Tel uit je winst!

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

De coronacrisis maakte van digitale zorg ineens de norm. Noodgedwongen, want veel patiënten durfden niet meer naar de huisarts of het ziekenhuis, maar de continuïteit van zorg moest wel worden gewaarborgd.

In antwoord op de vraag aan zorgprofessionals hoe het nu verder moet als de coronacrisis voorbij is, zien we drie visies. De eerste: dit deden we al lang en we wisten dus al dat het een nuttig onderdeel van het totale zorgaanbod is. De tweede: dit is een bijzonder leerzame periode en we moeten hier lessen uit trekken voor de toekomst. En de derde: begrijpelijk dat het even moest, maar ik wil straks weer gewoon een volle wachtkamer.

De toekomst zal leren dat de derde opvatting niet toekomstbestendig is. Een belangrijke reden hiervoor is dat zorgaanbieders te maken hebben met patiënten en cliënten die ook hun eigen wensen hebben. Maar daarnaast zijn er natuurlijk ook de praktische voordelen voor beide partijen.

‘Voor de meeste patiënten zal de grootste waarde zitten in een blended aanpak: deels online, deels in de spreekkamer’

Financieel bestuurder Sjoerd van Breda van de Parnassia Groep zet die helder op een rij in een interview waarin hij de ambitie beschrijft om eind volgend jaar minimaal een kwart van de behandelcontacten bij de 185.000 ggz-patiënten online te laten plaatsvinden. Patiënten kunnen direct – zonder wachttijd – met de behandeling beginnen, waardoor de ruimte om de klacht te laten verergeren aanzienlijk wordt beperkt. Het maakt intensieve behandeling in de eerste fase mogelijk en de patiënt kan de therapie op ieder gewenst moment volgen. Niet gering.

Van Breda is nuchter genoeg om erbij te zeggen dat deze aanpak niet voor alle patiënten geschikt is en dat voor de meeste patiënten de grootste waarde zal zitten in een blended aanpak: deels online, deels in de spreekkamer.

Hij had er nog één ding aan kunnen toevoegen: het bespaart geld. Ook niet onbelangrijk toch.