Rendementsillusie

De laatste tijd zie ik steeds meer advertenties over zogenaamde ‘buitenkansjes’. Vaak in de vorm van obligaties met een ‘vast’ rendement van bijvoorbeeld 7,5 procent met een omvang tot 5 miljoen euro en een investering vanaf € 100.000,-. Reken dan ook maar op de tekst: ‘Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen prospectusplicht voor deze activiteit’.

Humor hebben ze wel bij de AFM, want de verplichte afbeelding bij die waarschuwing is van een persoon met de hand in het haar en een groot vraagteken boven een eurosymbool. Alsof de AFM zegt: ‘Denk toch nog eens heel goed na, lieve mensen’. Het is zeker niet gezegd dat dergelijke aanbiedingen altijd leiden tot teleurstellingen, maar de geringe omvang doet de spreiding geen goed.

“Belangrijk uitgangspunt bij beleggen is spreiding”

Een belangrijk uitgangspunt voor een goede nacht­rust bij beleggingen is spreiding. Hoe beter een belegging gespreid is, hoe minder kans op sterk tegenvallend rendement. Als u met honderd andere beleggers één containerschip of vijf vastgoedobjecten koopt, dan is het superbelangrijk wat er met specifiek dat schip of die vijf objecten gebeurt. Een brand, aan de grond lopen of problemen met de verhuur zijn zaken die, als u pech heeft, nou net uw/jullie buitenkans raken en dan is die ‘vaste’ 7,5 procent opeens een illusie. Specifiek risico kunt u vermijden door goed te spreiden.

Wat er met een bepaald beleggingsobject gebeurt, wordt wel het ‘specifieke’ risico genoemd. Voor zulk risico krijgt u geen beloning omdat u het kunt vermijden. Als u heel goed gespreid belegt, blijft alleen ‘systematisch’ risico over: het risico verbonden aan de markt. Naar verwachting wordt u op lange termijn wél beloond voor het lopen van systematisch risico.

Mijn conclusie is: als u niet wilt speculeren maar beleggen, dan moet u zorgen voor een goede spreiding. Dat lukt vaak niet met ‘buitenkansjes’ buiten AFM-toezicht.

Delen