Empathie versus regels

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Soms krijgt van mij verkeer van links voorrang. Zoals babbelende schoolkinderen die niet in de smiezen hebben dat zij moeten remmen voor een wagen van rechts. Of voor een haastige automobilist die te snel op het kruispunt afrijdt. Vrouwlief vindt dit maar niets. Regels zijn regels. Toeter maar flink om te laten merken dat jij voorrang hebt. Maar zelfs in het verkeer laat ik mij niet door regels verblinden. Voor mij telt te allen tijden de menselijke maat.

Sinds de zomer van 2020 spraken psycholoog Sandra van Dijk en econoom Marcel Canoy vijf keer in het Torentje met Mark Rutte over onder meer ‘de menselijke maat’. In het televisie-interview dat onze demissionair minister-president op 10 mei jongstleden gaf, kwam dit door hen aangedragen thema expliciet aan bod. Onder de titel De wetenschap achter Ruttes nieuwe stijl wijdde Lodewijk Dros hieraan vier dagen later in Trouw een zeer lezenswaardig artikel.

Dros vraagt Van Dijk en Canoy waarom de menselijke maat zo moeilijk te hanteren is: “De overheid trekt bovengemiddeld veel risicomijdende mensen aan, terwijl de menselijke maat van ambtenaren vraagt om zélf afwegingen te maken. Dat vinden ze vaak eng. Ze verschuilen zich liever achter beleid, precedentwerking en de verantwoordelijkheid van anderen. De cultuuromslag om dit gedrag te veranderen is minstens net zo nodig als die van het kabinet.”

‘Voor mij telt te allen tijden de menselijke maat’

Zou het waar zijn dat de overheid bovengemiddeld veel risicomijdende mensen aantrekt? Óf leren ambtenaren tijdens hun werk dat zij risico’s moeten vermijden? Misschien wordt het hen zelfs wel opgedrongen. In hetzelfde artikel geeft Van Dijk echter eveneens aan dat ook in het bankentoezicht en de zorg de wetgeving zó rigide wordt toegepast, dat de menselijke maat zoek is. Dat regels het van empathie hebben gewonnen, zullen veel patiënten dagelijks ervaren.

Maar hoe zou de gewenste cultuuromslag gerealiseerd moeten worden? In het televisie-interview zei Rutte dat elke organisatie en toezichthouder een plan moet maken hoe de menselijke maat weer voorop moet komen te staan. Lodewijk Dros: “De menselijke maat, dat wil iedereen wel. Maar hoe hou je rekening met persoonlijke omstandigheden, hoe beloon je medewerkers als ze de menselijke maat hanteren? Daar moet je heldere afspraken over maken, in een plan met expliciete doelen, schrijven Canoy en Van Dijk.”

‘Jezelf strak aan regels houden is gemakkelijker dan dat je wordt gedwongen om zelf na te denken’

Laat ik mij beperken tot de medische branche. Sinds drie decennia worden dokters gedrild om standaarden, richtlijnen en protocollen te volgen. Naarmate deze beter wetenschappelijk zijn onderbouwd, komt dit de geneeskunde ten goede. Maar jezelf strak aan regels houden is ook gemakkelijker dan dat je wordt gedwongen om zelf na te denken. Dokters die een eigen beleid willen uitstippelen worden door zorgverzekeraars en tuchtcolleges ter verantwoording geroepen.

Ik denk niet alleen, maar ervaar zelf ook regelmatig dat dokters zo vertrouwd zijn geraakt met protocollair handelen, dat zij niet anders meer kúnnen. Hoe zou een plan om de menselijke maat weer voorop te stellen er überhaupt uit moeten zien? Ik vrees dat dit niet anders kan dan in de vorm van iets wat als ‘super-regel’ zal overkomen: laat, wanneer het erop aankomt, empathie zwaarder wegen dan standaarden, richtlijnen en protocollen!’ Dat zal heel lastig worden. Vraag jonge dokters eerst maar eens hoe het aanvoelt om verkeer van links voorrang te geven.

4 Reacties Reageer zelf

  1. Martien Veekens
    Geplaatst op 25 mei 2021 om 15:49 | Permalink

    Helemaal eens met de stelling: “Laat, wanneer het erop aankomt, empathie zwaarder wegen dan standaarden, richtlijnen en protocollen!”

