Toverdrank gezocht

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

VPHuisartsen heeft besloten om cassatieberoep in te stellen bij de Hoge Raad omtrent de zaak van het landelijk schakelpunt (LSP). Een beslissing die doet denken aan de tekst waarmee iedere Asterix en Obelix strip begint: ‘Heel Nederland akkoord met het LSP? Nee. Een kleine partij bleef moedig weerstand bieden aan de overweldigers en maakte het leven van VZVZ in de omliggende legerplaatsen niet gemakkelijk…’

Bij de berichtgeving over het cassatieberoep lezen we dat de drijfveren van VPHuisartsen zijn: “De bescherming van het beroepsgeheim, de privacy van patiënten en daarmee de vraag naar rechtmatigheid van het LSP.” Opmerkelijk, want de uitspraak van het hoger beroep (8 maart jongstleden) laat aan duidelijkheid niets te wensen over: het systeem voldoet aan de eisen van de privacywetgeving,  op de persoonlijke levenssfeer van de patiënt wordt geen onrechtmatige inbreuk gemaakt. En bovendien: 90 procent van de huisartsen is aangesloten op het LSP en ziet dus blijkbaar geen probleem met het beroepsgeheim.

VZVZ laat in een persbericht weten volledig in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving te handelen en de behandeling in cassatie daarom met vertrouwen tegemoet te zien. Het benadrukt bovendien zich hierbij gesteund te voelen door meer dan 10,5 miljoen individuele patiënten die hun zorgverleners al meer dan 17 miljoen keer toestemming hebben verleend om medische gegevens uit te wisselen. Dit werpt toch wel de vraag op of patiënten er wel op zitten te wachten dat VPHuisartsen voor hen opkomt.

De inwoners van die kleine nederzetting waarin Asterix en Obelix woonden, beschikten over een toverdrank die hen onoverwinnelijk maakte. Daaraan lijkt het VPHuisartsen een beetje te ontbreken.

15 Reacties Reageer zelf

  1. Edwin Brugman
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 09:36 | Permalink

    De werkelijkheid ligt natuurlijk anders. Het dorpje waar Van Wijck over schrijft, bestond niet, en de toverdrank ook niet. Dat weet Van Wijck ook wel. Wat in het Romeinse Rijk in werkelijkheid steeds vaker gebeurde, was dat tekstschrijvers de kleren van de keizer prezen, en zich samen met beleidsmakers collectief laafden aan de eenvoud en schijnbare rust van hun beleid respectievelijk het beleid dat zij de hemel in prezen. En intussen was het verval van het grote Romeinse Rijk begonnen. En ze stonden erbij en zagen het niet. Want het was allemaal toch zo goed wat ze deden? De rest is geschiedenis, dat Romeinse Rijk ging ten onder. Niet aan toverdrank, die was niet nodig.

    Principes, en zeker de principes waar onze rechtsstaat op is gebaseerd, zijn het waard om tot op het bot verdedigd te worden. En daarom valt het besluit van de VPH te prijzen. Een echte journalist, die kritischer kijkt naar de berichtgeving van een belanghebbende partij, zou dit wat genuanceerder benaderen. En dus ook kritisch kijken naar de partij die met een ronkend persbericht haar eigen beleid verdedigd.

    Maar Van Wijck is hier natuurlijk geen journalist, maar columnist. En dan mag ie z’n persoonlijke mening geven. Hoe gekleurd die ook is.

  2. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 09:47 | Permalink

    Een mening is altijd gekleurd beste Edwin, die van jou dus ook. Wat me opvalt in je reactie, is dat je stelt dat ik niet kritisch kijk naar de berichtgeving van VZVZ. Kijk jij wel kritisch naar de berichtgeving van VPHuisartsen? Gelet op het feit dat VPHuisartsen de eerste zaak én het hoger beroep verloren heeft en dat al 10,5 miljoen individuele patiënten hun toestemming hebben gegeven om hun medische gegevens uit te wisselen, vraag ik mij oprecht af wiens belangen VPHuisartsen precies denkt te moeten verdedigen. Vergeet ook niet dat inmiddels 95 procent van de apotheken en negentig procent van de huisartsen wél is aangesloten op het LSP.

