Aanpak schijnzelfstandigheid? De lange baan wordt al weer ingezeept!

Erik van Dam
Erik van Dam is senior consultant Kennismanagement en Netwerken bij VvAA Lees alle artikelen van Erik van Dam

De zzp-regelgeving veroorzaakte vorig decennium veel ophef. Zeker rond de invoering van de Wet DBA in 2016. In het regeerakkoord van Rutte III in 2017 stond daarom al: “… De Wet DBA wordt daarom vervangen.” Sindsdien is er per saldo echter weinig veranderd. Zo zijn wetsvoorstellen om zelfstandigheid aan de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt gerichter te reguleren in 2020 gesneuveld. En bestaat het systeem van modelovereenkomsten nog steeds en die worden in de zorg nog dagelijks gebruikt. De nieuwe ‘webmodule’, de gedroomde opvolger van die modellen, is de pilotfase (eerste helft 2021) nog niet ontgroeid. En sinds 2016 loopt nog het zogenoemde handhavingsmoratorium, dat er de facto op neerkomt dat schijnzelfstandigheid al jaren niet aangepakt is.

‘In 2025 pas weer échte handhaving’

Voorheen verantwoordelijk Minister Koolmees gaf vorig najaar het beslisstokje over aan het inmiddels huidige kabinet. Op 24 juni 2022, nét voor het weekend, lichtten minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) in hun kamerbrief een tip van de sluier op. In reactie op rapporten van de Algemene Rekenkamer (ARK) en Auditdienst Rijk (ADR) over schijnzelfstandigheid, gaven zij aan uiterlijk 1 januari 2025 (u leest het inderdaad goed: 2025!) de handhaving weer in reguliere vorm opgepakt moet zijn. Voor die tijd moet er dan wel een en ander geregeld worden om dit in goede banen te leiden. Wat dat exact is, wordt nog niet duidelijk. Kabinetsbrieven over de arbeidsmarkt voor het zomerreces, en over het werken als zelfstandige erna, zouden meer richting moeten geven. We gaan het zien. Maar een ding is zeker: de lange baan wordt alweer flink ingezeept.

‘Alsnog een zeperd?’

Maar let op: vóór 2025 wordt de handhaving wel geïntensiveerd, binnen de kaders van het moratorium. Dit betekent dat, als de Belastingdienst schijnzelfstandigheid constateert (en er geen sprake is van kwaadwillendheid), de dienst eerst een aanwijzing geeft. U krijgt dan de kans om de samenwerking binnen redelijke termijn anders in te vullen. Doet u dat niet, dan maakt u alsnog een zeperd, met mogelijk alsnog correcties en boetes tot gevolg.

De moraal van dit verhaal? Gebruik de lange baan, het verdere uitstel, om goed na te denken over de toekomstig arbeidsinvulling van uw praktijk of zorginstelling.

Één Reactie Reageer zelf

  1. Richard Schäffer
    Geplaatst op 19 juli 2022 om 00:23 | Permalink

    Ik heb vorig jaar drie opdrachtgevers gehad. Ik word volledig vrij gelaten in mijn werkzaamheden. Met eigen debiteuren risico. Dit jaar heb ik tot nu een opdrachtgever. Hij kan geen ander tandarts vinden. En laat mij volledig vrij.Moet ik nu de praktijk zonder tandarts achter laten om ergens anders een opdracht aan te nemen om zo te kunnen voldoen aan de eis v meerdere opdrachtgevers.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*