Afscheid

Het is een beladen woord: afscheid.En iedereen heeft er eigen associaties en emoties bij. Vier collega’s doen hun verhaal.

Tekst: Monique Bowman | Beeld: De Beeldredaktie/Marco Okhuizen/Marco Bakker

Maartje Hoetjes

Maartje Hoetjes

Collega’s achterlaten valt Artsen zonder Grenzen-verpleegkundige Maartje Hoetjes (36) altijd zwaar, maar een vertrek in allerijl vanuit Syrië zal ze nooit meer vergeten.

“Vóór de oorlog was Syrië een land met een goede gezondheidszorg. Nu zie je er weer kinderen met mazelen, mensen met schurft en chronisch zieken die er ernstig aan toe zijn omdat ze zonder medicatie zitten.

Bij aankomst in 2013 in Syrië schrok ik van wat ik er aantrof. Gelukkig vonden we een actieve groep lokale artsen en verpleegkundigen om samen de schouders eronder te zetten. En toen kwam er een nacht die ik niet snel meer zal vergeten, want onze kliniek kwam in de vuurlinie te liggen. Het werd te onveilig om er te blijven, en dus werden we naar Turkije geëvacueerd.

Zodra we daar arriveerden was ik blij, maar na 5 minuten ebde die opluchting al weg, ik wilde terug naar mijn Syrische collega’s. Later stabiliseerde de situatie iets, waardoor ik ze na die heftige nacht gelukkig weer heb kunnen zien en spreken. En nu sta ík in Arts en Auto, maar de grootste helden zitten dáár.”

Geert van Waveren

Kinderarts Geert van Waveren (67) zag heel wat patiëntjes komen en gaan, dus aan afscheid nemen was hij wel gewend. Maar een recente ontmoeting op de Salomonseilanden laat hem niet los.

Kinderarts Geert van Waveren (67) zag heel wat patiëntjes komen en gaan, dus aan afscheid nemen was hij wel gewend. Maar een recente ontmoeting op de Salomonseilanden laat hem niet los.

“Bijna twee jaar geleden ben ik met pensioen gegaan. Langer doorgaan was wat mij betreft geen optie. Ik hield van mijn werk, maar de bureaucratie en vergadercultuur in de ziekenhuizen vond ik een ramp.

Nog geregeld kom ik oud-patiëntjes tegen; ik voel me soms net Sinterklaas als ze me herkennen. Dan hoor ik ze roepen: zie je wel dat hij het is? Ik vind het altijd leuk te horen wat er van kinderen is geworden, en het doet me goed te zien dat de meeste prematuren zijn uitgegroeid tot bómen van kinderen.

Vroeger was ik voor mijn werk veel in het buitenland, en nog steeds reis ik graag. Pas was ik nog op de Salomonseilanden. Daar nam een Australische OK-verpleegkundige me mee naar een schooltje waar een straatarm blind, wat ouder meisje alleen maar stilletjes in een hoekje zat. Hier in het Westen zou zo’n meisje allang braille hebben geleerd. Nu zit ik te peinzen wat ik voor haar kan doen. Want dat beeld laat me maar niet los.”

Robert Favier

Robert Favier

Het euthanaseren van een dier kan zó’n impact hebben op een eigenaar, dat dierenarts interne geneeskunde van gezelschapsdieren Robert Favier (43) er ruim de tijd voor neemt.

“Op de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht zien we veel honden in het eindstadium van een ziekte. Meestal voert de eigen dierenarts de euthanasie uit, maar het gebeurt ook dat ons wordt gevraagd het dier te laten inslapen. Empathie en het omgaan met euthanasie kun je niet uit een boekje leren. Maar of studenten bij zo’n emotionele gebeurtenis aanwezig mogen zijn bepaal uiteindelijk niet ík, maar het baasje. Ik vind namelijk dat de wensen van de eigenaar leidend moeten zijn.

Omdat ik uit eigen ervaring weet wat voor impact de dood van een hond kan hebben, neem ik alle tijd voor een euthanasie en leg goed uit wat ik ga doen. Haast is echt uit den boze. Soms is er een band gegroeid met een eigenaar, en dan gebeurt het weleens dat ik ’s avonds nog eens bel om te horen hoe een crematie is gegaan. Of ik stuur een mail. En daar neem ik ook echt de tijd voor, ja. Je medeleven betuigen in twee regeltjes, dat is wat mij betreft echt te kort.”

Christel Hendriks

Christel Hendriks

Nadat ze met eigen ogen het leed na de verwoestende aardbeving in Nepalhad gezien, gooide fysiotherapeut Christel Hendriks (27) haar leven over een andere boeg.

“Op 25 april 2015 zat ik in de bus naar de Nepalese stad Pokhara toen een aardbeving het land trof. In de dagen daarna heb ik zó veel angst en verdriet gedeeld met de mensen daar dat het mijn kijk op werk en leven heeft veranderd. Als fysiotherapeut kon ik direct na de beving niet veel doen, maar via een ngo kon ik helpen inventariseren waar behoefte aan was in de ziekenhuizen. Toen ik na een paar weken weer in het vliegtuig terug naar huis stapte, voelde ik inmiddels zó’n verbondenheid met de bevolking dat ik besloot dat het afscheid niet voor altijd zou zijn. Zo ben ik teruggegaan om een webwinkel te starten met Nepalese kleding waarbij een eerlijk deel van de opbrengst naar de makers gaat. En ik heb geholpen met het afbreken van onveilige huizen. Wat mijn werk betreft heb ik het ook over een andere boeg gegooid: ik heb een opleiding tot yogadocent gevolgd, waarmee ik een brug hoop te gaan slaan tussen de fysio- en yogatherapie.” munimuni.nl