Tandje bijzetten

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Grappig om te zien hoe de Telegraaf in één bericht nieuws maakt en vervolgens ook weer net zo gemakkelijk ontkracht. De kop die het gisteren op Twitter bijna tot trending topic schopte, luidde: ‘Rijken vaker naar tandarts en mondhygiënist’. En de ontkrachting kwam van een woordvoerder van de KNMT, die stelde: “Dit is geen nieuwe trend. Dat had je ook al toen het ziekenfonds nog bestond”.

Toch gaat het natuurlijk om een onderwerp dat serieuze aandacht verdient, want een goede mondgezondheid zorgt voor behoud van het gebit en draagt daarmee bij aan een goede algemene gezondheidstoestand. Het is dan ook mooi dat voor ouderen de Alliantie Mondzorg tot stand is gekomen, die het belang van goede mondzorg voor deze kwetsbare groep op de kaart zet. Maar als onder de volwassenen met de laagste inkomens slechts 70 procent jaarlijks naar de tandarts of de mondhygiënist gaat, is dit natuurlijk niet genoeg.

Het is niet aannemelijk dat het nieuwsbericht ertoe leidt dat de mondzorg voor volwassenen terugkomt in de basisverzekering. Een alternatief is dat tandartsen de gelegenheid aangrijpen om hun eigen bestanden te screenen. Voor kinderen zit de mondzorg gewoon in de basisverzekering, met als gevolg dat er in hun tandartsbezoek geen verschil is tussen arm en rijk. De tandarts ziet die kinderen uit de armste gezinnen dus wel, tot dat ze bij volwassenwording uit de verzekering gaan en vervolgens wegblijven. Wat let de tandarts die ze tot dan toe hebben bezocht om hen rechtstreeks aan te schrijven? “Mensen zouden meer op het belang van controles gewezen moeten worden”, stelt de KNMT immers. Het feit dat ze goedkoper uit zijn door één keer per jaar op controle te gaan dan de problemen op te sparen, is een goede binnenkomer in zo’n brief van de tandarts.

Één Reactie Reageer zelf

  1. Lisa Bakker-Ruggieri
    Geplaatst op 15 maart 2016 om 14:53 | Permalink

    Dag Frank,

    Fijn dat je met jouw blogs regelmatig ook aandacht hebt voor mondzorg. Ik denk terug aan onze eerste ‘ontmoeting’ via je blog ‘Lokkertje’, waar ik op reageerde, en onlangs nog ‘Ken je wijk’, waarmee je al voor een gedeelte een antwoord hebt op de vraag die je in deze blog stelt. Jouw vraag “Wat kunnen tandartsen (en andere mondzorgprofessionals) doen aan preventie?” beantwoord ik met “Nog een heleboel.” Het is een reeële vraag, maar het is in de huidige maatschappij niet meer toereikend om (mondzorg)preventie aan zorgprofessionals over te laten. Was het maar zo.
    Mondgezondheid en preventie staan helaas nog steeds niet hoog op de agenda bij scholen, sportclubs, of verzekeraars. Iedereen die op een professionele manier toegang heeft tot de jeugd en hun ouders, zou de handen ineen kunnen slaan. De Katholieke Pabo, een topopleiding hier in Zwolle, heeft tot twee keer toe niet gereageerd op mijn aanbod om zonder kosten twee gastcolleges te verzorgen. Ik denk dan, waaróm niet? Kantines hechten belang bij de verkoop van zoet eten en drinken ondanks het feit dat het niemand ontgaat hoe groot de invloed van voeding is op onze gezondheid. Zelfs gemeenten staan toe dat op een warme dag in grote winkelstraten, frisdrank, koekjes en candy bars worden uitgedeeld aan het winkelend publiek. Het wordt je gewoon in de hand gedrukt!
    De tandarts moet in haar eentje in die zin heel wat werk verzetten. Het is al een hele kluif om de preventie te laten slagen bij de mensen die wél in de praktijk komen, juist omdat het nauwelijks nog echo heeft in hun leefomgeving. Je kent me Frank, ik ben gevoelig voor het welzijn van mensen die ik nooit zie in de praktijk en ben creatief genoeg. Maar totdat de mondzorgprofessional grote ondersteuning vindt blijft het een geval van ‘pushing the stone alone.’ En daar red je onvoldoende gebitten mee.
    Lisa Bakker-Ruggieri, mondhygiënist