Antikwakzalver-brigade

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Ach, je herkent vast en zeker wel die lastige keuze: moet je iemand die het bloed onder de nagels vandaan haalt gepeperd commentaar leveren of rustig met hem of haar in gesprek gaan? Zelf mijd ik ruzie, gaat mijn voorkeur naar een dialoog en kies ik dus voor het tweede. In haar felle artikel ‘Antikwakzalvers schieten hun doel voorbij’ (Medisch Contact 18 juli 2019) lijkt (neuro)psycholoog Anita Kaemingk voor de eerste optie te kiezen: “Ik roep (…) de antikwakzalver-brigade op hun flauwe en intimiderende praktijken te herevalueren. Ze richten hun pijlen op de verkeerde manier op de verkeerde mensen en op de verkeerde zaken. Hun anti-integrale opvatting is achterhaald.” Haar artikel komt op mij over als een cri de coeur. Ik kan mij niet anders voorstellen dan dat zij ontzettend boos is! Saillant detail: de auteur is ook docent consultatievaardigheden bij de geneeskundefaculteit van Universiteit Maastricht.

Laat ik duidelijk zijn: ik deel haar boosheid. Maar wanneer je streeft naar communicatie met de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VdtK) zou ik persoonlijk misschien niet zo fel van leer trekken. Overigens waag ik te betwijfelen of deze organisatie zich überhaupt tot een gesprek laat verleiden, want wie niet voor is, krijgt de wind fors tegen. Kaemingk refereert in haar artikel aan een citaat uit een boze brief van de VdtK aan de werkgever van de gerenommeerde hoogleraar psychiatrie Jim van Os, die ervan langs krijgt omdat hij lid is van de Academy of Integrative Medicine: “Het verschil tussen een open mind en perfide kwakzalverij lijkt hem ten enenmale te ontgaan.” Ik herinner mij dat de VdtK graag een column, waarin ik mij kritisch uitliet over nasomassage – een overigens niet bestaande vorm van alternatieve geneeskunde – wilde overnemen, maar toen ik iets schreef wat niet beviel, werd ik met veel venijn de grond ingestampt. Sindsdien voel ik geen behoefte meer om over de VdtK te schrijven. Ik ben weleens bang dat de strijd om de alternatieve geneeskunde om zeep te helpen mede wordt gevoed door onderbuikgevoelens. Anders kan ik de agressieve opstelling niet duiden.

Reguliere geneeskunde reduceren tot toegepaste medische wetenschap en de patiënt tot object, is mensonwaardig

Zowel boven als onder het artikel wordt – en dat is in dit kader heel wezenlijk – vermeld dat Anita Kaemingk ook patiënt is: Ze heeft het Lynch syndroom (erfelijke aandoening met een vergrote kans op bepaalde vormen van kanker [IS]) en werd in 2013 gediagnostiseerd met gemetastaseerd endometriumcarcinoom. “Ik leef nog dankzij het algemeen geaccepteerde behandeltraject van operatie, cytostatica en radiatie. (…) Maar ik durf met stelligheid te beweren dat zonder allerlei ondersteunende activiteiten ik helemaal niet aan dit traject toegekomen zou zijn anderhalf jaar na mijn diagnose. En dus dat ik ondertussen zou zijn overleden. Zo probeerde ik met hardlopen en fitness mijn razendsnelle aftakeling te remmen, hielden dagelijkse Qigong-oefeningen mij fysiek en mentaal in balans, en zorgden meditaties voor vertrouwen en berusting in zowel het ziekteproces als het nare behandeltraject.” Wanneer ik mij nu opnieuw in haar verplaats zou ik wellicht nóg feller zijn uitgevallen tegen de VdtK.

Wanneer reguliere geneeskunde wordt gereduceerd tot toegepaste medische wetenschap en de patiënt tot object, is er sprake van een mensonwaardige reductie. Voeg daarbij het feit dat wij nog zo verschrikkelijk weinig weten wanneer het gaat om de beste behandeling voor jouw doodzieke ouder, partner, kind, vriend(in) of kennis; alleen dat al zou elke arts tot bescheidenheid móeten dwingen. Medemensen serieus nemen, bewustzijn van jouw beperkingen en open staan voor wat je (nog) niet kent zijn absolute voorwaarden om patiëntenzorg naar een hoger niveau te tillen. Maar wij kunnen dat wel duizend keer van de daken schreeuwen maar helpt het?

Anita Kaemingk wijt de ‘oogkleppen’ mede aan het ‘Sylvia Millecam-complex’*: “(…) de manier waarop de zaak werd aangepakt – alsof het land in oorlog was – had tot gevolg dat de ophaalbrug omhoogging van de burcht die gezondheidszorg heet. Medisch specialisten doken massaal weg in hun eigen bunkers en dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek werd definitief het Gouden Kalf. Sindsdien wordt het nauwelijks nog getolereerd om genuanceerd naar patiëntenzorg te kijken.”

Twee hoofdrolspelers uit die affaire zijn bij mij respectievelijk thuis en op de praktijk op ‘bezoek’ geweest: een veroordeelde arts – een aimabel man zoals veel hulpverleners die ik ken – en de inspecteur die als een inquisiteur de hoofdrol speelde en daardoor in korte tijd een bekende Nederlander werd. Ik verdedig niet het handelen van de betreffende hulpverlener maar de wijze waarop hij tot groot genoegen van de VdtK is aangepakt doet niet onder voor de manier waarop vroeger heksen op de brandstapel belandden. Inmiddels is hij – naar ik mag aannemen tot tevredenheid van zijn patiënten – gewoon weer werkzaam in zijn praktijk.

Wanneer deze arts toen een brute moord had gepleegd, was het trauma van wat hem is overkomen door de vervolging wellicht minder fors geweest! Ik heb zelf helaas ook moeten ervaren met hoeveel misplaatst machtsvertoon de betreffende inspecteur te werk ging, in mijn geval zelfs nadat de inspectie door de Nationale ombudsman fors op de vingers was getikt. Zijn schaamteloze, intimiderende optreden – terwijl er bij mij geen enkel bewijs van disfunctioneren was – bracht mij op een gegeven moment zelfs op de rand van zelfmoord. Ik moest wel even slikken toen ik recentelijk ontdekte dat uitgerekend deze voormalige inspecteur, die met zijn eigen organisatie gebrouilleerd raakte, nu in de Raad van Toezicht de Stichting 113 Zelfmoordpreventie is. Wanneer Anita Kaemingk gelijk heeft, is het meer dan jammer dat mede door zijn optreden in de buitenproportioneel opgeklopte affaire Millecam in zeker opzicht de klok in de geneeskunde is teruggezet.

* Sylvia Millecam (1956-2001) was een comédienne, actrice, zangeres en presentatrice. Toen bij haar in 1999 borstkanker werd geconstateerd, zocht ze haar heil in alternatieve geneeswijzen. Mogelijk speelde hierbij dat zij niet het lot van haar – twee jaar tevoren overleden – vader wilde ondergaan, die tevergeefs met chemotherapie was behandeld. In de media werd breed uitgemeten hoe alternatieve hulpverleners werden aangepakt, vervolgd en veroordeeld. 

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*