Blijven we drijven?

Dienie Koolen-Goossens
Dienie Koolen-Goossens is zorgondernemer, logopedist en docent. Zij is bestuurlijk actief en heeft passie voor gezondheidszorg en onderwijs. Bekijk ook haar profiel op LinkedIn. Lees alle artikelen van Dienie Koolen-Goossens

Deze week was ik aanwezig bij een zorgdebat in Arnhem, georganiseerd door Coöperatie VGZ. Er werd een boek van mede-blogger Frank van Wijck gepresenteerd. Stellingen werden voorgelegd aan het publiek en aan drie genodigden: Yvonne van Rooij van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen,  Anoeska Mosterdijk namens Ineen, en André Rouvoet van Zorgverzekeraars Nederland. Ook het bankwezen was aanwezig en verder zag ik verzekeraars, consultants, bestuurders en natuurlijk het zorgveld. Patiënten en hun vertegenwoordigers zaten ook in de zaal. Zij hadden graag een prominentere plaats ingenomen.

Het boek van Frank heeft als titel: Zorg 2031 – Op koers naar een ander speelveld? In de eerste zin van het boek staat dat ziekenhuizen het liefst alle medische zorg bieden. Dit werd al meteen betwist door mevrouw van Rooij. Of de zorg in de toekomst nog in grote, dure gebouwen plaats zal vinden of buiten het ziekenhuis zoals bij anderhalve lijn werd besproken. Natuurlijk kwam ook eHealth voorbij. Moeilijke keuzes in de zorg kwamen aan bod en meer mogelijkheden om de kosten te drukken. Ieder was het volgens mij eens met de behoefte aan zorg dichtbij maar ook met een betere samenwerking, partnership. Dat voor transitie van de tweede naar de eerste lijn heel wat nodig is aan verandering van mindset en aan geld werd wel duidelijk. Middelen zowel voor krimp van de tweede als voor verstevigen van de eerste lijn.

De vraag of we op koers liggen maar ook blijven drijven is essentieel

Als deelnemer in de zaal kon ik aangeven dat dit laatste veelal achterblijft, zeker bij paramedische zorg. Ik noemde het voorbeeld dat neuroloog Gerald Hengstman recent schetste over de paramedische zorg. Hij vergeleek die met een prachtige Titanic die ten onder dreigt te gaan door slechte financiering. Frank van Wijck had eerder de vergelijking gemaakt van de trage koerscorrectie van een tankschip met de langzame omwenteling van de zorgwereld. De vraag of we op koers liggen maar ook blijven drijven is essentieel. Een huisarts uit de zaal protesteerde tegen het beleid voor de eerste lijn: er wordt mooie muziek gemaakt maar de werkelijkheid is somber.

De vlakken van de driehoek zorgvrager, aanbieder en verzekeraar werden nog eens kritisch tegen het licht gehouden. Een echte discussie over het zorgstelsel werd helaas niet gevoerd. Mevrouw Mosterdijk gaf aan dat er kramp, angst leeft in de zorgwereld.  Ab Klink, bestuurder van VGZ , sloot de interessante avond af met de stelling dat dit moest veranderen. Ook meende ik te horen dat de expansie van de zorg niet verhaald mocht worden op tarieven in de eerste lijn. En dat de eisen in verhouding moesten zijn. Na woorden nu van ieder daden en we blijven weer langer boven water en hopelijk op koers.

De vraag hoeveel ziekenhuizen er daadwerkelijk nog in 2031 zullen zijn, is verder te lezen in het boek. Dat ik helaas mijn eigen beroep als logopedist miste in het essay vergeef ik de schrijver. Bij zijn slotwoord dat hij het jaartal 2031 had gekozen omdat het zorgstelsel dan 25 jaar bestaat, plaats ik echter een kanttekening: namelijk of het huidige stelsel dat jaartal wel haalt.