Een paar kilo

Vandaag wil ik het eens met u hebben over de inhoud van mijn zakken. Wie zelf weleens in het ziekenhuis komt, zal het fenomeen herkennen: de arts-assistent (of co-assistent, dat kan ook) die met een jas vol papieren, boekjes en piepers door de gangen sjouwt.

Iedere ochtend verbaas ik me weer over het gewicht van al die spullen. Maar wanneer ik mijn jas probeer ‘op te ruimen’, kom ik steeds weer tot de conclusie dat het echt niet minder kan. Gelukkig is de witte jas erop gemaakt om een arsenaal aan kantoorartikelen en andere benodigdheden mee te slepen. Met vier zakken ben ik mijn eigen wandelende bureau.

Linksboven hangt mijn ID-plaatje (letterlijk de toegang tot het ziekenhuis, of in ieder geval de fietsenstalling), naast een rij pennen in verschillende kleuren. Verder nog wat trivia als pinpas en sleutel van mijn kluisje.

Rechtsboven een wisselende samenstelling piepers, afhankelijk van hoe ‘belangrijk’ ik die dag ben. In de dienst kan het aantal oplopen tot drie, zodat ik moet uitwijken naar een van de onderste zakken, omdat het dan niet meer past. In deze zak bewaar ik ook mijn horloge, dat ik op last van de ziekenhuishygiënist niet langer om mijn pols mag dragen.

Echt interessant wordt het als we de onderste zakken gaan inspecteren. Aan de linkerzijde draag ik het symbool van mijn status: een stethoscoop in de kleur ‘caribbean blue’. Nooit laten slingeren, want er worden in het ziekenhuis meer stethoscopen dan pinpassen gestolen (ik vraag me nog altijd af wat je daar dan als leek mee moet, maar dat is een vraag die wel altijd onbeantwoord zal blijven).

Rechtsonder zitten de boekjes en zakkaartjes met medische informatie, die wisselen afhankelijk van mijn stage. Vast onderdeel is het ‘Acute boekje’, dat de belangrijkste spoedgevallen binnen de interne geneeskunde behandeld. Het mijne is al behoorlijk gehavend in de strijd en hoewel het boekje inmiddels online te bekijken valt, zal ik voorlopig geen afscheid van mijn papieren versie nemen. Vooral omdat het inmiddels standaard openvalt bij het hoofdstuk ‘hyponatriëmie’.

Ten slotte bewaar ik in deze zak ook mijn kaartje met telefoonnummers (omdat de centrale meestal langer op zich laat wachten dan degene die je eigenlijk probeert te bellen) en – misschien wel het allerbelangrijkste – mijn ‘papieren geheugen’: een lijst van alle patiënten waar ik die dag verantwoordelijk voor ben, met in rood de taken die ik nog voor hen moet uitvoeren.

Alles bij elkaar een paar kilo verantwoordelijkheid die er iedere dag aan mijn schouders hangt. Maar dat hoort bij het arts-zijn.

Delen