  2. Joep Scholten
    Geplaatst op 26 mei 2021 om 12:03 | Permalink

    Ooit las ik een boek over het gedrag van Duitsers die na het Hitlerregiem in 1945 onderdeel werden van een ander totalitair regiem, de DDR. Toen dat in 1989 ophield te bestaan, bleef hun overlevingsgedrag hen echter achtervolgen. Ze wachten op orders van bovenaf. Zoals ze decennia gewend waren, nam niemand (op een enkele uitzondering na) zelf initiatief. De schrijver van dat boek had een mooi woord voor hun gedrag: Düldungsstarre.

    Een fietsvriend vertelde me ooit waarom hij al zijn varkens de deur uit had gedaan en was overgeschakeld op het verbouwen van aardappelen. Niets stond hem zo tegen dan elke ochtend vrouwelijke varkens te beklimmen om te testen of ze al gedekt kon worden. Bleef het beest roerloos staan, mocht de beer het karwei afmaken. Deze maakten dankbaar gebruik van de door hormonen bepaalde Düldungsstarre.

    Helaas is dit gedrag niet beperkt tot beesten. Ook mensen (in welke branche dan ook) hebben er last van. Omdat het zo hoort, laten ze zich van alles aanleunen want de opdracht komt van ‘boven’. Hoe langer een totalitair systeem (politiek of religieus maakt geen enkel verschil) het voor het zeggen heeft, hoe hardnekkiger de Düldungsstarre die er het gevolg van is.

    Buitengewoon tragisch durf ik het te noemen dat hoogopgeleide mensen (artsen bijvoorbeeld) zich zo slaaf laten maken van protocollen en van bovenaf opgelegde afspraken.

    Laat duidelijk zijn: zodra tegenover u een medemens zit, die zonet het predicaat ‘patiënt’ kreeg opgeplakt, telt maar één ding. Precies, dat is zijn of haar welbevinden. Daarvoor moet je bereid (durven) zijn met één zwaai elke afspraak of protocol van tafel te vegen. Slechts empathie, helder verstand en kritisch denken spelen dan nog een rol. Daarbij hoort ook op de juiste momenten dwarsligger te durven zijn. In elke arts zou op dit soort cruciale momenten de symptomen van het ‘spoorbielssyndroom’ mede de richting van de behandeling moeten bepalen.

    Maar ja, daar is moed voor nodig!

  3. yvonne Valkenburg
    Geplaatst op 28 mei 2021 om 16:50 | Permalink

    Mijn ervaring is, dat artsen het om te beginnen heel lastig vinden ( afgeleerd tijdens de opleiding) om empathie te tonen. Ik heb mee gemaakt dat een arts riep tijdens mijn begeleiding ( Dienst: “Empatisch en klantvriendelijke patiënten consultatie”) “Empathie? Ik ben toch geen sociaal werker!” Terwijl wetenschappelijk onderzoek het volgende heeft bewezen: “Een paar invoelende opmerkingen tijdens een consult verminderen al angst en onzekerheid van patiënten met en zij onthouden meer informatie. Dit hoeft een arts nauwelijks extra tijd te kosten, het kost slechts 38 seconden om dit verschil te maken, zo blijkt uit twee publicaties van onderzoekers van het NIVEL in de wetenschappelijke tijdschriften Health Psychology en Patient Education and Counseling.” ( Bron: De Ziekenhuis krant 2015). Kom, mensen, Zullen we daar dan eerst aan gaan werken?

  4. Piet van Loon
    Geplaatst op 28 mei 2021 om 20:33 | Permalink

    Het vanuit je “aanvoelen” wat voor de voor je zittende patiënt wil of nodig heeft, en hierdoor tegen richtlijnen in wel eens “links voorrang verlenen” is een voor mij herkenbare vorm van arts (willen) zijn.
    Dat mijn “moed” daarin me op ramkoers bracht met het vigerende verdienmodel en het richtlijnfetisjisme en ik de halve beroepsgroep op hearsay tegenover me kreeg, zodat ook IGJ er zich jarenlang door liet beïnvloeden en wel even Inquisitie wilde spelen (uiteindelijk met diepe knieval gestopt) heeft me er niet van weerhouden de jongere collega’s te blijven stimuleren hun eigen kracht in dienst te blijven stellen in iedere patiënt, die voor je zit. Voor “empathie” hoef je je niet te schamen.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*