De onbarmhartige samaritaan

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Er hoeft maar iets in de nauwe straatjes van de Bossche binnenstad te gebeuren of je zit klem in het verkeer. In één van de wachtende wagens, een donkerblauwe Toyota Corolla, grist een huisarts het bordje ‘rijd visite’ van zijn dashboard. Hij heeft zeker haast. Stel dat er zojuist een ongeval is gebeurd…

In het kader van hun opleiding tot priester kregen studenten de opdracht om een preek houden over de Barmhartige Samaritaan. Daarvoor moest men naar een studio lopen, waar de preek op video werd gezet. Op willekeurige wijze kregen sommigen horen dat er haast was geboden, terwijl anderen nog zeer veel tijd kregen. Op de weg naar de studio lag er iemand kreunend en hulpbehoevend op de grond. Ruim 90 procent van degenen die haast hadden boden geen hulp.

Aan de vooravond van de Goede Week kreeg ik de gedrukte versie van de academische rede Compassie in de evangeliën, die prof. dr. Annette Merz (hoogleraar Nieuwe Testament) heeft uitgesproken op de Dies natalis van de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam. Hierin beschrijft zij dit experiment om te illustreren dat het voelen van compassie onvoldoende is; dit gevoel moet ook tot actie leiden. Tijdsdruk kan dit echter verhinderen.

Compassie voelen is onvoldoende; het moet ook tot actie leiden

Mevrouw Merz refereert niet aan de primaire bron – een publicatie van J. Darley en C. Batson uit 1973 in het Journal of Personality and Social Psychology – maar las over dit experiment in Het Lucifer Effect van Philip Zimbardo. In dit standaardwerk laat deze Amerikaanse psycholoog zien dat doodgewone mensen onder bepaalde omstandigheden tot gruwelijke daden in staat zijn. Centraal in het boek staat het – inmiddels verfilmde – Stanford-gevangenisexperiment uit 1971, dat door Zimbardo is opgezet.

De auteur bespreekt in zijn boekwerk – een pil van 684 pagina’s – ook veel onderzoeken die minder extreem zijn zoals het bovengenoemde experiment. Zo toont hij aan “dat het zaad van krankzinnigheid in ieders achtertuin geplant kan worden en dat het zal ontkiemen in reactie op de voorbijgaande, psychologische verwarring die een gebruikelijk onderdeel vormt van de levensgang van normale mensen” (pag. 348). Personeel van een psychiatrische afdeling dat drie dagen op de eigen afdeling werd opgesloten, ging het gedrag van psychiatrische patiënten vertonen (pag. 352).

Nog griezeliger – omdat het om een alledaagse setting gaat – is een experiment waarbij 22 verpleegkundigen van een arts, die zij nog nooit hadden ontmoet, telefonisch de opdracht kregen om 20 ml. Astrogen toe te dienen, terwijl op de verpakking stond dat 10 ml. de maximum dosering is. Wanneer een dergelijke opdracht met verpleegkundigen wordt besproken, geeft de grote meerderheid aan dat men hiertoe niet bereid is. Maar tijdens het experiment zwichtte op één na alle verpleegkundigen voor de telefonische opdracht toen bekend werd dat de arts in aantocht was; deze zou weleens heel boos kunnen worden wanneer zou blijken dat men hem niet had gehoorzaamd (pag. 383-384). Compassie met de patiënt is dan ver te zoeken.

Het geduld van de dokter die zich in het hartje van Den Bosch in zijn wagen zit te verbijten wordt op de proef gesteld. De arts stapt niet uit om te kijken wat er gaande is want misschien is zijn hulp nodig. Wanneer er pas na tien minuten beweging komt in de rij wachtende wagens, ziet hij dat er een vrachtwagen moest worden uitgeladen. Niets wijst op een ongeluk. Het stoere bordje ‘rijd visite’ kan weer voor de ruit. ‘Wie is die kluns?’, vroeg een kennis toen ik hem dit vertelde. Ik heb eerlijk bekend dat ik deze dokter was.