Vergelijken

Afgelopen week was er op Twitter een interessante discussie over het onderwerp ‘autoschade versus ziekte’. De indirecte aftrap hiervoor kwam van psychiater Bram Bakker, met een polemische bijdrage aan het permanente discours over de autonomie van medische professionals. ‘Onnodige zorgconsumptie’, vindt Bakker, ‘moet worden voorkomen door artsen, niet door zorgverzekeraars.’

Dit leidde tot een kritische reactie door verpleegkundige Marc van der Gracht, in de vorm van een ironische verbreding van Bakkers stellingname. ‘Buitensporige herstelkosten bij autoschade moeten worden bestreden door schadeherstelbedrijven, niet door schadeverzekeraars. Yeah right’, tweette Van der Gracht. Die hiervoor op zijn beurt weer werd berispt door VvAA-directeur Edwin Brugman, die vindt dat het niet kan om ‘zorg voor patiënten te vergelijken met reparatie van auto’s, en ziekte met autoschade’.

Sleutelwoord is hier: vergelijken. En behalve het issue van autonomie, speelt hier ook het aspect van ‘uniciteit’. Is het uitoefenen van een medisch beroep een zó uniek en zó exclusief iets, dat iedere vergelijking met andere beroepen en branches oneigenlijk en ontoelaatbaar is?

Dokters vergelijken met autoschade-reparateurs is niet iets dat we regelmatig zien. Maar andere varianten zijn wel degelijk courant, met als rode draad dat de medische wereld belangrijke lessen ‘van buitenaf’ kan leren op fronten als doelmatigheid, kwaliteitsbeheer, cliëntvriendelijkheid en veiligheid. Bijvoorbeeld van het grootwinkelbedrijf, en van de luchtvaart. En wat zou er allemaal niet (veel) beter gaan, ‘als Disney uw ziekenhuis zou runnen’?

Is het uitoefenen van een medisch beroep een zó uniek en zó exclusief iets, dat iedere vergelijking met andere beroepen en branches oneigenlijk en ontoelaatbaar is?

De reacties hierop uit de medische wereld zijn niet altijd even welwillend. Status is hierbij één factor. Niet elke arts wil vergeleken worden met een grootgrutter, laat staan met de uitdeuker van je auto. (Gezagvoerder van een Dreamliner klinkt al een stuk beter.)

Maar ook andere factoren zijn hier in het spel. Zoals: het besef dat het overnemen van sommige praktijken uit andere beroepen en branches, óók zou betekenen: meer, en directer, worden afgerekend op wat je echt presteert. En dus een eind zou kunnen maken aan traditionele arrangementen die juist beschermen tegen het hoeven afleggen van verantwoording.

Wat ook opvalt, is dat vergelijkingen tussen zorg en andere domeinen bijna altijd maar één richting uitgaan. Beredeneerde pleidooien voor het omgekeerde, dus om in andere branches juist dingen te gaan regelen naar het voorbeeld van de zorg, zijn erg zeldzaam. En ook dit is iets om over na te denken.

Deze blog begon met ‘zorg versus autoschade’, en eindigt met ‘zorg versus matrassen’. Dat goed slapen heel belangrijk is voor iemands gezondheid, is een inzicht dat steeds meer terrein wint. Maar goed slapen lukt alleen op een goeie matras, en de vraag is dan ook steeds: hoe vind je die? Want wie is er niet ooit door die molen gegaan van het vrijwel blind moeten aankopen van een duur product waar je al gauw tien jaar lang zo’n acht uur per etmaal je welbevinden aan toevertrouwt? Waarbij je geen andere keus had dan beslissen op grond van even twee minuten proefliggen in een showroom, met gewoon al je dagelijkse kleren aan, afgeleid door een stroom van oncontroleerbare informatie van verkopers van oncontroleerbare deskundigheid?

Een ideale matrassenwereld ziet er juist heel anders uit. Die biedt niet alleen gelegenheid tot proefliggen maar ook tot proefslápen. Gewoon bij jezelf thuis, en dan niet voor maar een of twee nachten maar net zo lang totdat je zeker weet dat iets de beste keus is. Maar in de reëel bestaande matrassenwereld was dit nooit een serieuze en wijdverbreide optie.

Dat hier sprake was van een georganiseerd kartel, gericht op het verhinderen van klantensoevereiniteit, zou ik niet zomaar durven zeggen. Maar misschien is die vraag ook niet meer zo belangrijk, want dingen zijn aan het schuiven. Overgewaaid uit – altijd weer – Amerika, zien we de laatste tijd ook in West-Europa en in Nederland dat aanbieders van matrassen de markt betreden met een radicaal nieuw business model. Dat werkt heel simpel: je koopt een matras, en hebt daarna een paar máánden de tijd om vast te stellen of die de ideale is. En als blijkt dat dit niet zo is, wordt die gewoon weer gratis opgehaald, zonder enige beperkende voorwaarde, en krijg je je gewoon al je geld terug.

Op een in principe open markt, blijkt vasthouden aan oude, klant-onvriendelijke concepten vaak op termijn een verliezers-strategie

Het is nog te vroeg om te zeggen hoe ver en hoe breed dit gaat doorzetten, en of ook traditionele aanbieders gaan volgen. Maar op een in principe open markt, blijkt vasthouden aan oude, klant-onvriendelijke concepten vaak op termijn een verliezers-strategie.

Tot slot nog even terug naar de zorg. Nee: natuurlijk is de les hier niet, dat je zorg voor patiënten één-op-één kunt vergelijken met het maken en verkopen van matrassen. Wat hier telt, zijn niet de particulars van specifieke takken van bedrijvigheid, maar één achterliggend principe. Er zijn van die dingen in het leven waarvoor je als burger veel geld moet betalen, én waarbij het van letterlijk levensbelang is dat de kwaliteit die je dan geleverd krijgt ook echt de allerhoogst-mogelijke is. En dat kan hier en daar, vul zelf de branche(s) in waar u dan aan denkt, nog best een flink stuk beter.

Delen