Uit de oude doos XLI

Afgelopen oktober stelde verkeersofficier Damen in De Telegraaf dat de politie ‘verkeershufters’, zoals bumperklevers, bellers en drankrijders, vaker direct zou moeten aanspreken op hun wangedrag. Dat zou effectiever zijn dan twee weken later een bekeuring in de bus krijgen.

In de jaren vijftig werd ook al gedacht dat ‘een combinatie van boete en preek de kans op recidive zou verlagen’. In mei 1959 startte een proef met het uitdelen van ‘betaalde waarschuwingen voor kleine (?) overtredingen. Verbalisanten moesten daarbij wel over ‘goede pedagogische gaven’ beschikken om ‘recidive tot een gering niveau terug te brengen’.

‘Automobilisten zorgt dat U altijd ƒ 7,50 bij U hebt!’

In september dat jaar geeft Arts en Auto onder de kop ‘Automobilisten zorgt dat U altijd ƒ 7,50 bij U hebt!’ een advies van de K.N.A.C. door. Dit vaste bedrag voor een betaalde waarschuwing is ‘in veel gevallen lager dan afwikkeling van de zaak langs de gebruikelijke weg’. Maar vaak kan de betaalde waarschuwing niet doorgaan ‘omdat de overtreder te weinig geld bij zich heeft of omdat de verbalisant niet kan wisselen’. Dan volgt alsnog ‘de gebruikelijke weg’. Vandaar dat de K.N.A.C. automobilisten aanraadt ‘altijd drie rijksdaalders in de beurs te hebben of bij het kentekenbewijs te voegen’.

De proef verdween met de geautomatiseerde verwerking van verkeersboetes. Misschien een idee om het project opnieuw in te voeren? De prijs van de waarschuwing zal dan wel iets hoger moeten liggen.