Damiaan Denys

‘We zijn het lijden verleerd’ kopte de Volkskrant op zaterdag 30 oktober 2021 vetgedrukt boven een interview met Damiaan Denys (1965). Ik weet niet of deze hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA) hierbij betrokken was, maar in 2014 werd het woord ‘lijden’ juist geschrapt uit de Nederlandse editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5), hét handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. ‘Lijden’ werd immers te veel geassocieerd met christelijk gedachtengoed. Ook tijdens mijn loopbaan als huisarts werd behalve bij euthanasie nooit over ‘lijden’ gesproken – daarop lag min of meer een taboe – en ik betwijfel of dat sindsdien is veranderd.

‘We zijn het lijden verleerd.’ Een jaar geleden zei Denys letterlijk hetzelfde in een interview met het Parool**. De titel van het betreffende artikel luidde toen De mens is op zijn best als hij een beetje lijdt. Interessant is wat hij in deze publicatie vertelde over zijn afkomst: ‘Als Vlaming ben ik opgevoed in een katholiek bolwerk, dus dat zal mijn gedachtegoed ongetwijfeld beïnvloed hebben. En binnen het katholicisme bestaat inderdaad een soort verheerlijking van het lijden van Jezus aan het kruis. Maar lijden staat ook centraal in het denken van Nietzsche en Heidegger, dat waren niet bepaald katholieken.’

‘Denys onderscheidt zich in datgene waarin de meeste artsen tekortschieten: een weidse blik op trends in onze samenleving’

De verwijzing naar twee bekende filosofen komt niet uit de lucht gevallen. Zeven jaar voor zijn artsexamen (1996) behaalde Denys zijn master filosofie. Hij onderscheidt zich in datgene waarin de meeste artsen tekortschieten: een weidse blik op trends in onze samenleving. En misschien nog wel meer munt hij uit in het verwoorden en uitdragen hiervan. Inmiddels geldt de Belg als een bekende Nederlander. Het interview met de Volkskrant was een razendsnelle opeenvolging van rake opmerkingen. Dat leidde bij mij tot hetzelfde enthousiasme als toen ik tijdens mijn studie filosofie sommige teksten las. Daar kon ik lyrisch van worden. Pas later kwam de kater: is wat er staat eigenlijk wel waar?

Op 21 december 2019 reageerden psychiaters Menno Oosterhoff en Richard Bruggeman in een ingezonden brief aan de NRC op wat zij omschreven als het ‘evangelie’ van Dirk de Wachter, Damiaan Denys en Paul Verhaeghe: ‘Hun boodschap is even oud als simpel: bekeert u. Het leven is lijden. Dat moeten we weer onder ogen zien. We verwachten te veel van het leven. Denys komt zelfs in de buurt van de prediker die roept: het einde der tijden is nabij. Volgens hem leven we in een pre-apocalyptische tijd. Hij vreest dat er een oorlog nodig is om de mensheid te resetten, want vrijwillig zullen we onze verwende bevoorrechte positie nooit opgeven.’

Gelukkig stonden wij toen niet aan de vooravond van een oorlog maar wel van een pandemie, die overigens tot nu toe al meer dan vijf miljoen mensen het leven heeft gekost. ‘De coronacrisis stelt de vanzelfsprekendheid van ons leven op de proef,’ zei Damiaan Denys in het Parool: ‘Dat hoeft niet alleen slecht te zijn. We zijn het lijden verleerd. (…) Ik vraag mij af of corona het probleem is of de oplossing voor het probleem. (…) Onze welvaart zorgt ervoor dat we mentaal steeds fragieler zijn geworden. Dat weten we, maar we zijn niet in staat iets van die welvaart op te geven. Dus hebben we een externe factor nodig, een gamechanger. Rampspoed dwingt ons om onze megalomane levensstijl te veranderen.’ Rampspoed is echter wel wat anders dan ‘een beetje lijden.’

‘Geen enkele oorlog of pandemie kan als rechtvaardiging voor positieve ontwikkelingen worden beschouwd’

Wellicht hebben oorlogen en pandemieën ook geleid tot positieve ontwikkelingen. Maar de geschiedenis leert ons dat geen enkele oorlog of pandemie als rechtvaardiging hiervan beschouwd kan worden. En al helemaal niet voor datgene waar het Damiaan Denys uiteindelijk om lijkt te gaan: om de aanvaarding van hetgeen hij als ‘normaal lijden’ typeert. De toch al zwaar overbelaste GGZ is er niet voor mensen met ‘normaal lijden’: die krijgen zo nodig het advies om lange wandelingen te gaan maken. Tegelijk geeft hij echter ook toe dat niemand ‘in zijn eentje’ kan bepalen wanneer ‘normaal lijden’ overgaat in ’abnormaal lijden’. Daar ligt een taak voor huisartsen, maar die moeten dan wel bereid zijn om over lijden te praten. Ze kunnen nu in elk geval wel hun patiënten met goed fatsoen het bos insturen.

Delen