De tragedie van de zorgmijder

Kort geleden ontdekte ik in het “Archief Vrouwenbeweging De Graal Nederland” dat door het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) te Nijmegen wordt bewaard twee publicaties van Marguérite Wubbe; de titels hiervan luiden De leiding in het gezin (1954) en Het sociaal karakter van de cultus-handeling, meer in het bijzonder bij St. Thomas (1955). Meer heb ik niet kunnen terugvinden van mijn tante die vijf jaar geleden overleed. Ruim een halve eeuw had deze hartelijke en attente vrouw voor mij een eigen, vertrouwde plek in het decor van mijn familie. Ik bewaar louter positieve herinneringen aan deze robuuste vrouw, maar op de keper beschouwd heb ik mijn tante nooit goed leren kennen. De vier meisjes van het Amsterdamse gezin waarin zij is opgegroeid, zijn inmiddels allen gestorven en ik zou niet weten bij wie ik nog terecht kan voor meer informatie over haar.

De vondst van de twee publicaties strookten met het weinige dat ik wel van haar wist. Bij de nog altijd bestaande vrouwenbeweging De Graal speelt spiritualiteit een belangrijke rol. Tot tweemaal toe wilde tante Marguérite nadien lid worden van een kloostergemeenschap. In mijn herinnering schrijnt nog altijd het bizarre beeld van mijn mysterieus lachende tante als in wit gehulde non achter een traliewerk. Het schijnt dat zij beide keren niet werd geaccepteerd. Als enige van het gezin had tante Marguérite een academische opleiding – ze had sociologie gestudeerd – en later gaf zij ook les. Daarover hebben we echter nooit met elkaar gesproken. Ik betwijfel of zij in haar werk erg gelukkig was. Mijn tante toonde zich zeer betrokken tot de familie, maar is nooit getrouwd.

Haaks op haar bereidwilligheid om anderen te helpen stond dat zij zelf liever niet door anderen geholpen wilde worden. Na een val werd mijn tante steeds minder mobiel en uiteindelijk bedlegerig. Haar oudste – bijna negentigjarige – zus, met wie zij samenwoonde, kon de zorg nauwelijks aan. De thuiszorg zag haar toestand allengs verslechteren en dreigde – bang voor de eigen goede naam – de zorg te stoppen indien er geen maatregelen werden afgedwongen.

Mijn zus en ik hebben alles gedaan om betere zorg voor haar te regelen. Dat is niet gelukt. Haar situatie was in mijn beleving mensonwaardig. Tante Marguérite is overleden zonder dat er iemand bij haar was. Ik zag het aankomen en het spijt mij nog dat ik die nacht niet bij haar ben gebleven. Het pijnlijkste moment was toen mijn tante een half etmaal na ons laatste contact in een zwarte lijkzak de trap werd afgedragen. We hebben ons ingezet voor een waardig afscheid maar met zo veel vragen die blijven wringen kan ik haar nog steeds niet loslaten.

Zoals elke huisarts had ik ook in mijn praktijk een aantal zorgmijders. Die bewogen zich in de dode hoek van mijn professionele gezichtsveld. Ik ben er nog niet uit waarom mensen zorg mijden, maar vermoed dat bij hen sprake is van een dusdanige mate van – al dan niet terecht – wantrouwen dat deze existentieel is geworden. Voor mijn tante was er een prachtige plek voor onbepaalde duur in het familiegraf; een betere garantie op een eeuwig voortbestaan bestaat niet. Tegen de traditie in was het echter haar wens om gecremeerd te worden; haar as moest worden uitgestrooid op het toenmalige domein van De Graal. Aldus is geschied.

Delen