De overledenen

Tjitske van Engelen
Tjitske heeft een jaar als anios Interne Geneeskunde gewerkt en is recent begonnen met promotieonderzoek naar infectieziekten. Zij schrijft over haar ervaringen in de kliniek, het wel en wee van promovendi en verwonderingen binnen de gezondheidszorg." Lees alle artikelen van Tjitske van Engelen

Ik kan mij niet herinneren wanneer ik voor het eerst een lijk zag. Nu heb ik ook nog nooit een ‘lijk’ gezien. Wel heb ik ‘overleden patiënten’ gezien. Nuance, maar toch.

Ik herinner me een co-schap waar ik meeliep op zaal. Het was al laat en tijd om naar huis te gaan. Maar er was iemand overleden. Misschien was dit mijn eerste, maar het kan ook de tweede of derde zijn geweest. Raar dat ik dat niet meer weet. Ik kende de patiënt niet. De arts-assistent vroeg of ik mee wilde om te schouwen. In de lift gaf ze snel haar instructies. “Ik wacht altijd een kwartier na het telefoontje van de verpleegkundige. Soms nemen mensen toch nog een laatste ademteug. Meestal zie je het als je binnenkomt. Voor de familie is het fijn als je goed luistert en kijkt.”

Ze had gelijk. Ik zag het direct toen ik binnenkwam. Het is lastig te objectiveren wat je dan precies ziet. Het grauwe gelaat? Een bewegingsloos lichaam? Of leidt je het af aan de blikken van de familie? In ieder geval zie je het direct. Of misschien voel je het direct.

Als co-assistent, maar stiekem ook als arts-assistent, kan het bijzonder moeilijk zijn om iemands harttonen te horen. Volumineuze mensen, rumoerige spoedeisende hulp kamers, krakende haren bij je oor – probeer dan maar eens te horen of iemand een lekkende hartklep heeft. Vol inspanning stond ik dus te luisteren, op dezelfde manier dat ik vol inspanning de afgelopen weken mijn oren had gespitst, op zoek naar het herkenbare gebonk. Totdat ik mij realiseerde dat ik dat niet zou horen. En toen kwam de realisatie dat ik daar dit keer wel héél zeker van moest zijn. En dan kijk je op en spreek je de woorden die de familie al weet. Jouw woorden veranderen hun emotie. Gezichten worden overspoeld met verdriet, opluchting of combinaties.

En dan kijk je op en spreek je de woorden die de familie al weet. Jouw woorden veranderen hun emotie

De overledenen zitten in mijn gedachten. De oude dame die eenzaam op de spoedeisende hulp lag en met een onduidelijke diagnose door mij werd opgenomen. Die nacht overleed ze aan een bloeding. Of de man die in reanimatiesetting door de ambulancebroeders werd binnengebracht. De echtgenote kwam een half uur later binnen om afscheid te nemen, terwijl ik de laatste borstcompressies verrichtte. Of de Malawiaanse baby, waarvan de moeder te ver van het ziekenhuis woonde waardoor ik midden in de nacht een lijkstijf lijfje in mijn handen kreeg.

Ik kan mij niet herinneren wanneer ik voor het laatst een overleden patiënt zag. Als promovendus heb je minder met de dood te maken. Het moet minstens anderhalf jaar geleden zijn geweest. Ik las vorige week When breath becomes air, geschreven door de 36-jarige Paul Kalanithi. Hij was dokter, patiënt en stervende. Het zette me aan het denken en bracht de overledenen terug in mijn gedachten. Ik kan het u aanraden.