Familie

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Zijn vriend en tegenstrever was de dood;
Zijn speelgenoot het leven.
Twee makkers, die hem blijvend boeiden;
Waarmee hij worstelde en stoeide;
Waaraan hij leed en groeide…

Deze woorden schreef de kinderpsychiater Dolf Sarolea (1917-1972) voor zijn eigen bidprentje. Hij was misschien wel mijn dierbaarste oom. In de zesde klas van het gymnasium zat ik met mijzelf in de knoop. Levensvragen hingen als asgrauwe wolken boven mijn hoofd. Ik was de oudste van een gezin met vijf kinderen maar leefde op een eiland. Mijn ouders bekommerden zich om iedereen maar beseften niet wat in mij leefde. Vrienden moesten een alternatief voor het gezin vormen maar lieten verstek gaan. Daarover had ik een lang gesprek met mijn oom, waardoor de zwaarste wolken wegtrokken.

Niet lang na dat gesprek overleed oom Dolf op 54-jarige leeftijd. De beelden van zijn uitvaart staan mij na bijna een halve eeuw nog helder voor ogen. In een lange processie liepen wij door Goirle. Het leek of het hele dorp was uitgelopen. Het ontbrak mijn oom al bepaald niet aan familie maar voor de gelegenheid was deze familie vertienvoudigd. Zoals op zijn gedenkprentje werd gememoreerd hield hij intens van ‘het debatterend samenzijn, dat voortging zonder tijd te vellen’. De aanwezigheid van zoveel mensen zou hem zeker goed hebben gedaan.

In Fernand, één van de minder bekende maar zeer aangrijpende chansons van Jacques Brel, zijn we ook getuige van de laatste tocht van een man die is overleden. De muziek en het arrangement maken van de tekst filmbeelden. Door een druilerig Parijs, ‘waarvan je zou zeggen dat het Berlijn is’, trekt in de vroege ochtend de – door een schimmel getrokken – lijkwagen met hierachter louter de zanger, die huilt om zijn overleden vriend en God vervloekt dat hij dit trieste tafereel toelaat. Halverwege dit lied zingt hij wanhopig: ‘ik zou louter voor jouw uitvaart wel een familie willen uitvinden’.

De Amerikaanse fotografe Jamie Diamond (1983) construeerde daadwerkelijk met mensen die elkaar niet kennen families. Dit resulteerde in een wonderlijke serie artificiële familieportretten. Haar interesse richt zich op de relatie tussen de realiteit en het kunstmatige. In het eerder dit jaar uitgegeven boek Family Affairs (Kehrer) kan men haar foto’s vergelijken met ‘échte’ familiefoto’s van meer dan twintig fotografen om te ontdekken dat ons beeld van een familie(portret) van clichés aan elkaar hangt. Dezelfde diversiteit aan gezins- en familiebanden en de uiteenlopende benadering door fotografen treft men ook in het boek Family photography now (Thames & Hudson), dat in 2016 verscheen.

Op de een of andere wijze maakten en/of maken alle mensen deel uit van een gezin en/of familie. Wat voor ieder van ons geldt, geldt uiteraard ook voor patiënten en hun gezins/familieleden. Al dan niet verwaterde of verbroken onderlinge relaties zijn van grote invloed op het decor van elk mensenleven. Maar het zicht hierop ontbreekt veelal bij zorgverleners. Bovendien ligt er een onmiskenbaar spanningsveld tussen de wijze waarop de wet inzoomt op de rechtspositie van het individu en de gebrekkige aandacht voor zijn meest directe netwerk.

‘Waarom wij ons zo gemakkelijk door ‘mooie plaatjes’ laten verblinden, blijft een vraag’

In Family photography now tonen zes pagina’s ook het verdriet van ongewenste kinderloosheid. In Family Affairs ligt het accent op het verhaal achter één of meerdere foto’s. De ironie wil dat het vooral de foto’s van Jamie Diamond zijn die op menigeens overtuigend als échte familieportretten zullen overkomen: zet een paar mensen dicht bij elkaar, laat hen glimlachen en je creëert al snel de indruk dat het om een gezin of familie gaat. Waarom wij ons zo gemakkelijk door ‘mooie plaatjes’ laten verblinden, blijft een vraag. De realiteit is dat je jouw familie enerzijds niet kiest maar dat je anderszins de genetische band ook niet kunt verloochenen.

Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Nederlands Huisartsen Genootschap werd in het kader van onderzoek over continuïteit in de huisartsgeneeskunde onderzocht of de huisarts nog gezinsarts is. De benadering was oppervlakkig maar rechtvaardigt de conclusie dat huisartsen vermoedelijk steeds minder weten wat er binnen een gezin leeft. De wetgever maakt het hen extra moeilijk en de ervaring leert dat huisartsen daardoor extra beducht zijn om over gezinsleden te spreken. Terwijl boeken als Family photography now en Family Affairs de noodzaak van aandacht voor gezin- en familierelaties beklemtonen, lijkt deze van de kant van zorgverleners juist steeds minder te worden.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*