  3. hans ten Broek
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 10:07 | Permalink

    Ach, we weten uiteindelijk allemaal dat het Romeinse rijk ten onder is gegaan aan grootheidswaanzin. Doordat het te groot werd, kon het niet verdedigd worden tegen invallen van buiten.

    Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd hem te herhalen.

  4. E.Kriek
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 10:52 | Permalink

    Op deze website staan de regio’s, waarin het LSP-werkgebied is opgedeeld, aangegeven:

    https://www.vzvz.nl/page/Zorgverlener/Aansluiten/Regionalisatie/Regio-indeling

    Gewoon even kort en logisch nadenken en verder kijken dan je neus lang is;

    Van de vele (44) regio’s, zijn er maar een handvol ( 5, 6 ) waarbij de opt-in bij de huisarts meer dan pakweg 55% is.

    Hoe kan er dan sprake zijn van een beetje functionerend landelijk LSP verkeer?

    Wiens belangen worden hier geschaad?
    Die van de patient, of die van VZVZ?

  5. Wim J. Jongejan
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 11:45 | Permalink

    Het staat iedere Nederlander vrij door te procederen tot aan het hoogste rechtscollege, zo ook organisaties als de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen. In de ogen van jou laat de uitspraak van het gerechtshof aan duidelijkheid niets te wensen over. Deze mening wordt dus niet gedeeld door VPHuisartsen, meerdere maatschappelijke organisaties(o.a. Privacy First) die het cassatieberoep ondersteunen en het juristencollectief van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), dat het ProBono Connect initiatief startte. Het feit dat deze organisatie het ProBono-verzoek accepteerde en via een groot advocatenkantoor de rechtsgang verder gaat, geeft aan dat het als een uitermate principiële vraag aan de Hoge Raad wordt gezien. Het is ook moeilijk, Frans, om de cijfers die VZVZ de wereld in stuurt te begrijpen. Slechts een enkel cijfer is betrouwbaar. Vaak is uitleg nodig omdat de cijfers zaken te mooi voorstellen. Zie: http://www.zorgictzorgen.nl/zeldzame-openhartigheid-te-midden-van-onwaarheid-mooipraat-en-juichtaal/.
    Je schrijft bijv. over het hoge percentage aangesloten huisartsen op het LSP, maar daarnaast doet zich het fenomeen voor dat maar één derde van de burgers de opt-in-toestemming gaf voor huisartsgegevens. Aangesloten zijn betekent echt nog niet alles. Dat VZVZ volgens de geldende wet- en regelgeving handelt zegt ook niet alles. Er zijn voorbeelden te over dat zoiets gebeurt maar dat toch zeer onwenselijke resultaten volgen( trustkantoren, Panama Papers etc. etc.).
    De verhalen van het kleine Gallische dorpje, beschreven door Goscinny en Ouderzo, eindigen steevast met de overwinning van de Galliërs. En Frans, als kenner moet je natuurlijk weten wat er met jou als bard(Assurancetourix) gebeurt als de rest van het dorp een feestmaal aanricht ter gelegenheid van die overwinning.

  6. j. Berkelaar,patiënt
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 12:32 | Permalink

    Gericht en selectief uitwisselen van behandelinformatie op basis van specifiek geïnformeerde toestemming is niet meer mogelijk binnen het LSP omdat de zorgverlener niet meer betrokken is bij het verstrekken van informatie uit de dossiers van zijn patiënten.
    Daarmee is de stap die VPHuisartsen heeft genomen om in cassatie te gaan, volkomen terecht.

    Alle respect dus voor VPHuisartsen, de overige beroepsverenigingen komen mij laf over, evenals de koepels van patiëntenorganisaties en organisaties die cliëntenraden ondersteunen.
    De cliënten/patiëntenraden zelf worden door de zorgbesturen van de instellingen niet geïnformeerd over de gevaren die er kleven aan het LSP, laat staan dat zij hierover betrokken worden bij het besluitvormingsproces binnen hun instelling.

