Uitlaatklep – Klussen

In ‘Uitlaatklep’ vertellen collega’s op welke manier zij even stoom afblazen en loskomen van de hectiek van alledag. In deze aflevering: Jan-Hendrik van der Goot, waarnemend huisarts uit Slochteren.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Anjo de Haan

Het is even na de middag. Jan-Hendrik van der Goot (45) is net wakker. Afgelopen nacht heeft hij dienst gehad op de HAP. De huisarts werkt twee dagen in de week als waarnemer in een praktijk en draait daarnaast veel avond- en nachtdiensten. Zo heeft hij overdag tijd om te klussen in de woonboerderij in Slochteren, waar hij sinds een jaar met zijn gezin woont. “Het is altijd een droom geweest om zo’n boerderij op te knappen. Na een lange zoektocht stuitten we op deze plek, midden in de landerijen. De boerderij is prima bewoonbaar, maar we willen het graag verbeteren en naar onze smaak maken.”

Hun vorige onderkomen, een oud herenhuisje uit 1902 in het nabijgelegen Schildwolde, heeft de huisarts ook van ‘boven tot beneden’ zelf verbouwd. “Twee badkamers, meerdere slaapkamers, het toilet, de keuken. Alleen het constructieve werk en het stukadoren besteed ik uit, de rest doe ik zelf. Oh, en verven is niet mijn favoriete bezigheid, maar dat vindt mijn vrouw leuk om te doen. Ik ben nu op de bovenverdieping bezig met het maken van kozijnen en deuren; zij verft ze.”

Huisarts Jan-Hendrik van der Goot:
‘​Tijdens het klussen is het werk ver weg’

Van het maken van deuren tot het aanleggen van elektra en leidingen en het betegelen van een badkamer; Van der Goot heeft het zichzelf aangeleerd. “Ik was een jaar of vijftien toen mijn oudere broer een huis kocht. Daar ben ik begonnen met klussen en sindsdien is het een enorme hobby. Ik vind het leuk om iets te bedenken, om te improviseren, om met mijn handen bezig te zijn, maar het is ook echt ontspanning. Je hebt volledige focus nodig. Tijdens het klussen is het werk ver weg.”

De komende jaren kan de huisarts zich wat dat betreft nog flink uitleven. “Ik krijg vaak de vraag: loop je op schema? Dan zeg ik altijd ja, want ik heb geen schema. We hebben geen haast. Ik doe het ruimte voor ruimte. Eerst iets afmaken, dan pas aan het volgende beginnen.” Lachend: “Ik waak voor het ‘Help, mijn man is klusser’-scenario.”