Frisse blik

Als zorgverlener in de eerste lijn begeleid je patiënten en hun omgeving zo goed mogelijk. Eens in de zoveel tijd kan het zijn dat iemand op controle gaat en dat we van een collega uit een ziekenhuis of instelling te horen krijgen hoe het ervoor staat met de behandeling.

Er gaat een kort verslag van ons mee een wij krijgen daarna vaak tips voor verdere behandeling. Een frisse blik kan heel waardevol zijn voor het verdere verloop van de therapie.

Soms krijg je echter ook te horen van de collega uit de tweede lijn dat de patiënt veel meer mogelijkheden zou hebben dan beschreven staat in ons verslag. Tijdens het korte bezoek aldaar werd namelijk een geweldig resultaat behaald volgens de gespecialiseerde collega. Die had enkele oefeningen voorgedaan waarbij de patiënt optimaal presteerde. Vaak weet je echter door de wekelijkse omgang met de patiënt dat hij gedurende korte tijd inderdaad de oefeningen kan laten horen of zien, maar dat op het gebied van toepassen ervan tijdens het dagelijks leven juist de moeilijkheid ligt.

Ik heb meegemaakt dat ik merkte dat een kind niet verder kon, maar dat bij controle wel werd aangegeven dat er meer te behalen was. Dit was bij ons in de praktijk steeds bij het toepassen van de oefeningen niet mogelijk en later bleek er ook een progressieve spierziekte aan ten grondslag te liggen. Het lang opbrengen van spiersterkte was dus te veel gevraagd voor dat kind en de doelen moesten op een ander niveau gesteld worden dan dat vanuit de controle werd geopperd.

Aan de andere kant maak je ook mee dat jouw patiënt voor controle naar een collega gaat maar dat de lange reis die eraan vooraf gaat hem parten speelt. Wat de patiënt daar dan laat horen en zien is bij lange na niet wat er thuis al mogelijk is. De vorderingen van de patiënt worden laag beoordeeld en de adviezen die daarna worden gegeven zijn al lang bij jou bekend.

Soms weet je van tevoren al welke tips er zullen komen omdat die op dat moment het stokpaardje van die instelling zijn. Het lijkt dan wel bij ieder als ultieme therapiemethode geadviseerd te worden.

Ieder zijn taak kun je zeggen en veelal ben ik blij met een frisse blik van een ander op de toestand van mijn patiënt. Maar soms denk ik dat het goed zou zijn iets meer mee te nemen van de omliggende omstandigheden, want het blijft wel een momentopname waarop een oordeel wordt gebaseerd.

Een open blik naar de patiënt is belangrijk. Dat houdt ieder scherp maar laat ook de patiënt en behandelend therapeut in zijn waarde.

Delen