Willetoe

Ze staat in mijn gezin bekend als Willietoe. Iedere dag, weer of geen weer, staat ze voor haar huis op de stoep, en roept ze tegen iedereen die het horen wil: “Ik ga naar Willie toe, Willie komt me halen.” Dat huis is schuin tegenover het onze en ze woont er met pakweg twintig andere verstandelijk gehandicapten. Mijn vrouw is het vriendelijkst tegen haar. Als Willietoe haar boodschap verkondigt op het moment dat zij langsloopt, antwoordt ze: “Echt waar? Wat leuk voor je, veel plezier.” Maar mijn zoon en dochter, die allebei aan de voorkant van ons huis hun slaapkamer hebben, zijn wat minder gecharmeerd van onze lokale stadsomroepster.

Bezorgt Willietoe ons overlast? Eerder deze week berichtte de Volkskrant dat gehandicaptenhuisvesting in woonwijken tot overlast leidt voor de omwonenden. Ik vond het een typisch komkommertijdnieuwtje. Mijn kinderen slapen met oordopjes. En het zo af en toe tot ons huis doordringende gekreun en geschreeuw vanaf de overkant zorgt eerder voor verbazing en hilariteit dan voor ergernis.

Wel vraag ik mij af hoeveel meerwaarde het heeft om verstandelijk gehandicapten in woonwijken te huisvesten. Zij zouden op deze manier beter kunnen integreren in de samenleving, is het credo. Maar dat is onzin. Willietoe en haar huisgenoten zijn op geen enkele wijze geïntegreerd. Buurtbewoners en passanten beschouwen hen als curiosa. Of zij dit doorhebben, weet ik niet. Maar dat ze er meerwaarde aan ontlenen kan ik mij nauwelijks voorstellen.

De komende twee weken zal mijn gezin Willietoe niet zien of horen. We gaan op vakantie. Mijn eerstvolgende blog leest u hier op maandag 19 augustus.

Delen