‘Vreemde’ valuta

Het is eigenlijk best bijzonder hoe we in de Nederlandse taal de munteenheden van andere landen benoemen: vreemde valuta. Terwijl het enige ‘vreemde’ is dat het geen euro’s zijn, maar bijvoorbeeld Britse ponden, Zwitserse franken of Amerikaanse dollars. De Angelsaksische term ‘foreign currency’ klinkt mij een stuk neutraler in de oren.

Er bestaat in het algemeen een zekere angst ten opzichte van vreemde valuta: die kunnen immers in waarde fluctueren. Zou dat betekenen dat elke spaarder of belegger zich strikt moet beperken tot spaarsaldi of beleggingen in de eigen valuta? Dat is maar zeer de vraag. Neem het voorbeeld van een belegger die relatief veel geld opzij heeft gezet voor later. Met een deel van haar vermogen en pensioeninkomen kan zij samen met haar echtgenoot comfortabel leven. En dan nog blijft er ruim voldoende vermogen over ter verwezenlijking van hun droom om zolang het kan verre reizen en stedentrips te maken. Wandelen op de Chinese muur, cultuur opsnuiven in Japan, rondreizen door Amerika, weekjes naar Londen en Sankt Moritz: mooie bestemmingen voor dat extra vermogen.

Een groot deel van reisuitgaven wordt niet gedaan in euro’s

Een groot deel van de uitgaven wordt niet gedaan in euro’s, maar in yens, dollars, ponden en franken. Het zou in haar geval dus helemaal zo gek niet zijn om het gespaarde of belegde ‘reisvermogen’ grotendeels aan te houden in de valuta van die verre bestemmingen. Als dan de euro – puur hypothetisch – bijvoorbeeld door politiek gestuntel rond de Middellandse Zee in de loop der tijd in waarde zou halveren ten opzichte van de dollar, hoeft het echtpaar de geplande rondreizen in Amerika niet om te buigen tot halve cirkels.

Wat ik hiermee maar wil zeggen: voor wie de huidige en toekomstige consumptie zich niet hoofdzakelijk in euro’s afspelen, is het misschien inderdaad wat ‘vreemd’ om alleen vermogen in euro’s aan te houden.

Laat u bij sparen en beleggen altijd goed adviseren.

Delen