    Patiënten zelf worden bij hun huisarts en apotheker ook onvolledig geïnformeerd over de gevaren die kleven aan het LSP. Ik heb daar de volgende verklaring voor. De beheerder van het LSP, Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ) paait aanstaande gebruikers van het LSP met forse vergoedingen wanneer zij zich aansluiten op het LSP om hen vervolgens de mond te snoeren wanneer zij lekken ontdekken in het systeem. De Vereniging heeft namelijk het volgende in de gebruikersovereenkomst voor leden opgenomen: “Gebruiker is er zich van bewust dat de door Servicecentrum verstrekte informatie, waaronder – maar niet daartoe beperkt – informatie inzake het gebruik van de Infrastructuur, als bedrijfsvertrouwelijk geldt en dat deze informatie niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld, behoudens met voorafgaande schriftelijke toestemming van Servicecentrum, welke toestemming niet op onredelijke gronden zal worden onthouden.”

    Verder verwijs ik u naar mijn opiniestuk http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/1214 waaruit blijkt dat medische gegevens via het LSP, op basis van Sectie 702 van de FISA Amendment Act van 2008, opgeëist kunnen worden door de Amerikaanse inlichtingendienst. Deze Act laat nog altijd ruimte voor het opvragen van gegevens (waaronder medische gegevens) van personen, die zich niet op Amerikaans grondgebied bevinden. Kort gezegd kan de NSA de medische gegevens opeisen bij de Amerikaanse bouwer, CSC, van het LSP en mag CSC dit niet naar buiten brengen vanwege de opgelegde zwijgplicht (gag-order). Feitelijk is dit een reden voor contractbreuk met CSC omdat er sprake is van een wanprestatie. Dat heeft de minister van VWS zelf zo benoemd.
    Massasurveillance is niet verenigbaar met de kern van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

    VZVZ informeert de patiënten niet volledig en geeft een onjuiste voorstelling van zaken weer op haar website. Zo stelt VZVZ o.a. dat het patiënten zijn die zwaarwegend advies geven, via de Patiënten en Privacyraad van VZVZ, wanneer er bijvoorbeeld veranderingen komen in de toestemmingsvraag bij het opvragen van gegevens via het LSP. Maar in werkelijkheid bestaat deze raad uit zorgprofessionals en hebben patiënten geen enkele adviesbevoegdheid. Het maakt dat VZVZ een onbetrouwbare partij is.

    Zo is ook de rol van de NPCF dubieus te noemen, aangezien de directeur van deze organisatie lid is van de Raad van Toezicht van VZVZ.
    Ook heeft VZVZ nooit veilige alternatieve mogelijkheden voor het LSP onderzocht, zoals bijvoorbeeld White Box.

    Ik kan u verzekeren, wanneer patiënten volledige geïnformeerd zouden zijn over de gevaren die kleven aan het LSP en het feit dat zij onjuist geïnformeerd worden over het LSP door de beheerder van het LSP, patiënten de stap die VPHuisartsen heeft genomen, door in cassatie te gaan, zeer zullen waarderen.

    Patiënten hebben nu, op basis van onvolledige en onjuiste informatie, toestemming gegeven om hun medische gegevens uit te laten wisselen via het LSP. En dat is een kwalijke zaak.

  7. Edwin Brugman
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 12:59 | Permalink

    Tja Frank, wat voorgaande schrijvers dus zeggen, laat aan duidelijkheid niets te wensen over, lijkt me. En geeft inhoudelijk antwoord op een deel van jouw vraag. En natuurlijk, ook mijn mening is gekleurd. En niet zo’n beetje. Maar de vraag is daarbij altijd waardoor je je laat inkleuren. Ik vind het een eenvoudig vraagstuk: de woordvoerder van de huisartsen geeft aan dat er principiële punten zijn. En die principiële punten lijken mij door het systeem en de framing eromheen behoorlijk belangrijk. Te belangrijk om niet door onze hoogste rechtscollege te laten beoordelen.
    Het effect van een voor de VPH én voor belangrijke principiële vragen positieve uitspraak van de Hoge Raad kan wel eens bewerkstelligen dat de mensen zich pas bewust worden van het belang van die principes. Dat heeft de geschiedenis wel vaker uitgewezen.

