Wet verplichte ggz – mooi, maar uitvoerbaar?

Remke van Staveren
Remke van Staveren is een bevlogen psychiater met HART voor de GGZ. Zij zet zich in voor een betere, herstelgerichte, menswaardige GGZ; vanuit de gedachte dat wij ons daar allemaal, op onze eigen werkplek en binnen onze mogelijkheden voor kunnen inzetten. Lees alle artikelen van Remke van Staveren

‘Een wat?!’ vroeg ik ongelovig. ‘Een shake down,’ herhaalde mijn vriendin. ‘Zeg nou zelf, met de nieuwe wet wordt het vak van psychiater er niet bepaald aantrekkelijker op. Dat wordt vanaf 1 januari een shake down in de ggz.’ Verbeelde ik het me, of lachte ze er wat besmuikt bij zoals mensen de laatste tijd wel vaker doen als ze het over ‘de toestand in de ggz’ hebben?

Per 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte ggz (Wvggz) in werking. Hoe zit dat?

Eerst het goede nieuws: de Wvggz is een behandelwet. Nou ja, vooral dan. Onder de oude wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) werd de patiënt gedwongen opgenomen. Niet meer en niet minder. Dwangbehandeling moest apart bij de rechter aangevraagd worden. Met een Wvggz zorgmachtiging kan ‘betrokkene’ straks gedwongen behandeld worden.

Die dwangbehandeling kan op verschillende ‘accommodaties’. Liefst thuis, waar – zo las ik in een voorlichtingsfolder – ‘u kunt herstellen in uw eigen vertrouwde omgeving in de nabijheid van uw naasten’. Opname kan natuurlijk nog steeds in een ggz-instelling, maar nu ook bijvoorbeeld in een algemeen ziekenhuis. Dat laatste brengt nieuwe mogelijkheden met zich mee. Onder de Wvggz kan iemand met anorexia bijvoorbeeld tegen haar zin een infuus en sondevoeding toegediend krijgen. Betrokkene en naasten krijgen volgens de nieuwe wet veel meer inspraak.

Mooi toch?

Dan de keerzijde! De wet zit zó ingewikkeld in elkaar dat de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) een ‘enorme hoeveelheid administratieve lasten en bureaucratie’ verwacht. Onder andere omdat het klachtrecht fors is uitgebreid: van 5 klachtgronden nu, naar 24 straks. Ook moet er bij bijna elk afzonderlijk ‘informatieproduct’ – en dat zijn er nogal wat – expliciet de subsidiariteit, proportionaliteit, doelmatigheid en veiligheid beschreven worden. Begrijpelijk en goed, maar het kost tijd. Veel tijd.

Drie keer raden waar ons zorggeld straks weer heengaat

‘Tijd,’ zo schrijft de NVvP op 3 oktober j.l. in een notitie aan GGZ Nederland en het ministerie, ‘die zou moeten worden besteed aan directe zorg en patiëntcontact, gaat straks op aan het invullen en registreren van ellenlange formulieren, onnodig uitgebreide zorgplannen en klachtenprocedures.’ En dat terwijl we de zorg nu juist wilden Ontregelen.

Een paar weken geleden kreeg onze instelling bezoek van adviesbedrijf P5COM. Inderdaad, die van het vernuftige ‘slim declareren’. Hun vertegenwoordiger rekende voor dat we straks maximaal 17 uur per zorgmachtiging aan administratie kwijt zijn, tegenover maximaal 4 uur voor een rechtelijke machtiging nu. Geen nood, P5COM ‘biedt u een handige inrichting van het EPD, zodat de administratieve lastendruk zo laag mogelijk blijft, maakt nodige processtappen inzichtelijk en leidt zorgmedewerkers daarin actief op’.

Drie keer raden waar ons zorggeld straks weer heengaat. En dit terwijl de Nza voor het komend jaar ggz-tarieven naar beneden heeft bijgesteld. Maar dat terzijde.

Volgens de NVvP zijn er ten opzichte van de wet BOPZ naar schatting zeker zo’n 130 FTE psychiater extra nodig om de Wvggz uit te voeren. 130 fulltime werkende psychiaters! Terwijl er al jaren een recordaantal vacatures is! En dan is er ook nog een hele bups psychiaters nodig om alle klachtzittingen bij te wonen. En ja, bij die berekening is al rekening gehouden met maximale taakdelegatie en het inzetten van andere disciplines. Waar trouwens ook een tekort aan is.

Hoe dan?

Niet zo gek dus dat de vraag rijst of de Wvggz praktisch uitvoerbaar is. Of het, zoals mijn vriendin suggereerde, tot een shake down komt? Als ik naar mijn eigen fulltime werk kijk, zie ik niet hoe ik daar ‘een enorme hoeveelheid administratieve lasten en bureaucratie’ aan kan toevoegen, en zeker niet voor ‘het invullen en registreren van ellenlange formulieren, onnodig uitgebreide zorgplannen en klachtenprocedures’.

Dat zou namelijk betekenen dat ik straks het grootste deel van mijn tijd achter een scherm zit, en niet tegenover een patiënt.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*