De talen van de liefde

Dienie Koolen-Goossens
Dienie Koolen-Goossens is zorgondernemer, logopedist en docent. Zij is bestuurlijk actief en heeft passie voor gezondheidszorg en onderwijs. Bekijk ook haar profiel op LinkedIn. Lees alle artikelen van Dienie Koolen-Goossens

Onlangs las ik een mooie column van de mannen van 365 Dagen Succesvol over de 5 talen van de liefde. Vanuit mijn beroep spreekt het onderwerp taal me natuurlijk aan, maar net als velen ben ik ook geïnteresseerd in de liefde. Gaandeweg kwamen er echter ook voorbeelden voorbij waarvan ik iets herkende uit mijn werk.

De Amerikaanse schrijver en filosoof Gary Chapman ontdekte dat mensen op verschillende manieren uiting geven aan hun liefde. Hij onderscheidt daarbij vijf talen: samen zijn (quality time), positieve woorden, cadeaus geven, iets doen voor de ander en lichamelijke aanraking. Het is belangrijk de taal van de ander te kennen, zodat je rekening kunt houden met de behoefte van elkaar. Als voorbeeld werd in de column beschreven dat een man na het werk veel tijd besteedde aan het maken van een heerlijk gerecht voor zijn partner en daardoor lang in de keuken stond. De partner had echter liever gezien dat ze wat eerder samen op de bank de dag doornamen. Toen ze dat eenmaal van elkaar wisten vonden ze een middenweg die beter bij hen beide aansloot.

In de praktijk zie ik mensen die bijvoorbeeld door een neurologisch probleem moeilijker spreken en bewegen. Ze geven weleens aan dat ze het zo moeilijk vinden dat hun partner hen zo veel moet helpen. Tijdens de behandeling bespreken we dan weleens wat ze zelf zouden kunnen doen voor de ander. Het weer leren van koffie zetten en zelf het initiatief hiervoor nemen kan een moment zijn om iets voor de partner te doen. Het is een klein gebaar, maar kan veel betekenen. Ik merk dat het erg gewaardeerd wordt.

Het zit hem niet zozeer in de grootheid van het gebaar, maar wel in het aanvoelen van de behoefte

Tijdens het bijwonen van een symposium enkele jaren terug van ‘Het Venijn zit in de staart’ over de zorg in de chronische fase van niet-aangeboren hersenletsel, werd lang stilgestaan bij het thema seksualiteit. Op een gegeven moment stond een vrouw op en reageerde emotioneel met de woorden: “Het gaat nu al zo lang over seks maar ik zou blij zijn als ik eens een kus van mijn man kreeg.” Die opmerking maakte toen veel indruk op mij.

Ook het gesprek van een vrouw die haar partner had verloren waarin ze aangaf het zo te missen dat er iemand een kopje koffie voor haar haalde als ze buiten in de tuin zat raakte me. Het gebaar dat een ander iets voor je doet lijkt gering maar daaruit kan liefde spreken. Het zit hem niet zozeer in de grootheid van het gebaar, maar wel in het aanvoelen van de behoefte.