  8. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 13:10 | Permalink

    We gaan het zien Edwin, ik ben natuurlijk net zo benieuwd naar de uitslag van de Hoge Raad als jij. We verbaast het mij dat de rechters die zich tot nu toe over de zaak hebben gebogen niet gevoelig bleken te zijn voor de hierboven genoemde argumenten.

  9. Edwin Brugman
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 13:58 | Permalink

    Niet zelden verrast de rechtspraak. En met enige regelmaat is een hogere rechter het oneens met een lagere. En dat komt ondermeer omdat argumenten niet goed zijn gewogen, feiten onjuist zijn geïnterpreteerd en rechtsvragen niet goed zijn beantwoord. Rechters zijn net mensen. Mooi voorbeeld is de procedure van de VPH tegen de Nza. De Nza – met al zijn juristen, en vermoedelijk met steun van al die juristen van de zorgverzekeraars – verloor die procedure kansloos, terwijl de Nza de procedure en de uitspraak ‘met vertrouwen tegemoet zag’. Grote instituties hebben heel vaak geen gelijk, maar wel de macht en hun invloed. En de publicitaire kracht. En het is zaak om juist die partijen kritisch te benaderen. En daarvoor hebben we bijvoorbeeld kritische journalisten hard nodig. Want de grote partijen hebben genoeg medestanders, betaalde verdedigers van hun standpunten er cetera. En het is dus heel goed dat een kleine, principiële club het opneemt voor een principieel belang wat voor alle burgers van belang is. Het ridiculiseren van dit initiatief is in mijn ogen dan ook (meer dan) ongepast. Maar ja, dat is mijn gekleurde mening. En die kun je ook ridiculiseren.

  10. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 14:16 | Permalink

    Ik voel niet de geringste behoefte om jouw mening te ridiculiseren Edwin, waarom zou ik?

  11. G K Mitrasing
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 14:47 | Permalink

    ach.. zolang we hier geen constitutioneel hof hebben is Nederland helemaal niet zo’n geweldige rechtstaat. Niet voor niets hebben rechters hier recent nog voor gepleit, dat heeft ongetwijfeld ook te maken met de kwaliteit van de gemaakte wetgeving.

  12. Hans Nobel
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 14:59 | Permalink

    Hoe simpel kun je het stellen?

    De suggestie van blogger van Wijck dat het cassatieberoep van VPHuisartsen ongepast of overbodig is na de eerdere uitspraak van het gerechtshof in hoger beroep, is opmerkelijk.

    Wanneer een partij meent dat wezenlijke rechtsvragen onbeantwoord zijn of dat er legitieme argumenten zijn dit rechtsbesluit juridisch te laten fileren, dan is de Hoge Raad in het Nederlandse rechtssysteem daarvoor het juiste college.

    Blogger van Wijck kent kennelijk de wetsgeschiedenis onvoldoende om te weten dat nu juist de Hoge Raad soms tot ingrijpend andere conclusies komt dan de voorafgaande, lagere rechtsorganen.
    Van Wijck’s logica impliceert eigenlijk opheffing van de Hoge Raad omdat ieder zaak die aan dit college wordt voorgelegd immers voorafgegaan is door een ‘verloren rechtszaak’. Net als bij de LSP-zaak van VPHuisartsen. Best wel grappig en vooruitstrevend, die ideeën van van Wijck.

    Maar evenzogoed is het natuurlijk prima dat blogger van Wijck wat tegensputtert.

