De schilder, de dokters, de zuster

Flip Vuijsje
Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie; was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto, en heeft zijn eigen bureau voor redactionele hulp bij zorgpublicaties (www.bureauflipvuijsje.nl). Lees alle artikelen van Flip Vuijsje

Het begon in 1889 in een ziekenhuisbed. Dat stond in Bohain, in het hart van de Noord-Frankrijks textielstreek, niet ver van Cambrai en Saint-Quentin. Daar lag de twintig jaar oude Henri Matisse te herstellen van een hernia, en zich zichtbaar te vervelen. De patiënt in het bed naast hem verdreef de tijd met het kopiëren van Zwitserse landschapschilderijtjes, en zei tegen zijn buurman: moet je ook gaan doen.

En dat gebeurde. Henri’s moeder bracht haar zoon een verfdoos. En meteen vanaf dat eerste moment in zijn leven dat hij een penseel in zijn hand voelde, heeft Matisse later zelf gezegd, was zijn leven voorgoed veranderd.

Vraag iemand met bovengemiddelde interesse in beeldende kunst naar de belangrijkste schilders van de twintigste eeuw, en dan zal Henri Matisse (1869-1954) bijna altijd prominent figuren. In veel gevallen zelfs direct op plaats twee, meteen na Pablo Picasso, zijn tijdgenoot, vriend en rivaal. Maar buiten kringen van kunstkenners ligt dit anders. Rembrandt, Leonardo, Van Gogh, Picasso – dat zijn schildersnamen die eigenlijk ‘iedereen kent’, net als de bekendste impressionisten. Maar Matisse valt hier vaak net buiten. Misschien wel van gehoord, maar niet helemáál zeker wie of wat precies, soms ook wel verward met (René) Magritte…

In Nederland gaat dit nu verbeteren. In het Stedelijk Museum in Amsterdam is tot 16 augustus de tentoonstelling De Oase van Matisse te zien. Het museum zelf en veel media zullen er alles aan doen om het grote belang van deze bijzondere expositie te onderstrepen, net zoals dit afgelopen najaar gebeurde met de grote Mark Rothko-tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Den Haag. En dan zie je vanzelf dat er ook extra veel mensen komen kijken, ook van buiten kringen van doorgewinterde kunstliefhebbers, en krijgt de bekendheid van de kunstenaar een eenmalige maar sterke boost.

Matisse is lang productief geweest: vanaf de jaren negentig van de 19de eeuw tot letterlijk op zijn sterfbed in Nice in november 1954. Steekwoorden om zijn stijl en oeuvre te beschrijven, zijn: harmonie, rust, schoonheid, esthetiek; heel veel kleur, en heel veel ‘vrouw’; en bijna altijd een expressieve vorm van figuratie.

In kringen van avant-gardistisch modernisme werd de eerste decennia van zijn loopbaan soms neerbuigend op hem neer gekeken, in scherp contrast tot de reputatie van iemand als Picasso. Maar zijn gestaag groeiende succes bij privé-verzamelaars, ook in landen als Rusland en de Verenigde Staten, deed ook de internationale museumwereld de grootheid van Matisse onder ogen zien.

Een goeie impressie van die grootheid is nu dus te zien in Amsterdam, maar eerst nog even dit. Net als bij die andere grote schilder die nu te zien is aan het Museumplein, in de expositie Late Rembrandt in het Rijksmuseum (nog tot 17 mei), zien we ook bij Henri Matisse een opvallende ‘medische connectie’. Die bij Rembrandt beschreef ik hier twee maanden geleden. Maar die bij Matisse is nog belangrijker, als je kijkt naar de directe impact op zijn werk van dingen die hij persoonlijk beleefde op het vlak van gezondheid, ziekte en medische zorg.

Met om te beginnen dus die levenswending in dat ziekbed in Bohain, op een moment waarop Matisse nog voorbestemd leek tot een anonieme loopbaan als administratief medewerker op een advocatenkantoor. Later, in zijn moeizame beginperiode als professioneel schilder, was het zijn jeugdvriend Léon Vassaux, van beroep plattelandsarts, die als eerste verzamelaar zes doeken van hem kocht.

Matisse had zijn leven lang gezondheidsproblemen. Hij was een in veel opzichten getormenteerde geest, geplaagd door somberheid en levenslange slapeloosheid. (Vandaar ook, heeft hij zelf gezegd, zijn keuze voor het maken van vooral werk met een troostbrengend karakter.) Toen hij eenmaal zeventig was, kwam hier een levensbedreigende aandoening bij.

In januari 1941 onderging Matisse in een ziekenhuis in Lyon een ingrijpende operatie, in twee stadia, wegens darmkanker. Zelf had hij zich van tevoren al bij het einde neergelegd. Dat dit einde uiteindelijk nog ruim dertien jaren op zich zou laten wachten, ondervond Matisse als een kostbaar geschenk, en als een ‘tweede leven’. Een van de artsen die hem opereerden, dokter René Leriche, gaf hij uit dankbaarheid ieder nieuw jaar dat hij nog verder mocht leven een tekening of boek cadeau.

Vooral in de jaren direct na die operatie was opnieuw gaan schilderen een fysiek te zware opgave. Gekluisterd aan bed of rolstoel verruilde Matisse doek en penseel voor papier en schaar. Dat papier liet hij voorbeschilderen met gouachekleuren. De vormen die hij daar dan uitknipte, dienden eerst als basis voor bijvoorbeeld zeef- of boekdruk, maar werden al gauw als collages samengevoegd in autonome werken. In de huidige kijk op het werk van Matisse, gelden die ‘knipselwerken’ als een belangrijke en invloedrijke vernieuwing in de beeldende kunst van de twintigste eeuw.

Voor Matisse zelf was hét hoogtepunt uit zijn hele loopbaan de door hem ontworpen en gedecoreerde Rozenkranskapel in Vence bij de Côte d’Azur, vlak bij waar hij zelf toen woonde. Die kapel kwam op de locatie van een verpleeghuis van de Dominicaner nonnen, en opnieuw was een medische connectie hier lotsbepalend. Een van de verpleegsters daar was zuster Jacques-Marie, die in een vroeger leven in Nice, toen ze nog gewoon Monique Bourgeois heette, een tijd lang voor Matisse had gezorgd. De hernieuwing van hun contact, en hun vriendschap, in Vence speelde een sleutelrol in het initiëren, in 1947, van het vier jaren vergende kapelproject.

Wat u nu in Amsterdam kunt zien is, geeft een mooie indruk van het oeuvre van Matisse. Vooral in de eerste zalen hangt ook veel werk van tijdgenoten, waarbij het goed is om op voorhand te weten dat alle werken van Matisse zelf speciaal zijn aangegeven met een verticale lijn vanuit het plafond.

Een echt grootse en complete oeuvre-tentoonstelling is het niet geworden, ondanks vooral de aanwezigheid van een aantal bekende knipselwerken. Maar dit is hoe dan ook zeker: in Nederland zelf zult u van uw levensdagen nooit meer een betere Matisse-expositie meemaken. Dus ga vooral kijken. En laat u blijvend inspireren om, als u nog eens de kans krijgt, de vele topwerken van Henri Matisse die nu in Amsterdam ontbreken, elders met eigen ogen te gaan zien. Dus als u toch een keer in Sint Petersburg moet zijn, of in Moskou, Londen, Parijs, Kopenhagen, New York, Baltimore of Philadelphia.