Charles & Ray Eames

101651-10Het Amerikaanse echtpaar Charles en Ray Eames leeft ook na hun dood voort: als dé iconen van modern design.

Tekst: Riki Simons

In de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog worstelden de medische officieren van de Amerikaanse luchtmacht met een probleem. De metalen spalken die ze gebruikten bij het transport van gewonden bleken te pijnlijk. Op datzelfde moment experimenteerde het jonge, pasgetrouwde ontwerpersduo Charles en Ray Eames in hun appartement in Hollywood met een machine die dun multiplex vloeiend kon laten buigen.

101651-11

De Eames-multiplex-beenspalk. Foto: Eamesoffice.com

Een bevriend marine-arts zag hun experimenten en vroeg het paar of zij ook spalken konden maken. Charles en Ray kregen daarbij de beschikking over ‘classified’ technologie uit laboratoria van de US Navy, waar een nieuw soort synthetische lijm was ontwikkeld. Mede hierdoor slaagden ze erin een comfortabeler en lichtere spalk te ontwerpen, die snel en goedkoop op grote schaal kon worden gefabriceerd; aan het eind van de oorlog stond de teller op 150 duizend Eames-multiplex-beenspalken. De spalken zijn hier en daar nog te koop, voor zo’n 900 euro, als ‘Eames design relikwie’.

Organisch

Ray-Bernice Kaiser (1912-1988) en Charles Eames (1907-1978) ontmoetten elkaar in 1940 op de Cranbrook Academy of Art in Michigan. Cranbrook was begin twintigste eeuw opgericht door een krantenmagnaat die zich zorgen maakte over het achterblijven van Amerika’s industriële vormgeving en productie bij die van Noord-Europa. Directeur werd de beroemde Finse architect Eliel Saarinen, die de nieuwe opleiding organiseerde volgens de Scandinavische aanpak van leren en onderzoeken door te werken, en ontdekken en ontwikkelen door te doen. Zijn zoon Eero werd er docent. De Saarinens brachten de Scandinavische voorkeur voor organische vormgeving mee. Cranbrook werd zo een symbiose van aan de ene kant de Europese kunst- en designrevoluties van vóór 1940 en aan de andere kant de Amerikaanse traditie van vindingrijkheid en economische efficiency.

Charles Eames kwam in 1938 naar Cranbrook om er zijn kennis van architectuur te verdiepen. Hij was een talentvolle, ongeduldige ‘doener’, die nooit een opleiding afmaakte maar wel zodanig in de Cranbrook-filosofie paste dat hij er na een jaar al docent werd. Ray kwam in 1940 naar Cranbrook om er haar New Yorkse kunstopleiding uit te breiden.

Charles en Ray vormden al snel niet alleen een paar – in 1941 trouwden ze, nadat Charles eerder dat jaar van zijn vrouw was gescheiden – maar ook een ontwerpteam. Hun producten signeerden ze met ‘Eames Office’ om zo hun eenheid te onderstrepen.

In de Eames-filosofie golden een paar basisprincipes. De vorm werd bepaald door de functie en constructie (in tegenstelling tot meubilair waar de hele constructie weggemoffeld zit onder de bekleding) en door de eigenschappen van het materiaal; uitgevoerd op de meest efficiënte en economische manier.

Eames House in LA

foto: timothy street-potter

foto: Timothy Street-Potter

Charles en Ray Eames’ woonhuis in Pacific Palisades bij Los Angeles werd in 1949 in anderhalve dag neergezet: een skelet van industriële prefab-metaalelementen, opgevuld met gevelstukken van beton met gekleurd stuc en grote stukken glas.

Het was voor het eerst dat een huis op deze manier werd gebouwd. Het is nu een ‘National Historical Landmark’ en een van dé design-bedevaartplaatsen ter wereld. eamesfoundation.org.

Eames Office ontwierp en maakte niet alleen meubels, maar ook (onder meer) films, boeken, speelgoed, posters en tentoonstellingsmateriaal. Charles was vooral de technicus en analytische rationalist, Ray de speelse en artistieke estheet met een groot gevoel voor kleur en vorm. Beiden waren workaholics, dag en nacht bezig met innovatievraagstukken. Hun medewerkers omschreven Eames Office als een ‘designhemel’ en ‘een andere planeet’; een plaats waar spelen, experimenteren, ontdekken, maken, leren, leven en (hard) werken naadloos in elkaar overgingen.