    Wel enig commentaar op zijn wat onvolledige informatie over de LSP-feiten:
    • 5.4 mln burgers (32%) gaven toestemming (opt-in) voor aansluiting van hun huisartsendossier op het LSP
    • 11.6 mln burgers (68%) hebben dus geen toestemming gegeven voor hun huisartsendossier
    • 4.9 mln burgers (29%) gaven toestemming voor aansluiting van hun medicatiedossier op het LSP, bij één of meer apotheken (11.8 mln opt-ins)
    • 12.1 mln burgers (71%) hebben dus geen toestemming gegeven voor hun medicatiedossier

    Dat 89% van de huisartsenpraktijken op dit moment is aangesloten op het LSP moet niet verward worden alsof er sprake is van een vrije of positieve keuze vóór het LSP of zoals blogger van Wijck meent ‘die (89%) ziet kennelijk geen probleem met het beroepsgeheim’. Iedere betrokkene weet hoe het LSP huisartsen is opgedrongen. Ook aan leden en bestuurders van VPHuisartsen.

    De rechtsgang over het LSP heeft een principiële oorsprong die is gebaseerd op de bedreiging van kernwaarden van ons vak: privacy van patiënten en het beroepsgeheim van de arts. Deze beroepsethische normen en waarden worden anders dan bij van Wijck, door VPHuisartsen niet weggestreept tegen ‘hoge’ aansluitgetallen of opt-in percentages. En als blogger van Wijck dat alleen maar begrijpt op basis van getallen: met 11.6 mln burgers buiten het LSP blijkt in elk geval dat onder burgers het draagvlak voor het LSP begrensd is. Het zou zomaar kunnen dat VPHuisartsen met het cassatieberoep naar de Hoge Raad daarmee dus ook de belangen dient van deze 68% van de bevolking. En dat alles zonder die toverdrank van Asterix en Obelix.

    Hans Nobel, secr. VPHuisartsen

  13. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 15:14 | Permalink

    Bedankt voor je heldere uiteenzetting Hans. Wel een kanttekening: op “Het zou zomaar kunnen” zal een rechter geen oordeel vellen. Ik hoop dus dat je straks bij de Hoge Raad een sterker verhaal hebt dan dat.
    En J. Berkelaar: U stelt dat u een opiniestuk hebt geschreven “waaruit blijkt”. Dat is een tegenstelling. In een opiniestuk geeft u een mening. Uw woordkeus “blijkt” daarentegen pretendeert dat u onweerlegbaar bewijs levert. Als dat het geval was, was de gang naar de hoogste rechter dan nodig geweest?

  14. Hans Nobel
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 16:04 | Permalink

    “Het zou zomaar kunnen…” was aan van Wijck zelf geadresseerd.
    Ter overdenking. Zonder juridische connotatie.

    Waar de Hoge Raad wel over gaat en wel en geen oordeel over velt, zijn de rechtsvragen die we in ons cassatieberoep hebben aangevoerd. En daar gaat dan gelukkig van Wijck weer niet over. Veel te ingewikkeld. En ik wilde het, zoals ik al schreef, simpel stellen voor getallenman van Wijck: ‘de belangen van 68% van de bevolking……….’ het zou zomaar kunnen dat VPHuisartsen die dient met het cassatieberoep.

    Sterk toch, van Wijck?

  15. j. Berkelaar,patiënt
    Geplaatst op 10 juni 2016 om 17:53 | Permalink

    Een opinie is een al dan niet op ware feiten gebaseerd persoonlijk oordeel van een individu. Wanneer u mijn opiniestuk leest en alle links opent en ook leest, zal blijken dat mijn opiniestuk gebaseerd is op ware feiten. Daar heb ik een oordeel over gegeven.

    ‘Uw woordkeus “blijkt” daarentegen pretendeert dat u onweerlegbaar bewijs levert. Als dat het geval was, was de gang naar de hoogste rechter dan nodig geweest?’
    Partijen dienen in een civiel rechtelijke procedure zelf alle stukken aan te leveren en aan te geven op grond van welke wetsartikelen je je eis stelt. Die eis dien je ook zelf te formuleren.
    Feiten kunnen anders zijn geïnterpreteerd, vragen niet goed zijn beantwoord en ook kunnen (al dan niet relevante) stukken niet zijn overlegd. Dat kan namelijk allemaal in een civiele procedure.