Verkeerde beeldvorming

En ja hoor, wéér een onderzoek waarop we niet zaten te wachten. Deze keer van de Erasmus Universiteit, over de mate waarin patiënten gebruikmaken van openbare kwaliteitsinformatie over zorgaanbieders. Dat blijken patiënten amper te doen, stellen de onderzoekers: slechts 7 procent vergelijkt ziekenhuizen met elkaar.

Geen beste uitkomst, zou je denken, zes jaar na de stelselherziening. Maar het onderzoek maakt gebruik van gegevens uit de periode 2008 – 2010 en toen zag de wereld er nog beduidend anders uit. Om te beginnen was nog minder vergelijkende informatie over zorgaanbieders beschikbaar dan nu. We kennen inmiddels keuze-informatie van patiëntenorganisaties zoals het vaatkeurmerk, de borstkankermonitor en de diabetes zorgwijzer voor jongeren. En niet te vergeten hebben we Zorgkaart Nederland.

Ten tweede hebben zorgverzekeraars zich inmiddels meer geprofileerd als vraagbaak voor de verzekerden, en beginnen ze nu hun rol te pakken in selectieve zorginkoop.

Op de derde plaats – maar feitelijk het belangrijkste verschil met de periode 2008 – 2010 – hebben social media een grote vlucht genomen. Vooral over chronische ziekten delen patiënten en ouders van zieke kinderen heel veel bruikbare informatie met elkaar. En mensen schromen al lang niet meer om op Facebook of Twitter expliciet te melden wat hen wel en niet beviel aan de zorg die ze ontvingen.

Dus: onderzoek moet sneller, of onderzoekers moeten het besef hebben onderzoeksresultaten niet te publiceren als die al verouderd zijn op het moment dat ze in de media komen. De informatie die de Erasmus Universiteit nu naar buiten brengt, zorgt alleen maar voor verkeerde beeldvorming bij degenen die alleen de uitkomst lezen en niet kijken naar de achtergrond.

Delen