Ballingsoord

Khalid* (Fragment uit het IND-rapport):

Ergens in 2012 of 2013 werd ik toegelaten tot het technologische instituut in Mosul. Ik ben daar begonnen met een aantal Jezidische studenten. Daar werden we bedreigd omdat we Jezidi waren. We gingen met minibusjes naar de stad waar de opleiding was. Een keer werd een bus waar ik niet in zat maar mijn Jezidische medestudenten wel onder vuur genomen. Daarom ben ik na een week of twee gestopt met mijn studie.

Opmerking rapporteur: meneer stopt met praten, zucht diep en huilt even. Ik geef hem aan dat hij rustig aan kan doen met vertellen en dat er vandaag alle tijd is voor hem om zijn verhaal te doen.

Op een woensdagochtend om 9 uur worden Khalid, zijn vrouw Parwen en de 16-jarige Navîn door de IND gehoord. Het is het tweede gesprek, dat uiteindelijk bepaalt of vluchtelingen een verblijfsvergunning krijgen. De wettelijk voorgeschreven maximale termijn voor dit zogenaamde ‘nader gehoor’ is bij het Jezidische gezin al vrijwel een half jaar verstreken. Het drietal is een uur te vroeg op de locatie van de IND. Op een vermoedelijk stiekem genomen foto zie ik behalve de benen van Navîn louter lege wachtkamerstoelen. Om 12:20 uur belt Khalid mij: voor de eerste keer gaf de rapporteur direct al aan het eind van het gehoor aan dat de Jezidi’s in Nederland mogen blijven. Nog dezelfde dag wordt dit door hun advocaat bevestigd.

Acht dagen later zendt Khalid mij op 17:59 uur een foto van een ‘Transfer’-aankondiging in het Engels, Frans en Duits. Het gezin wordt maandagochtend overgeplaatst naar Maasbree. Om 10:10 uur zal de ‘roomcheck’ plaatsvinden. Khalid is wanhopig en ik verbijsterd. De intentie was immers dat de Jezidi’s in de buurt van ons zouden worden gehuisvest. Voordat het gezin in verband met de zwangerschap van Parwen naar een AZC veertig kilometer verderop werd verplaatst, woonde het al een jaar lang niet ver van ons vandaan. Nog altijd gaat Navîn dagelijks met de trein dagelijks op en neer naar de school in onze omgeving.

Khalid is wanhopig en ik verbijsterd. De intentie was immers dat de Jezidi’s in de buurt van ons zouden worden gehuisvest

Omdat in Ter Apel maximaal 2000 vluchtelingen mogen verblijven, ontkomt het COA niet aan draconische maatregelen. Alle lof voor Maasbree dat minder dan 7500 inwoners telt en – aldus een plaatselijke nieuwsbron – in korte tijd ‘naast McDonald’s’ een noodopvang voor maar liefst 316 asielzoekers uit de grond heeft gestampt. ‘Onze’ Jezidi’s behoren tot de eerste bewoners. Het aloude dorp ligt tussen drie mooie natuurgebieden en wanneer het weer een beetje meezit, is het ongetwijfeld een aardige bestemming voor een lang weekend. Maar zelfs Khalid heeft al heel snel door dat Maasbree voor hem en zijn vrouw maar vooral voor Navîn een ballingsoord is, waar de tot nu toe toch al moeizaam verlopen inburgering volledig zal stagneren.

Sinds zijn komst naar Nederland heeft Khalid het ene na het andere moeten incasseren. De verwachting dat zijn gezin naar onze omgeving zou terugkeren hield hem nog op de been. Nu deze hoop is vervlogen dreigt de man eronderdoor te gaan. ‘Ik heb het gevoel dat er iets in mijn nek en borst hangt,’ appt hij mij om 22:04 uur. Om 23:43 uur schrijft hij: ‘Geloof mij, mijn denken is vervormd sinds ze het mij vertelden.’ Ook de puber Navîn, die zich tot nu toe door niets uit het veld liet slaan, is ‘getroffen door het nieuws’. Een dag later citeert Khalid een spreuk die hij ooit heeft gehoord: ‘De wind waait tegen de verlangens van de schepen in.’

De hele donderdagavond en vrijdagochtend besteed ik aan smeekbedes richting COA en gemeente

Op ons programma stond een hotelovernachting en twee rustige dagen. Maar van rust is geen sprake meer. De hele donderdagavond en vrijdagochtend besteed ik aan smeekbedes richting COA en gemeente, terwijl ik ook een beroep doe op de voogd van Navîn. Het COA deelt desgevraagd aan Khalid mee dat alle hoop om naar een andere bestemming dan Maasbree te verhuizen, is vervlogen.

Wanneer ik een wonder zou kunnen afdwingen, was nu het moment hiervoor gekomen. Maar ook zonder mijn inzet blijken wonderen mogelijk. Vrijdagmiddag krijgen wij plots een hoopgevend telefoontje: misschien, misschien, misschien… Daags hierna staan wij op het punt om te gaan wandelen wanneer Khalid ons belt. Door de tranen heen laat hij ons weten dat zijn gezin alsnog bij ons in de buurt komt wonen. Met dank aan het COA.

Delen