Medemenselijkheid

Tjitske van Engelen
Tjitske heeft een jaar als anios Interne Geneeskunde gewerkt en is recent begonnen met promotieonderzoek naar infectieziekten. Zij schrijft over haar ervaringen in de kliniek, het wel en wee van promovendi en verwonderingen binnen de gezondheidszorg." Lees alle artikelen van Tjitske van Engelen

Ik dans al achttien jaar. Soms heel intensief en soms alleen als het uitkomt. Dansen is pure ontspanning. Anderhalf uur focussen op de techniek en de passen, zonder ruimte voor werk, relationele vraagstukken of mijmeringen over het leven. Even weg van het ziekenhuis, het onderzoek en de zorgelijke patiënten.

Mijn dans juf danst al haar hele leven. Altijd heel intensief en nooit alleen als het uitkomt. Zij ís een danser. Zij maakt choreografieën voor televisieshows, begeleidt jonge koters tot aan Neerlands danstop en vindt in de avonduren tijd om een groepje volwassenen de nieuwste moves op Jason Derulo te leren.

Gezondheid en ziekte zijn overal. Zelfs tijdens de dansles ben ik niet helemaal weg van de zorg. Er worden grapjes gemaakt tijdens de oefeningen: “Als ik mijn been breek, dan is er tenminste een dokter in de zaal!” Of er staan jonge moeders naast mij in de les over hun bevalling te vertellen. “Maar dat moet jij weten, want jij bent dokter.”

Deze week begon de les drie kwartier later. Mijn dans juf kan lekker kletsen en begon een luchtig verhaal nadat iemand had gevraagd hoe haar feestdagen waren geweest. Op zich prima, behalve dat haar pleegkind een paar dagen voor Kerst uit huis was geplaatst. Hij was depressief, boos, en hief op een gegeven moment een mes. Toen was het klaar. Buiten, op afstand van haar jongen, belde mijn dans juf de crisisdienst. Er was één iemand aan het werk, die dienst deed voor de hele regio. Hij kon niet direct komen. En zo zat ze buiten in haar auto te wachten totdat ze samen met de crisisdienst naar huis kon.

Mijn dansjuf danst én zorgt

Er bleek geen goede opvangplek te zijn voor haar pleegkind. De crisisdienst stuurde hem naar een 24-uurs bed, maar dat was geen duurzame oplossing. Het was bijna Kerst en die kon hij toch moeilijk alleen op straat doorbrengen. Mijn juf ging zelf aan de slag en belde alle instanties. Er werd ‘gekeken naar de mogelijkheden’ en vaak niet teruggebeld. Uiteindelijk mocht hij de feestdagen in de jeugdgevangenis doorbrengen. Niet als echte gevangene, maar als logeé. Dan had hij tenminste een bed.

Op Eerste Kerstdag ging mijn juf bij hem langs. Want ach, hij zal waarschijnlijk wel eenzaam zijn, en hij bedoelde het allemaal niet zo kwaad met dat mes. Ze had een prachtig cadeau voor hem gemaakt, met leuke foto’s van hun tijd samen. Ze hadden een gezellige dag – samen in de jeugdgevangenis.

Ik stond perplex. Vanwege deze vrouw, die zich niet vanuit een zorgprofessie om deze jongen hoeft te ontfermen, maar uit liefde handelt. Deze vrouw, die een mate van medemenselijkheid toont waar ik van kan leren.

Artsen zijn ook regelmatig op zoek naar een bed. Als een oude dame met een ‘sociale indicatie’ is opgenomen omdat het thuis niet meer gaat. Als de oude dame niet slecht genoeg is voor revalidatie, niet ziek genoeg voor een verpleeghuis, maar te kwiek voor een ziekenhuisbed. Als de oude dame op een wachtlijst wordt geplaatst, de transferverpleegkundige niks voor je kan doen, maar de beddencoördinator in je nek hijgt. Als niemand na half vijf zijn telefoon nog opneemt. Als je bang bent voor een nieuwe longontstekingen en spierverval als ze nog langer bij jou blijft. En dan zuchten, steunen, kreunen en klagen we. Zelden zorgen we. Dit in tegenstelling tot mijn dansjuf. Zij danst én zij zorgt.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*