloog had in allerijl een MRI laten plannen.

Ik bedoel maar te zeggen: een ziekenhuisbezoek kan zomaar een klein trauma opleveren. Oud of jong, ziek of niet, patiënten zijn altijd onzeker en kwetsbaar. Gelukkig tref ik het met Het Oncologiecentrum. Hier heerst een andere dynamiek. De patiënt wordt bij de hand genomen, er is aandacht, diagnostiek wordt geregeld, de planning loopt soepel en je wordt vriendelijk te woord gestaan. Doelmatig, efficiënt en vooral een zegen voor de patiënt. Maar het kan blijkbaar nog beter, dat laat De Bestralingskliniek zien.

“Wat een bedrijf hè?” Professor J. komt de wachtkamer van De Bestralingskliniek binnen en gaat naast ons zitten. “Ongelooflijk hoe goed ze het hier geregeld hebben.” J. kan het weten, hij heeft jarenlang succesvol leidinggegeven aan een grote afdeling in Het Ziekenhuis, nu is hij zelf patiënt. Ik knik instemmend: als je toch patiënt moet zijn, dan liever in deze kliniek. Het spreekuur van de radiotherapeut loopt uit, maar de koffie staat klaar en iedereen is attent. Rustig, bijna ontspannen zelfs, wachten we tot we aan de beurt zijn. J. mag eerst.