Een lichte bedreiging

Vanuit het AZC appt Khalid mij dat zijn 16-jarige broer Navîn is bedreigd. Niet één keer maar twee dagen na elkaar. De eerste keer in school tijdens de tweede pauze en de tweede keer na de lessen op het schoolplein. Het gebeurde door een andere leerling, een Koerdische jongen uit Syrië.

Foto die Navîn circa twee weken na de bedreiging van zichzelf liet maken

‘Jij moet jouw oorring afdoen, anders sla ik je in elkaar,’ riep hij. Navîn reageerde dat het aan hemzelf is om te bepalen of hij een oorring draagt. ‘Jij bent een Koerd en (als moslim) mag (je) geen oorring dragen.’ ‘Ik ben geen Koerd maar een Jezidi en die mogen dat wel,’ zei Navîn die een escalatie wilde vermijden en naar zijn klas terugliep. Daags erna herhaalde zich dit. Khalid is in alle staten: ‘We zijn uit Irak gevlucht vanwege alle bedreigingen door moslims en nu gebeurt het hier ook… Ik ga naar de politie.’ Ik beloof hem dat ik zelf wel de politie zal bellen.

Uit onderzoek van de KNMG blijkt dat ruim een derde van de ondervraagde artsen ervaring heeft met bedreiging of intimidatie en dat een kwart van alle artsen hiermee het afgelopen jaar te maken had. Hierbij gaat het om online bedreigingen, verbale en fysieke agressie, maar ook om intimidatie of bedreiging van het gezin van de dokters. Bedreigingen en intimidatie hebben een grote impact. Bij meer dan de helft van alle artsen veroorzaken intimidatie en agressie stress en bij bijna één op de vijf ontstaan hierdoor lichamelijke klachten.

Iets minder dan de helft heeft het gevoel minder vrij te kunnen werken. ‘Bedreiging van artsen vormt een reëel risico voor uitval en zelfs stoppen met het artsenvak,’ meldt de KNMG in een persbericht naar aanleiding van het onderzoek.

Bedreiging van artsen vormt een reëel risico voor uitval en zelfs stoppen met het artsenvak

Wanneer ik mijn verhaal heb gedaan, heeft de dame van de politie die mij te woord staat haar conclusie al getrokken: ‘Hiermee kunnen we niets!’ Ik vraag wat zij bedoelt. ‘Bij een lichte bedreiging kan er geen aangifte worden gedaan omdat er geen sprake is van een strafbaar feit.‘Ook niet wanneer deze bedreiging zich daags hierna herhaalt?’ ‘Nee, dan ook niet?’ ‘En maakt het nog iets wanneer religie hierbij een rol speelt, want dan is er toch sprake van discriminatie?’ ‘Nee, dat maakt niets uit.’ ‘Maar deze mensen zijn gevlucht voor IS in de hoop dat zij in Nederland veilig zijn en nu gebeurt er dit; wat er is gebeurd heeft een enorme impact op hen’. ‘Dat begrijp ik.’ Er valt een ongemakkelijk stilte. ‘Ik kan er wel een melding van maken.’ ‘Wat houdt dat in?’ ‘Dan zend ik de wijkagent een notitie.’ ‘En dan?’ ‘Wanneer u dat wenst, regel ik een terugbelverzoek.’ ‘Graag!’

Een medewerker van de school vertelt mij op de hoogte te zijn van het voorval maar ‘niemand heeft iets gezien.’ Navîn heeft het advies gekregen om zijn verhaal bij de mentor te doen. Maar Khalid wil dat de school in bijzijn van zijn broer en hemzelf een gesprek met de Syrisch-Koerdische jongen én zijn vader of verzorger regelt. Achter zo’n bedreiging zit immers vaak een diepgewortelde haat tegen Jezidi’s.

Op aandringen van zijn broer vindt er een gesprek plaats maar louter tussen iemand van de school en de bedreiger

Ik vraag advies aan het ‘Landelijk meldpunt discriminatie’, dat zeer alert reageert. Een gesprek met de dader is inderdaad heel belangrijk. De politie wil hierbij wel aanwezig zijn maar louter op verzoek van de school. In eerste instantie ziet Navîn zelf zo’n gesprek niet zitten. Ziet hij er tegenop? Op aandringen van zijn broer vindt er een gesprek plaats maar louter tussen iemand van de school en de bedreiger. Die geeft toe dat hij ‘lomp’ heeft gehandeld. Hij zal het nooit meer doen.

Op de site van de politie wordt geadviseerd om bij een bedreiging contact op te nemen, want ‘het is een ernstig strafbaar feit’. Maar verderop staat ook: ‘De wet stelt niet alle vormen van bedreiging strafbaar. (…) Dreigen met een klap is eenvoudige mishandeling (in plaats van zware mishandeling), en valt daarmee niet binnen de wet.’ ‘Ik sla je in elkaar,’ zal een twijfelgeval zijn, behalve natuurlijk wanneer het om een burgemeester gaat. Hoe zit het met dokters? De KNMG meldt: ‘Opvallend is dat slechts 6% van de artsen aangifte doet, terwijl 27% te maken heeft gehad met fysieke agressie en 11% zelfs met doodsbedreigingen. De reden dat artsen hiervan geen melding maken of aangifte doen is dat zij het bij het werk vinden horen (23%) of denken dat het geen zin heeft, omdat er niets mee wordt gedaan (40%).’ Ik vrees dat zij gelijk hebben.

Naschrift

De in Irak geboren maar naar Nederland gevluchte Jezidische politicoloog en beëdigde tolk Wahhab Hassoo en de Duitse rechter Serhat Ortac, die eveneens Jezidi is, delen mij desgevraagd mee, dat dit soort bedreigingen in Nederland en Duitsland weliswaar niet op grote schaal maar wel vaker voorkomen en dat deze zeer serieus moeten worden genomen.

Delen