‘De boel bij elkaar houden’

Wout Raadgers
Wout Raadgers is trainer/coach bij VvAA opleidingen & teamcoaching Lees alle artikelen van Wout Raadgers

Door fusies ontstaan steeds grotere maatschappen van medisch specialisten. Dit heeft voordelen: de vereiste vlieguren worden gehaald, taken kunnen beter worden verdeeld en er kan verregaande specialisatie plaatsvinden. Maar het maakt het besturen van de maatschap er niet eenvoudiger op. Zo neemt het risico op versplintering in subgroepen toe. Als een subgroep in de ogen van andere maten te veel een eigen koers vaart, kan dat de samenwerking makkelijk frustreren. Het leidt tot een gespannen werkklimaat en problemen die elke vergadering weer de kop opsteken, zoals oeverloze discussies zonder besluitvorming.

Maar omgekeerd geldt ook dat subgroepen het gevoel kunnen krijgen dat het collectief hen keer op keer verhindert om de vleugels uit te slaan. De discussie hierover wordt binnen maatschappen vaak weinig zakelijk gevoerd. De individuele en collectieve belangen worden niet open en eerlijk op een rij gezet en er wordt niet gekeken hoe de verschillen overbrugd kunnen worden. De kunst voor maatschappen is om duidelijkheid niet te verwarren met onvriendelijkheid en die duidelijkheid in te zetten door met elkaar een deal te sluiten over zowel doelen als spelregels.

Maar afspraken alleen zijn niet zaligmakend. Er is ook nog zoiets als het onderlinge krediet, de gunfactor, ofwel het potje van de samenwerking. Dit kapitaal bepaalt het werkplezier, de beleving en de voortgang van de samenwerking. De kunst is om een positief saldo te realiseren én te houden door in elkaar te investeren. Door waardering uit te spreken, interesse te tonen, voor elkaar in te springen, gemaakte afspraken na te komen en de wensen van alle maten en subspecialisaties serieus te bespreken.

Wanneer de werkafspraken helder zijn, het onderlinge krediet een positief saldo kent en de meerwaarde van de gezamenlijkheid inzichtelijk is, kan elke maat voor zichzelf het sommetje maken of de ‘kosten’ van het werken in het collectief blijven opwegen tegen de ‘baten’. Een eventueel verlies nemen blijft dan niet prettig, maar hoort erbij en wordt daarmee dragelijker.