Zelfreflectie

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Marleen Barth, voorzitter van GGz NL, zei afgelopen zaterdag in de Volkskrant dat de meeste psychische klachten verdwijnen door een uurtje hardlopen, op tijd naar bed en geen alcohol. Ik weet niet hoe u ertegen aankijkt – en ik hoor dat uiteraard graag van u – maar mijn opvatting is dat ze groot gelijk heeft. Persoonlijk los ik het anders op: ik neem juist wél een borrel, zet een mooie plaat op of zeg tegen het dichtstbijzijnde gezinslid “Ach zeur niet zo.” Maar in de kern komt dit op hetzelfde neer en heeft het ook hetzelfde effect. Al een uur later voel ik mij een stuk beter.

Psychologische problemen horen bij het dagelijks leven en zijn doorgaans tijdelijk van aard. Je kunt daar natuurlijk heel snel behandeling voor zoeken, maar het is de vraag of dit altijd zinvol is. Volgens mij was onze demissionaire minister Edith Schippers nog helemaal niet zo gek toen ze zei dat een goed gesprek met de buurvrouw veel problemen net zo goed oplost als een bezoek aan de ggz. We stappen alleen liever direct naar de ggz omdat we met dat psychische probleem een behoefte hebben die direct dient te worden bevredigd. Net zoals we tijdens het winkelen de eerste de beste fastfoodtent binnenlopen als onze magen beginnen te knorren. Het is gemakkelijk, het is snel en het zorgt ervoor dat je niet hoeft na te denken. Het schakelt de kritische zelfreflectie uit en je kunt snel doorzappen naar de volgende behoefte. En zolang er genoeg behoeften zijn en we die zo snel mogelijk kunnen bevredigen, hoeven we niet na te denken over de vraag of we daar nu eigenlijk wel zo gelukkig van worden. Mijn idee is dat een beetje kritische zelfreflectie op zijn tijd veel gelukkiger maakt.

3 Reacties Reageer zelf

  1. Alan Ralston Alan Ralston
    Geplaatst op 17 oktober 2012 om 10:17 | Permalink

    Edith, en na haar Marleen (in de polder wordt de framing integraal overgenomen) maken een punt van psychische klachten. Hier wordt een conceptueel foefje toegepast. Eerst zeggen: klachten, ach, niks bijzonders, vervolgens zeggen: daar hoef je toch echt niet voor naar de GGZ, en afmaken met: dat doen teveel mensen. Hier zijn een paar problemen mee. Maar laat ik eerst het foefje uitleggen. De DSM classificatie is een descriptieve classificatie: het benoemt klachten, en deelt deze in categorieën in. Dat kan niet anders, want van geen enkele stoornis bestaat een erkende pathofysiologie. Dat houdt dus in dat die classificatie berust op het herkennen van samenstellingen van klachten. Dat is een belangrijk onderdeel van de DSM. En dit maakt het voor Edith en Marleen mogelijk om een niet al te subtiele switch te maken van huis-tuin-en-keuken klachten naar klachten in de context van de GGZ. En dan dus te suggereren dat teveel mensen met te lichte klachten in de GGZ behandeld worden (en er dus wel wat af kan).
    Het conceptuele probleem is dat ze dus een onderscheid maken daar waar er geen onderscheid is, althans, de relatie is niet: óf psychische klachten, óf een stoornis, nee, psychische klachten zijn al dan niet onderdeel van een stoornis. Voor zover er een onderscheid is, is deze kwantitatief van aard. Het concept ‘psychische klacht’ voegt dus niks toe aan de bestaande praktijk dat op het DSM systeem gebaseerd is. Daarmee wordt ook duidelijk dat praten in termen van ‘psychische klachten’ óf een ‘psychische stoornis’ improductief zal zijn. Het verwart eerder de zaak. Maar ik vermoed dat Edith en Marleen niet een conceptuele bijdrage aan het demarcatieprobleem in de psychiatrie willen leveren. Het is gewoon simpelweg framing om onze geesten rijp te maken voor pakketmaatregelen, immers, de volumegroei moet beteugeld. Prima, all in the game. Maar, slecht argument en een slecht middel tot dat doel. Het zal een bot instrument blijken. Overigens snakken GGZ-hulpverleners naar de dag dat betaling niet strak aan het DSM-systeem wordt gekoppeld, en dat zou ons nou juist de handen meer vrij kunnen maken om precies dat te doen wat de minister beoogt, maar daarover een andere keer.
    Frank heeft het over kritische zelfreflectie. Een mooi concept, zo eentje waar je het nauwelijks mee oneens kan zijn. Maar ja, wensen dat het er komt maakt nog niet dat het gebeurt. Het ironische is natuurlijk dat 99% van de GGZ-behandelingen gericht zijn op het verbeteren van de kritische zelfreflectie en de zelfredzaamheid. In hoeverre dat behandelaars dat ook waarmaken, is een andere vraag. Hebben behandelaars een belang om mensen meer afhankelijk te maken en te houden, zoals vaak wordt beweerd of gedacht? Lastige vraag. Ik neig natuurlijk te zeggen: onzin, we gaan het vak in om mensen te behandelen, daar hoort doei zeggen tegen de dokter natuurlijk bij. Maar ik weet ook dat we onderhevig zijn aan algemene en deels onbewuste invloeden. Een instituut wil graag productie. De prikkels in het systeem doen ook mee. En ja, de drempel voor nieuwe toetreders is niet echt hoog geweest afgelopen jaren. En we werden wel geacht klantvriendelijk te worden. Aanbieders zijn zich ook gaan richten op werving. Daarom zeg ik al enige tijd: haal die stimulans tot productie uit het systeem, dan krijgen wij minder de managers op ons dak die zeggen dat we méér moeten behandelen, en kunnen we meer gewoon goed behandelen. En dus ook: af en toe zeggen, net als de neuroloog: geen bevindingen op mijn terrein.

  2. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 17 oktober 2012 om 10:29 | Permalink

    Een uiterst genuanceerde reactie Alan. Bovendien kaart je de vraag aan of behandelaars het verbeteren van de kritische zelfreflectie en zelfredzaamheid van patiënten waarmaken. Compliment daarvoor. Volgende reacties daarop van andere professionals uit jouw veld zie ik zeer graag tegemoet.

  3. G K Mitrasing
    Geplaatst op 17 oktober 2012 om 11:15 | Permalink

    En als toevoeging: accepteren we als maatschappij dat sommige klachten in de psychiatratie chronisch zijn? Niet oplosbaar maar verlichtbaar of dat er benaderingen zijn om grotere terugval in functioneren te voorkomen?