Instant wereldhit

DCM

DCM (dining Chair Metal, 1946)

Het echtpaar Eames gebruikte de tijdens de oorlog opgedane kennis en ervaring voor het ontwerpen van twee stoelen: de Eames DCM (Dining Chair Metal), met zitting en rug in multiplex; en de Eames DCW (Dining Chair Wood), helemaal van multiplex. Beide stoelen werden een instant wereldhit en in 2001 door weekblad Time verkozen tot ‘Design van de Eeuw’.Het Museum of Modern Art in New York, dé grote voortrekker in de ontwikkeling van Amerikaanse vormgeving, gaf Charles in 1946 een solo-expositie. Meubelfabrikant Herman Miller raakte onder de indruk en investeerde het nodige kapitaal voor productie en distributie van Eames’ meubels.

 

DCW

DCW (Dining Chair Wood, 1946)

In 1948 schreef hetzelfde museum een ‘International Competition for Low-Cost Furniture Design’ uit. Eames Office stuurde een ontwerp in voor een schelpvormig plastic kuipje op metalen of houten poten. Het was het eerste (kwaliteits)meubel van kale kunststof: met glasvezel versterkt plastic, opnieuw een (oorlogs)uitvinding van de US Navy. Herman Miller ontwikkelde nieuwe machines voor deze Eames Molded Plastic Chair, die vanaf 1950 in allerlei varianten en kleuren in productie ging. En deed hiermee de beste designinvestering uit de geschiedenis van de meubelindustrie.

 

Peperdure perfectie

Eames’ meubels raakten sinds de jaren zestig wereldwijd op zó’n grote schaal in gebruik, vooral in publieke ruimtes zoals vliegvelden en lobby’s, dat ze juist hierdoor bijna ‘onzichtbaar’ werden. Ter ‘compensatie’ ontwierpen Charles en Ray daarom in 1956 een statusdesignsymbool bij uitstek: de Eames Lounge Chair, samen met de bijbehorende voetenbank Ottoman. Zó onbeschaamd gericht op lui zitcomfort, in peperdure perfectie ontworpen in zacht leer en walnoot, naar de traditionele Engelse clubstoel voor gentlemen, dat de kans klein was dat dit ontwerp over het hoofd zou worden gezien.

Lounge Chair & Ottoman

Lounge Chair & Ottoman (1956)

 

Van de tientallen series meubelen die Eames Office daarna nog ontwierp, zijn de Aluminium Group-stoelen uit 1958 de bekendste: verchroomd aluminium met bekleding – chic en zakelijk. Populair werd al eerder ook de Eames Storage Unit, uit 1949, een lichte, kleurige, speelse serie opbergrekken, in alle mogelijke varianten uit te breiden.

Charles werd door de jaren heen vooral zakelijk aanspreekpunt en was van de twee het meest actief in publieke optredens. Ray breidde de minimalistische Amerikaanse traditie van bruin, grijs, zwart en wit uit met succesvolle nieuwe kleuren. Ze stelde Eames-films over vormgeving samen en had de grootste hand in de vormgeving van posters en boeken.

Dat Charles’ notoire ontrouw nooit een probleem werd voor hun samenwerking én huwelijk, hoort ook bij dit ijzeren teamverband. Samen bedachten ze de stoelen waar nu nog bijna dagelijks een variant op verschijnt, van wéér nieuwe generaties ontwerpers.

Echt of namaak

Eames-meubels zijn zó populair dat er een hele industrie van namaak is ontstaan, vooral in China. Alleen Vitra (in Europa) en Herman Miller (in Amerika) werken volgens Eames’ eigen, hoge eisen in comfort, duurzaamheid en afwerking. Dat is terug te zien in de prijs, een Molded Plastic Chair-stoeltje kost al gauw een paar honderd euro. Nederlandse verkooppunten zijn te vinden via vitra.com/nl-nl/dealers

101651-16

Wire Chair DKW; Plastic Armchair DAW; Plastic Side Chair DSW

 

De grootste Vitra-vestiging is de Vitra Campus in Weil am Rhein in Duitsland. Met niet alleen laboratoria en allerlei experimenten in architectuur, maar ook het Vitra Design Museum, de spectaculaire flagshipstore VitraHaus en de open productieplaats Lounge Chair Atelier. Museum, huis en atelier zijn open voor publiek. design-museum.de